Automatiseerder CMG: profiteren van beursklimaat

AMSTELVEEN, 20 OKT. De directie van de Brits-Nederlandse automatiseerder Computer Management Group (CMG) blies dit voorjaar de beursgang in Londen af. Enkele Britse concurrenten hadden het beursklimaat daar verziekt, door vlak na hun introductie winstprognoses af te zwakken. Het vertrouwen in de branche is inmiddels weer terug, constateert bestuursvoorzitter C.J.M. Stutterheim, als hij in de krant de koersoverzichten bestudeert. CMG debuteert daarom eind komende maand op de London Stock Exchange en de Amsterdamse effectenbeurs. Al in 1991 maakte CMG bekend dat het naar de beurs wilde. Als uiterste termijn stelde de directie eind 1996. In de jaren na de aankondiging werd alvast droog geoefend. “We organiseerden onze informatieverstrekking alsof we al aan de beurs stonden. Voor dat leerproces hebben we ruim de tijd genomen”, licht Stutterheim toe. Hij is Nederlander en volgde in september D.J. Gorman op, de onlangs overleden Britse bestuursvoorzitter, die CMG in 1964 oprichtte.

Het uitstel van de beursgang tot het najaar had volgens Stutterheim twee redenen. Met CMG vergelijkbare bedrijven als MDIS en CODA bedierven begin dit jaar het sentiment voor automatiseringsfondsen in Groot-Brittannië. Direct na hun beursgang kwamen ze met profit warnings. In dat klimaat de introductie doorzetten had de verkoopprijs van het aandeel CMG zwaar gedrukt, stelt Stutterheim vast. Een tweede argument is dat in een dergelijk klimaat een notering verkrijgen volgens de bestuursvoorzitter “CMG zou maken van een eredivisie- tot een eerste-divisiebedrijf”. Aanvankelijk was het de bedoeling alleen in Londen naar de beurs te gaan. De afgelopen maanden vroeg de CMG-directie zich af of Amsterdam geen volwaardig alternatief zou zijn. Doorslaggevende reden om ook in Nederland een notering te verkrijgen was dat hier ruim 60 procent van de omzet wordt gegenereerd. Bovendien bevorderen twee noteringen de verhandelbaarheid en de naamsbekendheid van CMG.

Volgens de bestuursvoorzitter is CMG (omzet 1994: 406,7 miljoen gulden, netto winst 23,4 miljoen) in Nederland vergelijkbaar met Cap Volmac en het niet beursgenoteerde BSO. Het bedrijf legt zich toe op informatiemanagement, systeemontwikkeling, technische informatica en facilities management. De zwaartepunten liggen wat omzet betreft bij de financiële dienstverleners (26,3 procent) en de overheid (22,4 procent). CMG verwacht eind volgende maand, begin december tussen de 25 en 30 procent van het aandelenkapitaal te herplaatsen. Daarnaast beoogt het bedrijf met een kleine emmissie een bedrag van tussen de 15 à 25 miljoen gulden op te halen. Het bedrijf stimuleert al vanaf eind jaren zestig het participeren van werknemers in de onderneming. “Je krijgt een zelfcorrigerende werking. Als je mensen er met eigen geld in zitten, zijn ze alerter en veeleisender. Ik meen dat we daardoor minder fouten maken dan onze concurrenten”, zegt Stutterheim. De onderneming telt nu 1.850 aandeelhouders. Van hen zijn er ruim 1.000 (oud-)werknemer. Gezamenlijk bezitten ze 80 procent van de CMG-aandelen. De overige stukken zijn in handen van participatiemaatschappij Midland Montague (4 procent), ABN Amro (8 procent), het CMG pensioenfonds en anderen.

Welke aandeelhouders hun bezit verkopen wil Stutterheim nog niet kwijt. Het prospectus, dat wordt opgesteld door ABN Amro Hoare Govett en Kleinwort Benson, komt midden volgende maand beschikbaar. Daarin staat ook de inschrijvingsprocedure. Naar verwachting van Stutterheim zal tweederde van de te plaatsen aandelen in Londen in de notering komen en het restant in Amsterdam.

In totaal zullen er na introductie circa 60 miljoen aandelen CMG zijn geplaatst. Naar opgave van het laatste jaarverslag heeft Stutterheim zelf 1,41 miljoen aandelen CMG. Alleen de inmiddels overleden oprichter Gorman had per ultimo 1994 als werknemer een belang groter dan 5 procent in het bedrijf (8,95 miljoen stukken). CMG organiseerde deze zomer voor het laatst een interne markt voor de aandelen. De koers waarop werknemers aan elkaar konden verkopen werd vastgesteld door een bank en de accountant. De koers per aandeel was 1,78 pond (circa 4,45 gulden). CMG leed in zijn 30-jarig bestaan geen verlies. Over de afgelopen vijf jaar bedroeg de gemiddelde groei van de omzet 13 procent en van de winst 11,6 procent. Stutterheim wil zich niet vastleggen op concrete winstprognoses. Wel dat de bruto marge (bedrijfsresultaat gedeeld door omzet) richting twee cijfers moet: “Daar groeien we naartoe.” Vorig jaar bedroeg deze marge 9,2 procent. In 1991 en 1992, toen de automatiseringsbranche leed onder de inzakkende conjunctuur, kwam deze marge respectievelijk uit op 8,8 en 7,6 procent.

Analisten van ABN Amro berekenden de koers/winstverhouding van met CMG vergelijkbare bedrijven. In Groot-Brittannië betalen beleggers nu voor automatiseerders gemiddeld 20 keer de geschatte winst per aandeel over 1995. In Nederland ligt dat op 15,8. Over het eerste halfjaar van dit jaar behaalde het bedrijf een netto winst van 13,6 miljoen gulden (plus 25 procent ten opzichte 1994) en een omzet van 242,2 miljoen (plus 22,3 procent). Uitgaande van eenzelfde bedrag in de tweede helft komt de winst per aandeel over 1995 ongeveer op 45 cent. Die winst, vermenigvuldigd met de koers/winstverhoudingen in Nederland en Londen, leert dat de stukken nu op de beurs tussen de 7 en 9 gulden zouden doen.

De directie houdt zowel in Londen als in Amsterdam kantoor. CMG telt 40 werkmaatschappijen die opereren vanuit Groot-Brittannië, Nederland en Duitsland. De beursnotering is ook bedoeld om toegang tot de kapitaalmarkt te krijgen. Want vooral in Duitsland heeft Stutterheim expansieplannen: “De Duitse poot is met 200 werknemers ons kleinste familielid, met het grootste marktpotentieel. We willen naar 500 werknemers tegen het einde van de eeuw.”

CMG heeft een bijzondere bedrijfscultuur. Het devies luidt dat alles, tot aan de salarissen toe, open is. Krijgt een werkmaatschappij meer dan honderd werknemers, dan wordt ze gesplitst. Communicatielijnen moeten kort blijven. Het management van de werkmaatschappijen is verplicht maandelijks met de werknemers bijeen te komen. Vaste agendapunten: de resultaat-, personeels-, en marktontwikkelingen. Of de beursgang, waarbij het bedrijf publiek wordt, gevolgen zal krijgen voor de cultuur? Stutterheim: “Alles blijft open, behalve koersgevoelige informatie.”

De automatiseringsmarkt is sterk gefragmenteerd. Naast enkele grote als CMG, Raet, Roccade en Cap Volmac, dingen honderden kleine aanbieders om de gunst van de klant. “CMG is goed en duur”, zet Stutterheim uiteen. “En dat willen we graag zo houden.” Het bedrijf is geen expert in bepaald soorten technologie, maar specialiseert in marktsegmenten: hoe automatiseer je de werkprocessen bij bank, verzekeraar of ministerie. CMG zoekt continu werknemers bij snel groeiende automatiseringsmarkten als telecommunicatie. Het vinden van geschikte kandidaten blijkt geen eenvoudige opgave. Jonge informatici zijn schaars. Stutterheim wijt dat gedeeltelijk aan de debâcles in de jaren tachtig bij HCS en Infotheek. “Veel ouders waarschuwden toen hun kinderen: ga maar geen informatica studeren. Daar is zo'n overschot van, je komt nooit aan de slag.”

    • Hendrik Jan van Oostrum