Aan het vertellen komt nooit een eind; Cormac McCarthy onderzoekt de grenzen van de Amerikaanse beschaving

De romans en verhalen van de Amerikaanse schrijver Cormac McCarthy gaan over de degeneratie van het leven in het Oude Zuiden van Amerika. Zijn personages zijn dolende; of ze nu een necrofiele seriemoordenaar zijn of een cowboy die rondtrekt in gezelschap van een wolf. Stijl is het fundament van McCarthy's oeuvre. “Er zijn veel Amerikanen die dikke boeken schrijven, maar er zijn er weinig die zo'n overweldigend oog voor detail hebben als hij.”

Cormac McCarthy: De kruising. Vert. Ko Kooman. Uitg. De Arbeiderspers, 396 blz. Prijs ƒ 39,90. Bij De Arbeiderspers zijn ook verschenen: Al de mooie paarden, vert. Ko Kooman, 319 blz, ƒ 29,90, en Kind van God, vert. Guido Golüke, 149 blz, ƒ 29,90. De Amerikaanse paperbackedities van McCarthy's boeken verschijnen bij Vintage.

De boeken van de Amerikaanse schrijver Cormac McCarthy staan vol met intrigerende zinnen. Sommige zijn maar een handvol woorden lang en doen denken aan de spreuken van een Grieks orakel of een bijbels profeet: 'De sleutel tot de hemel past ook op de poort van de hel' bijvoorbeeld, of 'Mislukte ondernemingen verdelen het leven voorgoed in een toen en een nu'. Andere beschrijven een landschap waarin het isolement van zijn personages zich weerspiegelt: 'In het oosten zag hij een obelisk van beton die als grenspaal fungeerde. In die eenzame wildernis zag hij eruit als een monument voor een zoekgeraakte expeditie.' En weer andere kun je lezen als een samenvatting van het wereldbeeld en de poëtica van de schrijver: 'Er is geen andere orde in de wereld dan de orde die de dood er gevestigd heeft', en: 'Als je maar een klein onderdeeltje verkeerd doet kun je het net zo goed helemaal verkeerd doen.'

Vooral de laatste zin, afkomstig uit de mond van een dorpssmid die een bijl repareert, is Cormac McCarthy ten voeten uit. Er zijn veel Amerikanen die dikke boeken schrijven, maar er zijn er maar weinig die zo'n overweldigend oog voor detail hebben als hij. De kleine onderdeeltjes moeten goed zijn, of het nu de stap voor stap beschreven jacht op een wolf is, het stugge gesprek tussen twee reizigers, de bodemgesteldheid van zuid-Nieuw-Mexico of het waaien van de wind. McCarthy zal niet snel schrijven 'de maan kwam op' want maneschijn heb je in soorten en maten. Preciezer, en dus beeldender is: 'Hij zag hoe het licht zich langs de randen van de prairie uitbreidde en de maankoepel wit, vet en perkamentachtig uit de grond oprees.'

Stijl is het fundament van McCarthy's oeuvre. Wat niet wil zeggen dat er in zijn romans niets gebeurt. In Child of God (1973) beschrijft hij hoe een asociale dégeneré verandert in een necrofiele seriemoordenaar; in Blood Meridian (1984) sluit de hoofdpersoon zich aan bij een bende scalpjagers; en in All the Pretty Horses (1992) en The Crossing (1994), de tot nu verschenen delen van zijn 'Border Trilogy', krijgen de romanhelden te maken met roof, moord en achtervolgingen. Toch zie je vooral in deze twee laatste romans dat de vaak spectaculaire gebeurtenissen elkaar tamelijk willekeurig opvolgen. McCarthy interesseert zich meer voor de indrukken die zijn personages opdoen en de gesprekken die ze voeren dan voor een sturende, overkoepelende plot. Al de mooie paarden en De kruising (zoals de boeken in de knappe, sobere Nederlandse vertaling van Ko Kooman heten) zijn picareske romans - of om het in Amerikaanse termen te zeggen: road novels.

Gelouterd

McCarthy's aandacht voor stijl, voor beeldende beschrijving, en de losse verhaalstructuur, maken dat zijn boeken concentratie vergen. De lezer wordt niet de mogelijkheid geboden om, gejaagd door suspense, in een sneltreinvaart langs de alinea's te gaan en zinnen half te lezen. Alleen Al de mooie paarden, het verhaal van twee jonge woestijnruiters die gelouterd worden door het ongeciviliseerde leven in het Mexico van net na de Tweede Wereldoorlog, zou je met enige (uitgevers)fantasie een pageturner kunnen noemen. Het is ook geen toeval dat juist dit boek Cormac McCarthy tot een bekend Amerikaans schrijver maakte. Toen het drie jaar geleden verscheen gold de in 1933 geboren Texaan als een schrijversschrijver; hij had - op aanbeveling van onder anderen Saul Bellow - in 1981 de prestigieuze MacArthur Fellowship gekregen, maar van zijn veelgeprezen inktzwarte romans over het Amerikaanse Zuiden waren hoogstens enkele duizenden hardcover-exemplaren per titel verkocht. Met het opmerkelijk toegankelijke All the Pretty Horses bereikte McCarthy de top van de bestsellerlijsten, zij aan zij met Stephen King, Tom Clancy en Robert James Waller. Anders dan zijn even goed verkopende collega's werd McCarthy ook door de literaire kritiek enthousiast ontvangen. Voor All the Pretty Horses kreeg hij de National Book Award en de National Book Critics Circle Award; alleen in de strijd om de Pulitzer Prize moest hij zich tevreden stellen met een nominatie.

All the Pretty Horses, door een criticus 'Huck Finn and Tom Sawyer on horseback' genoemd, raakte een gevoelige snaar in de Verenigde Staten. De roman speelde in op tal van Amerikaanse literaire en culturele thema's. De belangrijkste personages van het boek, John Grady en Lacey Rawlins, zijn een soort eenzame cowboys die ver weg van de beschaving hun onschuld verliezen. Het dorre Mexico waarin zij geconfronteerd worden met paardendieven, landeigenaars, corrupte wetsdienaren en niet te vergeten zwartogige schonen, is een frontier die niet onderdoet voor het Wilde Westen uit de negentiende-eeuwse legendes. En hoewel het noodlot hem parten speelt, blijft John Grady vertrouwen stellen in zijn dromen en geloven in de fundamentele rechtvaardigheid van God en de wereld.

Het publiek sloot All the Pretty Horses in de armen als een gloedvolle exercitie in typisch Amerikaanse waarden als vrijheidsdrang, individualisme en een bijna fanatieke toewijding aan recht en orde. McCarthy werd er immens populair mee: ook van The Crossing, een op zichzelf staande roman over een odyssee door Mexico die gepresenteerd werd als tweede deel van de 'Border Trilogy', werden meer exemplaren verkocht dan van zijn eerste vijf boeken samen. Terwijl het een veel complexer boek was dan het rechttoe-rechtane All the Pretty Horses - en minder romantisch bovendien.

Donna Tartt

Een succesauteur tegen wil en dank, zo zou Cormac McCarthy zichzelf noemen. Tenminste als hij zich ooit eens zou uitspreken over zijn leven en werk, want het enige interview met de 'kluizenaar van El Paso' dateert van vlak voor de publikatie van All the Pretty Horses. Zijn New-Yorkse literair agent Amanda 'Binky' Urban - dezelfde als die van de Brat Pack-schrijvers en Donna Tartt - had hem overgehaald om één journalist (van The New York Times Magazine) te ontvangen, 'om er vanaf te zijn'. Het werd een moeizaam gesprek, waarin McCarthy weinig over zijn leven losliet omdat hij daar het belang niet van inzag, en nog minder over zijn boeken, aangezien hij daar niets aan toe te voegen had. Uit zijn schaarse woorden en de in het artikel verwerkte citaten van vrienden, kennissen en ex-vrouwen rees het beeld op van een erudiete loner die was opgegroeid als buitenbeentje in Knoxville, Tennessee en het grootste deel van zijn leven had doorgebracht in caravans en goedkope hotelkamers. Zijn favoriete schrijvers waren Melville, Dostojevski en Faulkner, zijn lievelingsboek was Moby Dick.

Vooral de invloed van Faulkner, de grootste schrijver van de zuidelijke Verenigde Staten, is duidelijk. Niet alleen in McCarthy's stijl, die gekenmerkt wordt door een zelfde aandacht voor spreektaal en dialect, een voorliefde voor retoriek en een aparte interpunctie (geen aanhalingstekens, weglating van de apostrof in woorden als dont en didnt); maar ook in zijn thematiek. Net als Faulkner schrijft McCarthy over de degeneratie van het Oude Zuiden, over de teloorgang van een tot de verbeelding sprekende levensstijl. In het geval van Faulkner was dat de aristocratische cultuur van de southern gentry (geïdealiseerd in Margaret Mitchells Gone With the Wind), bij McCarthy is het de vooral uit westerns bekende way of life van boeren en veehouders op de grens van de beschaving, in harmonie met de natuur. Beide auteurs verlustigen zich in de ontsporingen van hun personages. Hun aandacht voor inteelt, moord, dronkenschap, incest en necrofilie maakt hen tot waardige erfgenamen van de traditie van southern gothicism die in de negentiende eeuw door onder meer Edgar Allan Poe gevestigd werd.

“The ugly fact is books are made out of books,” luidde een van de weinige uitspraken van McCarthy in het interview met The New York Times Magazine; “de roman is voor zijn bestaan afhankelijk van eerder geschreven boeken.” In dat licht moeten we misschien ook het eerste deel van De kruising lezen. De heroïsche jacht van de zestienjarige Billy Parham op een in New Mexico verdwaalde wolvin roept sterke herinneringen op aan Faulkners epische jachtverhaal 'The Bear'. Maar daarmee is de stamboom nog niet vol: beide prozawerken zijn te beschouwen als een variatie op - en een hommage aan - de moeder van alle Amerikaanse achtervolgingsverhalen, Moby Dick.

Drie boeken van Cormac McCarthy zijn de afgelopen tijd in het Nederlands vertaald: de twee delen van de 'Border Trilogy' en de vroege novelle Child of God. Van die drie is Al de mooie paarden eigenlijk de minst gelukkige kennismaking met het werk van McCarthy. Hoe goed geschreven de roman ook is, hij is te veel doordrenkt van I'm a poor lonesome cowboy-romantiek om de nuchtere Hollandse lezer mee te slepen. Het verslag van de avonturen van John Grady maakt zelfs af en toe een sentimentele indruk - iets wat je zelden van het proza van Cormac McCarthy kunt zeggen.

Kind van God, gebaseerd op een beruchte seriemoordzaak in de jaren zestig, is veel subtieler, ook al is het onderwerp sensationeel. Het is een in korte episoden verdeeld griezelverhaal over een lustmoordenaar in Tennessee die vrouwen vermoordt en meesleept naar een grot in de bergen. Het perspectief in het boek wisselt (op een vervreemdende, mysterieuze manier), maar zelfs in de passages die het verhaal door de ogen van de moordenaar vertellen, kom je niets te weten over zijn motieven: Lester Ballard moordt zonder duidelijke reden, zoals Patrick Bateman dat doet in American Psycho van Bret Easton Ellis. Wat je na het lezen van Kind van God bijblijft is niet alleen de plastisch beschreven gruwelijkheid van de misdaden, maar ook het deprimerende beeld van de met white trash bevolkte heuvels waarin Ballard rondloopt.

Zo verstoken van hoop en menselijkheid als in Kind van God is de wereld van de 'Border Trilogy' niet. Al doet het lot van Billy Parham uit het recent vertaalde De kruising anders vermoeden. De majestueuze wolvin die hij met eindeloos geduld vangt en aan zich weet te binden, wordt met geweld van hem afgepakt en eindigt als sparring-partner in een gevecht met honden. Wanneer hij na zijn eerste omzwervingen in Mexico terugkeert naar zijn ouderlijke ranch, blijken zijn vader en moeder te zijn vermoord door een indiaanse bende. En als hij met zijn jongere broer Mexico intrekt op zoek naar de moordenaars van zijn ouders wordt hij keer op keer verraden en verlaten - op het laatst zelfs door zijn broer.

Sommige critici hebben The Crossing een western genoemd - wat vergelijkbaar is met het afdoen van The Sound and the Fury als streekroman of van Misdaad en straf als politiethriller. Zoals al valt af te leiden uit de titel is De kruising eerder een ontwikkelingsroman: in de paar jaar dat Billy Parham rondzwerft aan weerszijden van de Amerikaans-Mexicaanse grens - het verhaal speelt voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog - wordt hij van naïef jongetje tot hardboiled cowboy. Maar het is een ontwikkelingsroman waaraan opmerkelijk weinig gepsychologiseer te pas komt. We zien alle gebeurtenissen door de ogen van Billy, maar hij gunt ons geen kijkje in zijn geest. Hij is een ongrijpbaar figuur, iemand die indrukken opdoet maar nauwelijks emoties verraadt. Een eenzame held die sympathie afdwingt door zijn menselijk handelen temidden van onverschilligen en trouwelozen.

Bloemen en bloed

De wereld waar Billy Parham doorheen trekt is er een waarin arme boeren, anonieme reizigers en oude mensen de wijsheid in pacht hebben. Zij vertellen hem verhalen - over hun door revolutie en banditisme beheerste bestaan, over de wreedheden die ze doorstaan hebben, over hun wil tot overleven, en vooral over het belang van het vertellen van verhalen. 'Want,' zegt een van Billy's gesprekspartners in The Crossing, 'diezelfde wereld, die ons een ding lijkt van stenen en bloemen en bloed, is helemaal geen ding, maar een verhaal. (-) en het verhaal heeft geen woon- of verblijfplaats anders dan in het vertellen; daar leeft het en daar is het thuis en daarom kunnen we nooit ophouden met het te vertellen. Aan het vertellen komt nooit een eind.'

Een van de hoogtepunten van The Crossing is de af en toe onderbroken lange monoloog van een blinde oude man door wie Billy voor het eten wordt uitgenodigd. Geholpen door zijn vrouw vertelt de grijsaard het verhaal van zijn leven: hoe hij op een gruwelijke manier blind werd gemaakt tijdens de Mexicaanse revolutie en hoe hij zijn vrouw ontmoette nadat enkele uren tevoren haar vader en broers door aanhangers van generaal Huerta waren vermoord. Maar ook hoe de wereld zich aan hem als blinde toonde 'zoals hij haar nog nooit had gezien' en hoe hij vervolgens leerde berusten in zijn lot. En zoals de meeste blinde zieners besluit hij zijn betoog met een wijze raad. De gerechtige zal keer op keer opnieuw moeten beginnen, zegt hij tegen Billy, die net heeft meegemaakt hoe zijn broer bijna is doodgeschoten door Mexicaanse outlaws - 'of hij wil of niet'.

Het verhaal van de blinde oude man, betekeniszwanger als een bijbelse parabel, is maar een van de vele in The Crossing. Met elkaar vormen ze niet alleen de leerschool van Billy Parham, maar ook een pleidooi voor het zo origineel mogelijk vertellen van verhalen. Als je halverwege het boek de monoloog van een andere wijze oude man leest, heb je even het gevoel dat de schrijver zelf aan het woord is:

'De taak van de verteller is niet eenvoudig, zei [de oude man]. Het lijkt alsof hij zijn verhaal moet kiezen uit de vele die mogelijk zijn. Maar dat is in werkelijkheid niet zo. In werkelijkheid maakt hij van één verhaal er vele. De verteller moet er altijd voor zorgen dat de luisteraar niet kan zeggen, of denken, dat hij het verhaal weleens eerder gehoord heeft.'

    • Pieter Steinz