Winkelier spiedt gewapend met een zender naar dieven

ROTTERDAM, 19 OKT. Het licht mag niet aan in het smalle kantoortje met spiegelglas. Mariëlle Broeder, hoofd kassa, zou dan het zicht verliezen op de ingang en op haar negen caissières. Als iemand de C1000 binnenkomt die er “vreemd” uitziet roept ze de groente-afdeling om, dan weten de vakkenvullers dat ze moeten opletten. Soms betrappen die jongens wel vijf of zes winkeldieven per dag. “Aan het begin van de maand hebben ze nog geld, dan denken ze: als we gepakt worden kunnen we het betalen. Maar wij halen altijd de politie erbij.” De supermarkt heeft poortjes bij de kassa's en camera's, maar die worden niet bemand omdat er te weinig personeel voor is. Iedereen houdt zijn ogen open, zo worden de meeste dieven gepakt.

Uit het rapport 'Criminaliteit in de detailhandel', opgesteld in opdracht van het ministerie van justitie, blijkt dat bijna driekwart van de Nederlandse winkeliers het afgelopen jaar slachtoffer is geworden van diefstal, inbraak, beroving of vernielingen. Bij grote supermarkten en benzinestations ligt het percentage zelfs nog hoger. Maar, zo bleek ook uit het onderzoek, slechts 8 procent van de gedupeerden doet aangifte. De werkgeversorganisatie MKB-Nederland noemt dit gegeven onthutsend maar begrijpelijk. “Een winkelier is er veel tijd mee kwijt. Het kost hem dus ook geld. Bovendien is een verdachte vaak al snel weer op vrije voeten en vraagt een winkelier zich dan terecht af of het de moeite wel loonde.” MKB-Nederland pleit voor een hardere aanpak van het probleem, maar waarschuwt voor een kostbare beveiligingswedloop.

In een winkelcentrum in de Afrikaanderwijk in Rotterdam, waar ook de C1000 staat, zijn de winkeliers zelf in actie gekomen. Gemiddeld eens in de twee weken kregen ze een dief of overvaller over de vloer. Er werd een winkeliersvereniging opgericht, die sponsors zocht om een beveiligingsproject te financieren. Met geld van ABN-Amro, het Verbond van Verzekeraars en de gemeente volgden de winkeliers die dat wilden in maart en april van dit jaar een cursus bij de Nederlandse Veiligheidsdienst, waar ze leerden hoe overvallers te herkennen en met agressie om te gaan. “Het blijkt dat je rustig moet blijven”, zegt mevrouw K. van der Burght van de Verfmenger op de Pretorialaan. Ze staat haar hele leven al in winkels maar heeft toch nog wat geleerd. “Je moet niet staan schreeuwen in de winkel. Dat is weleens moeilijk, want het zijn jouw eigendommen.”

De grootste verbetering is volgens haar de surveillant van de Nederlandse Veiligheidsdienst, die nu hele dagen in de wijk patrouilleert. Dankzij subsidie kost hij de winkeliers maar honderd gulden per maand. Alle participerende winkeliers dragen een klein zendertje bij zich waarmee ze in noodsituaties zijn hulp kunnen inroepen. Een druk op de knop is genoeg, dan verschijnt hun code op zijn semafoon. Van der Burght heeft er al vaak gebruik van gemaakt en voelt zich veiliger. “Ik durfde geen minuut alleen te staan in de winkel. Nu wel. Ik ben niet meer alleen, er loopt daar iemand rond.” Het werkt preventief, zegt ze. “Het gaat als een lopend vuurtje rond, vooral bij de drugsverslaafden.”

E. Kool van het Broekenpaleis voor grote maten staat voor zijn winkel op de uitkijk met de armen over elkaar. Hij heeft ook een zendertje, maar hij heeft het nog niet gebruikt. “Ik zit hier al zo'n twintig jaar, ik ken ze allemaal.” Toch was hij er vorige week dichtbij. “Er kwamen een paar Joegoslaven de winkel in met zo'n klein kindje. Eén liep naar buiten en zei: Loop eens mee. Eén stond met open jas bij de spijkerbroeken. En toen was ik opeens dat kleine jongetje kwijt. Zat die in de etalage alle sokken bij elkaar te graaien.”