Voetbalbond geeft clubs adviezen op technische vlak

AMSTERDAM, 19 OKT. Het sectiebestuur betaald voetbal heeft in zijn concept beleidsplan voor de periode 1996-1999 zich ten doel gesteld aansluiting te behouden met de Europese top. Dit geldt zowel voor het clubvoetbal als het vertegenwoordigende voetbal (Nederlands elftal, Jong Oranje, etc.). Het sectiebestuur wil dit bereiken door te streven naar een zo spannend mogelijke competitie die zich kan meten met de beste van Europa. Het college van voorzitter Jos Staatsen zoekt in dit kader naar nieuwe spanningverhogende competitievormen, zoals een periodesysteem of een League Cup die dienen als kwalificatie voor het UEFA-Cuptoernooi.

Het sectiebestuur streeft niet naar een vermindering van het aantal clubs. Er wordt ruimte gelaten voor een uitbreiding van de eerste divisie tot maximaal twintig clubs. De eredivisie wordt gehandhaafd op achttien Betaald Voetbal Organisaties. Nieuwe clubs in het betaalde voetbal worden alleen toegelaten indien een bestaande club verdwijnt. Daarbij wordt het ook mogelijk de licentie van de BVO, die ter ziele is gegaan, over te nemen. De bestaande doorstromingsregeling wordt gehandhaafd. Dat wil zeggen dat de in de competitie als laatst geëindigde eerste divisieclub alleen degradeert als de amateurkampioen wenst te promoveren.

De voetbalbond streeft ook naar verbetering van de arbitrage. “Goede arbitrage betekent fluiten in de geest van de wedstrijd”, stelt het rapport. Door middel van het aantrekken van part-timekrachten wil de KNVB het arbiterskorps uitbreiden.

Opmerkelijk is dat het beleidsplan ook adviezen geeft op het technische vlak. Alle vertegenwoordigde elftallen, van hoog tot laag, zouden in de nabije toekomst volgens hetzelfde herkenbare systeem moeten spelen. En bij de jeugdteams dient in het kader van vorming en opleiding meer aandacht te worden besteed aan “resultaatgerichtheid”. Bij de aanstelling van coaches en begeleiders zal rekening worden gehouden met deze lange termijnvisie.

De sectie betaald voetbal wil ten behoeve van de clubs de functie gaan vervullen van service-instituut. Er komt ondersteuning op het gebied van voetbalzaken, zoals vorming, opleiding, en bedrijfsvoering ofwel management, informatisering en financiën.

Wat betreft de verdeling van de tv-gelden, met het oog op de verlenging van de media-contracten volgend jaar juli een heikel punt, stelt het sectiebestuur voor om 25 procent te benutten voor “doeluitkeringen” (voor infrastructuur en organisatie) die zorgen voor kwaliteitsverbetering van het voetbal. Het resterende bedrag zal gelijkelijk worden verdeeld over alle clubs in het betaalde voetbal. De inkomsten van rechtstreekse en integrale uitzendingen zullen voor 75 procent ten goede komen aan de betrokken clubs. Het overige deel wordt verdeeld over de rest van de BVO's.