Verzekeraars pleiten voor opvangregeling calamiteiten

DEN HAAG, 19 OKT. Het Verbond van Verzekeraars en de Verzekeringskamer vinden dat er een opvangregeling moet komen voor verzekeringsmaatschappijen “die financieel in de gevarenzonde komen”. Dat hebben de twee instanties vandaag bekend gemaakt.

“Het is een inbreuk op de economische orde”, zei bestuursvoorzitter Vermaat van de Verzekeringskamer dinsdag in een vraaggesprek met NRC Handelsblad. “De samenleving wil geen deconfitures en toch moeten inefficiënte verzekeraars het veld ruimen. Een opvangregeling is de koninklijke weg, waarbij de polishouders niet de dupe zijn.” Het Verbond en de Verzekeringskamer gaan de uitwerking van de regeling bespreken met het ministerie van financiën, zo is vandaag bekend gemaakt.

Indien de Verzekeringskamer constateert dat een levensverzekeraar financieel in de gevarenzone komt, moet zij de mogelijkheid hebben van een vroegtijdig waarschuwingssignaal. Er is dan nog geen sprake van een situatie waarin de wet het uitspreken van een noodregeling voorschrijft (in feite het voorstadium van faillissement), maar er zijn wel sterke aanwijzingen, dat handelen binnen korte termijn geboden is.

In deze cruciale fase moet de Verzekeringskamer als vervolg op dit waarschuwingssignaal de wettelijke mogelijkheid krijgen om maatregelen te nemen. Dit kan betekenen dat de verplichtingen door een marktpartij worden overgenomen. In het uiterste geval kan de levensverzekeraar worden opgelegd de verplichtingen onder te brengen bij een onderlinge waarborgmaatschappij, op te richten door het Verbond van Verzekeraars. Op dit moment voorziet de wetgeving niet in een dergelijke verplichte opvangmogelijkheid.

Een enkele deconfiture kan ernstige schade toebrengen aan het vertrouwen van de consument. “Alles moet in het werk gesteld worden om dergelijke incidenten te voorkomen”, aldus het Verbond en de Verzekeringskamer.