Versobering Vut levert geen grote besparing op

DEN HAAG, 19 OKT. De versobering van de VUT voor ambtenaren levert “geen substantiële besparing” op. Tegenover een besparing op de uitgaven voor de VUT staan meer kosten voor onder meer arbeidsongeschikheidsregelingen.

Tot deze conclusie komt het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (Nidi) in een rapport dat onlangs is aangeboden aan minister Ritzen (onderwijs, cultuur en wetenschappen) en Dijkstal (binnenlandse zaken).

In het regeerakkoord hebben PvdA, VVD en D66 afgesproken dat er in deze kabinetsperiode 1,5 miljard gulden moet worden bezuinigd op de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren. Bijna negentig procent van dit bedrag zou worden opgebracht door de VUT.

Minder mensen in de VUT levert niet de geplande beparing op, aldus het Nidi. Tegenover lagere VUT-uitgaven staat een stijging van de kosten van arbeidsongeschiktheid. De Nidi-onderzoekers Van Imhoff en Henkens wijzen erop dat het aandeel van de ouderen in overheidsdienst de komende decennia sterk zal toenemen. Als de werknemers ouder worden, worden ze gemiddeld duurder. Op dit moment komen deze kostenstijgingen vooral tot uiting bij VUT en wachtgeld; de WW voor ambtenaren.

“Bij alternatieve stelsels komen zij ergens anders tot uiting, bij voorbeeld in arbeidsongeschiktheid of in de salariskosten van de actieven, of in werkloosheidsuitkeringen voor jongeren die geen baan kunnen vinden omdat ouderen niet snel genoeg uitstromen”, constateren de onderzoekers deze week in een artikel in het economenblad ESB. Het ministerie van binnenlandse zaken moet het Nidi-rapport nog bestuderen en kon vandaag nog geen inhoudelijke recatie geven.

Minister Dijkstal (binnenlandse zaken) en de ambtenarencentrales hebben een strak tijdschema vastgesteld om te komen tot een nieuw, flexibel systeem van vervroegde uittreding voor ambtenaren. Vóór 1 januari volgend jaar moet de vorm van het nieuwe stelsel vast staan. Drie maanden later, na consultatie van de leden, moeten definitieve afspraken worden gemaakt. Dat bleek gisteren na afloop van overleg tussen Dijkstal en de centrales. “We hebben elkaar voor het blok gezet”, zei Dijkstals topambtenaar Annink.

“Het is de bedoeling van partijen de VUT per 1 april 1997 te vervangendoor een systeem van flexibel vervroegd uittreden, met als kenmerken eenbasisuitkering, een flexibel pensioen en een garantieregeling”, melden beide partijen in een gezamelijke verklaring.

Als alles doorgaat kunnen ambtenaren vanaf 1 april 1997 tussen hun 55e en hun 65e stoppen met werken. Degenen die langer doorwerken ontvangen echter een hogere uitkering. Ambtenaren die pas stoppen als zij 65 zijn, krijgen bovendien een extra premie. De totale uitkering wordt voor een deel collectief gefinancierd (het basispensioen) en voor een deel door de individuele ambtenaren bij elkaar gespaard (het aanvullende deel).

Onenigheid is er nog tussen Dijkstal en de bonden over de polisvoorwaarden. In Dijkstals voorstellen ligt het “scharnierpunt” voor vervroegde uittreding op 62 jaar. Ambtenaren die op die leeftijd stoppen met werken krijgen een uitkering van 70 procent van hun laatstverdiende salaris. De ambtenarencentrales houden tot nu toe vast aan de huidige uitkering: 75 procent bij uittreden op 61-jarige leeftijd.