Van bodemvervuiling is nog niemand ziek geworden

Ondanks alle zorgen voor morgen heeft milieuvervuiling nauwelijks effect op de levensverwachting. Niet in West-Europa, maar verrassend genoeg, ook niet in het ernstig vervuilde Oost-Europa.

Kees van der Heijden is directeur van de Bilthovense vestiging van het Europees Centrum voor Milieu & Gezondheid van de WHO. Hij kan zich mateloos ergeren aan de claims die onder het mom van wetenschap worden gedaan. 'Als je veronderstellingen over een verband tussen chemicaliën en gezondheid niet kunt toetsen is het geen wetenschap. Toch zijn er steeds meer lieden die een soort 'new age'-toxicologie bedrijven. Ze zetten overheid en publieke opinie aan tot actie op grond van beweringen, die niet zijn bewezen. Ik vind dat een gevaarlijke ontwikkeling.'

Van der Heijden keert zich tegen de 'keukentafel-epidemiologie' van onder meer het Meldpuntennetwerk Gezondheid en Milieu. Het Meldpuntennetwerk verzamelt klachten van burgers over ziekten en aandoeningen die mogelijk verband houden met vervuiling door fabrieken en verbrandingsinstallaties. Van der Heijden: 'In de Verenigde Staten zie je een vergelijkbaar fenomeen. Groepen huisvrouwen, die aan de hand van cijfers over sterfgevallen in familie en kennissenkring een verband proberen te leggen tussen borstkanker en milieuvervuiling. Methodologisch een twijfelachtige onderneming.'

De 'new age' toxicologie is volgens Van der Heijden gevaarlijk omdat het leidt tot onnodige paniek onder de bevolking. Zo kunnen de emoties hoog oplopen als in een woonwijk wordt ontdekt dat de bodem is vervuild. Onnodig, want, aldus Van der Heijden: 'In alle jaren dat ik me bezighoud met de effecten van milieuvervuiling op de gezondheid ben ik geen enkel voorbeeld tegengekomen waarbij bodemvervuiling leidde tot problemen met de gezondheid. Ook niet in Love Canal (een stortplaats van chemisch afval in Niagara Falls in de VS, JvK). Zelf hebben we indertijd onderzoek gedaan naar de bodemvervuiling met HCH in Twente en de zieke koeien van boer Peters. Een uitdaging voor elke toxicoloog, maar we hebben niet aan kunnen tonen, dat er een verband bestond.'

'New age' toxicologie is ook gevaarlijk, omdat het de aandacht afleidt van de werkelijke bedreigingen voor de gezondheid. De bedreigingen zijn onlangs in kaart gebracht in het boek 'Concern for Europe's Tomorrow', een omvangrijke studie van het Europese Centrum voor Milieu en Gezondheid van de WHO, de Wereldgezondheidsorganisatie. 1) De studie vormt de basis voor een gezamenlijke monografie van de WHO en de European Environmental Agency voor de Europese conferentie van milieuministers die deze maand in Bulgarije wordt gehouden.

Michal Krzyzanowski, medewerker van het WHO-centrum in Bilthoven, legt uit hoe de Europese Zorgen voor Morgen tot stand zijn gekomen. 'We zijn begonnen met het verzamelen van gegevens over de sterfte in heel Europa. Op basis daarvan konden we per land de levensverwachting bepalen. Dat was niet goed genoeg. Om iets te kunnen zeggen over mortaliteit in relatie tot omgevingsfactoren moesten we de levensverwachting hebben op subnationaal niveau, zeg maar op het niveau van de provincie. Dat is gelukt. We hebben nu kaarten waarop we sterftecijfers per regio kunnen aangeven. Dan blijkt dat er soms behoorlijke verschillen zijn. Zo is het sterftecijfer in Noord-Engeland en Schotland een stuk hoger dan in Zuid-Engeland. In Polen zie je een gradiënt van oost naar west; in het westen is het sterftecijfer hoger dan in het oosten.'

Armoede

Met omgevingsfactoren hebben die verschillen weinig te maken. Wel is er een relatie met sociaal-economische factoren; hoe armer, hoe hoger de sterfte. Krzyzanowski: 'In Polen is dat goed te zien. Katowice geldt algemeen als de meest vervuilde stad van het land. Toch is de sterfte daar niet het hoogst. De hoogste mortaliteit vind je in Lodz, een gebied waar veel arbeiders wonen.' Wat de oorzaak daarvan is, is niet duidelijk. Het heeft, aldus Krzyzanowski vermoedelijk te maken met opleiding en mede daardoor een ongezonde leefwijze.

De gegevens over mortaliteit zijn vervolgens gekoppeld aan omgevingsinvloeden. Dat vergde wat epidemiologische kunstgrepen, want gegevens over omgevingsinvloeden zijn zeker niet algemeen beschikbaar. Globaal komen die kunstgrepen erop neer dat gegevens over blootstelling van delen van de Europese bevolking worden geëxtrapoleerd naar gezondheidseffecten bij de totale bevolking. Zo is er een verband tussen blootstelling aan natuurlijke radioactiviteit (voornamelijk radongas) in Zweden en het voorkomen van longkanker. Studies aldaar hebben laten zien dat radon voor ongeveer 16% bijdraagt aan de mortaliteit door longkanker. Die gegevens mag je natuurlijk niet zomaar vertalen naar heel Europa, zegt Krzyzanowski. Gezien de bodemsamenstelling is de blootstelling aan radon in Zweden veel hoger dan in Nederland. 'Wat wij hebben gedaan is die relatie tussen dosis en effect vertalen naar andere regio's. Dan blijkt dat in Nederland de blootstelling aan radon helemaal geen rol speelt bij het ontstaan van longkanker.'

Die aanpak is 'tricky' geeft Krzyzanowski onmiddellijk toe, want je kunt de bijdrage aan de mortaliteit gemakkelijk over- of onderschatten. 'We hebben het zo verantwoord mogelijk proberen te doen en waar mogelijk hebben we de bandbreedte duidelijk aangegeven', zegt hij. 'Veel meer kun je niet doen.'

In Concern for Europe's Tomorrow is een groot aantal milieufactoren geanalyseerd op hun mogelijke bijdrage aan de mortaliteit in Europa. Bij luchtvervuiling is bijvoorbeeld gekeken naar zwaveldioxide, lood, stikstofoxiden, ozon en SPM (suspended particulate matter, ofwel roet en aerosolen) maar ook naar binnenlucht. Bij water is gekeken naar zowel chemische als biologische verontreiniging. Verder is gekeken naar chemische en biologische verontreinigingen van voedsel en dranken, meervoudige blootstelling aan chemicaliën, geluid, ongevallen en straling, zowel radioactieve straling als UV-straling. Een schat aan gegevens. Weliswaar wat grofstoffelijk, maar, aldus Van der Heijden, voldoende om aan te geven waar de echte problemen zitten.

De echte bedreiging voor de gezondheid ligt in ieder geval niet bij het gat in de ozonlaag. Van der Heijden: 'De toename van het aantal gevallen van huidkanker kan waarschijnlijk grotendeels worden verklaard door de vakanties naar de zon. Een jaarlijkse vakantie van twee weken naar het zuiden verhoogt het risico op het ontwikkelen van een melanoom met een factor vijf. De berekende toename van het aantal gevallen van huidkanker als gevolg van het gat in de ozonlaag valt daarbij in het niet.'

'Daarmee is niet gezegd dat de toename van de UV-straling geen probleem is. Waar ik me zorgen over maak is het effect van meer UV op de landbouw, het verminderen van de opbrengsten. Maar daar hebben we ons niet mee bezig gehouden; we hebben alleen gekeken naar de gezondheid.'

Dioxine

Dioxine heeft, bij de huidige niveaus van blootstelling, evenmin een waarneembaar effect op de gezondheid. Van der Heijden: 'In de meeste landen zien we al weer een vermindering van het gehalte aan dioxine in moedermelk. Maar zelfs in de periode dat er sprake was van relatief hoge gehalten is de blootsteling nooit zo hoog geweest dat er effecten op de gezondheid waarneembaar waren.' Onderzoek van bijvoorbeeld het AMC, waaruit een ontwikkelingsachterstand zou moeten blijken van kinderen die via de moedermelk dioxinen binnen hebben gekregen, kunnen volgens Van der Heijden, wetenschappelijk gezien niet door de beugel. Het is slecht onderbouwd en speculatief.

Uit de WHO-studie blijkt dat de sterfte vooral wordt beïnvloed door voedingsgewoonten en leefstijl. Veel en vet eten, roken en overmatig drankgebruik zijn nog steeds de belangrijkste parameters voor hart- en vaatziekten en kanker, de voornaamste doodsoorzaken in Europa.

Toch spelen ook omgevingsfactoren een rol. In de monografie die is opgesteld voor de bijeenkomst van milieuministers in de Bulgaarse hoofdstad Sofia worden de drie belangrijkste aangegeven. Op de eerste plaats luchtvervuiling, meer in het bijzonder de luchtvervuiling met SPM (suspended particulate matter, d.w.z. roet en aerosolen). Een tweede bedreiging is besmet drinkwater en de derde grote gezondheidsbedreiging is het verkeer.

Dat SPM de gezondheid beïnvloedt was in de Middeleeuwen al bekend. De eerste keer dat er wetenschappelijk een oorzakelijk verband werd aangetoond was in 1930 in de Maasvallei in België. Als eenzelfde niveau van vervuiling Londen zou treffen, zo voorspelde de Belgische onderzoeker Firket indertijd, zou dat een extra sterfte opleveren van 3000 mensen. Twintig jaar later werd zijn voorspelling bevestigd tijdens de 'smog' van 1952 toen 4000 mensen het leven lieten.

De luchtkwaliteit is fors verbeterd in de afgelopen veertig jaar. Toch zijn er nog steeds aantoonbare effecten op de gezondheid. Naast sterfte zijn dat CARA en in het algemeen een verminderde longfunctie bij langdurige blootstelling. Ter illustratie: de gemiddelde levensverwachting in Nederland zou met 1,1 jaar kunnen stijgen als we niet werden blootgesteld aan SPM.

Naast SPM is ook lood een belangrijke factor, vooral in Oost-Europa. Waar in Nederland de concentratie lood in het bloed circa 10 microgram per liter is, is dat in sommige delen van Roemenië 700 microgram. Dat is overigens wel in een regio met loodmijnen. Bronnen van lood zijn verder benzine, met name in Oost-Europa en loodhoudende verf. 'Weliswaar bevat verf geen lood meer', zegt Van der Heijden, 'maar wat er indertijd op de muren is gesmeerd komt nu nog vrij. Je ziet ook hier een relatie met welstand. Hoe armer de mensen, hoe slechter het onderhoud van de huizen en hoe groter de blootstelling aan lood, via de binnenlucht.'

De tweede grote bedreiging van de gezondheid is biologisch verontreinigd drinkwater. In Nederland niet zo'n groot probleem, alhoewel ook hier de gevreesde Cryptosporidium is waargenomen. De vrees dat de huidige gehaltes aan nitraat effecten kunnen hebben op de gezondheid is volgens Van der Heijden uit de lucht gegrepen. 'De huidige norm van 50 milligram per liter is alleszins verantwoord. Pas ver boven de 100 milligram kun je problemen verwachten met 'blauwe baby's'. Overigens blijkt uit wat daarvan bekend is, dat die verschijnselen alleen optreden in combinatie met darminfecties. Je kunt je dus best afvragen of nitraat de oorzaak is of de infectie.'

De vaak geuite veronderstelling dat nitraat wordt omgezet in nitriet en vervolgens in kankerverwekkende nitrosamines is volgens Van der Heijden nooit hard gemaakt. 'Sommige instituten in Duitsland zijn al twintig jaar bezig en ze hebben nog geen spoor van bewijs gevonden.'

De effecten op de gezondheid als gevolg van biologische besmetting van drinkwater zijn ordes van grootte ernstiger dan de chemische vervuiling van drinkwater. Op diverse plaatsen in Oost-Europa komt zelfs nog cholera voor. Mede daarom kan Van der Heijden zich behoorlijk opwinden over het streven van de milieubeweging om chloor in de ban te doen. 'Krankzinnig', meent hij, 'in het rijke Westen kun je je misschien wel permitteren om drinkwater te desinfecteren met ozon in plaats van chloor. Maar voor landen als Tadjikistan of Toerkmenistan is dat een onbetaalbare luxe. Chloreren is gewoon nodig voor veilig drinkwater.'

Jumbo-jet

De derde bedreiging van de gezondheid in Europa wordt gevormd door ongevallen, vooral verkeersongevallen. Van der Heijden. 'Dagelijks komen er in Europa 340 mensen om bij verkeersongelukken, een Jumbo-jet per dag. En dan heb ik het nog niet over de 6200 gewonden per dag.'

In discussies over milieu en gezondheid worden die ongevallen meestal vergeten, maar dat is volgens Van der Heijden niet terecht. 'Het is een omgevingsfactor waarop je weinig invloed kunt uitoefenen. Je kunt wel zeggen dat je niet aan het verkeer hoeft deel te nemen, maar dat is onzin. Je moet toch naar school of naar je werk en dan kun je de risico's van het verkeer niet ontlopen. Wat mij opvalt is dat we ons ontzettend druk maken over tienden van picogrammen dioxine. We geven honderden miljoenen uit aan nieuwe verbrandingsinstallaties, maar die 1300 verkeersdoden per jaar accepteren we alsof het zo hoort.'

Gezondheid is meer dan vermijden van sterfte; het heeft ook te maken met de kwaliteit van leven. Het lijkt alsof daar geen rekening mee is gehouden in de studie. Van der Heijden: 'Bij het onderzoek is niet alleen uitgegaan van sterfte-gegevens, maar ook van gegevens over morbiditeit, ziekte dus, bijvoorbeeld het optreden van luchtweg-aandoeningen. Er is dus wel degelijk rekening gehouden met het feit dat gezondheid meer is dan een hogere levensverwachting. Alleen in de conclusies hebben we ons voornamelijk beperkt tot een objectieve maatstaf als sterfte'

Betekenen de resultaten van het onderzoek dat je bepaalde milieunormen zou kunnen verruimen, bijvoorbeeld voor nitraat of dioxine? Of moet je rekening houden met het feit dat niet alle organismen even goed bestand zijn tegen vervuiling als de mens? Van der Heijden: 'De resultaten beteken natuurlijk niet dat je de normen kunt verruimen. Het feit dat er geen ernstige effecten bij de mens zijn gevonden, betekent niet, dat er helemaal niets aan de hand is. De uitkomst van het onderzoek is beperkt door de opzet ervan. In principe is er in de studie alleen gekeken naar effecten bij de mens, niet bij andere organismen. Die kunnen gevoeliger zijn, maar dat uit te zoeken was niet de opzet van de studie.'

Moet je niet veel meer uitgaan van ethische normen in de trant van 'er hoort geen bestrijdingsmiddel in grondwater'. Van der Heijden: 'Het is altijd goed om uit te gaan van het ALARA-principe, As Low As Reasonably Achievable. Maar dat speelt een rol bij de echte normstelling; dat is een beleidsbeslissing, geen wetenschappelijke beslising. Datzelfde geldt voor een kwaliteitsnorm, bijvoorbeeld dat er geen bestrijdingsmiddelen in drinkwater mogen zitten. Toch wordt vaak een gezondheidkundige norm gebruikt om te kijken of er, in geval van overschrijding, risico's bestaan voor de gezondheid.'

1) Concern for Europe's Tomorrow: Health and the Environment in the WHO European Region / WHO European Centre for Environment and Health. Uitgegeven door het Wissenschaftliche Verlagsgesellschaft mbH Stuttgart, ISBN 3-8047-1406-4.

    • Joost van Kasteren