Tien jaar basisschool

Tiny Rompelberg (54) geeft sinds 1971 les aan groep 3 van de openbare basisschool Berg in Berg en Terblijt (353 leerlingen). Als lid van de ouderraad is ze nauw betrok- ken bij de ouderhulp.

'Toen we in 1978 een nieuw schoolgebouw hadden gekregen, gingen we steeds vaker ouders vragen om op school te helpen. We wilden hen de school in krijgen, ervoor zorgen dat ze niet langer bij het hek bleven staan als ze hun kinderen naar school brachten. Vijfentwintig jaar geleden bevond de leerkracht zich immers op een voetstuk en hadden ouders een verschrikkelijke drempelvrees om de school binnen te gaan. Dat wilden we veranderen. Want als ouders door de school lopen begrijpen ze beter waar de kinderen mee bezig zijn, terwijl de kinderen het leuk vinden dat de ouders er zijn.

'De ouderhulp werd zo'n succes dat in de jaren tachtig veel ouders kwamen helpen op school. Het was dringen. Als je vier mensen nodig had bij spelletjes voor de kleintjes kreeg je er acht of negen. Je moest een strak rooster maken om te zorgen dat iedereen aan bod kwam. Dan zei je: 'Jullie helpen eerst vier weken, en daarna zijn vier andere ouders aan de beurt.'

'Tegenwoordig is het aanbod voor ouderhulp veel kleiner. Aan het begin van het jaar gaat er een schoolkrant uit, een Snuffelaar, waarin we mensen vragen of ze genegen zijn te assisteren bij de spellen, de computer, zwemles, bij het handwerken. Je krijgt nog maar een paar ouders. Je moet naar de mensen toegaan om te vragen: 'Zou je niet toch willen komen helpen? En als je zelf niet kan, ken je dan iemand anders die het misschien wil?' Het is zo moeilijk dat je blij moet zijn met elke hulp die je krijgt.

'De maatschappij is de afgelopen jaren erg veranderd. Vroeger was de werkende vrouw een uitzondering, nu is het andersom. Vrouwen houden hun baan aan wanneer ze kinderen krijgen. Of ze nou kantoorwerk doen of schoonheidsspecialiste zijn. Veel van hen werken een paar dagen in de week, of een paar uur per dag. Waarna thuis het was- en strijkwerk ligt te wachten. Dan houd je dus minder tijd over. Ouders hebben het sowieso erg druk in de jaren negentig: als ze niet werken, volgen ze wel een cursus, of moeten ze sporten. Mensen zijn meer met zichzelf bezig dan vroeger. Je ziet het ook aan andere dingen. Vroeger kwam de moeder of de vader het kind halen en brengen. Nu is het heel normaal dat opa's en oma's, of oppasmoeders dat doen.

'Doordat minder ouders komen helpen, kunnen we minder flexibel organiseren. We hebben bijvoorbeeld het vak techniek-handvaardigheid opgedeeld in een roulatiesysteem met tien of twaalf activiteiten in vier verschillende klassen. De kinderen mogen zelf uitkiezen waarmee ze beginnen; ze kunnen iets doen in hun eigen groep, maar ze kunnen ook naar een andere groep gaan. Eén groepje heeft techniek-solderen, een ander techniek-breien, weer een ander techniek-weven. Het voordeel is dat de leerlingen eens in een andere klas kunnen kijken, andere dingen zien. Maar je moet wel voor ieder groepje één ouder hebben. Omdat we dit jaar maar weinig ouders hadden, konden we het alleen rooien door een paar technieken te schrappen. We zijn zelfs van plan geweest terug te gaan naar één techniekles voor de hele groep.

'Voor de computerles geldt hetzelfde. Omdat we zes terminals hebben, kunnen niet alle kinderen tegelijk achter een beeldscherm zitten. Dus gaat een deel van de klas computeren - met rekenprogramma's, de paintbrush, het kaartspelletje patience - terwijl de rest onder leiding van de leraar iets anders doet. Na een kwartiertje is het dan wisselen. Maar ook dit roulatiesysteem is alleen mogelijk als er voldoende ouders zijn om de kinderen te begeleiden bij de computers.

'Ook in de kleuterklas zijn er verschillende activiteiten per groep. Bijvoorbeeld bij het borduren, dat nogal intensief is, wordt aan ouders gevraagd of ze een keertje willen meehelpen. Tafeltjes en stoeltjes worden op de gang gezet, en daar zijn de ouders dan met de kinderen bezig.

'Ik vind het moeilijk dat er weinig ouders voor het overblijven beschikbaar zijn. Soms komen we uit bij mensen die zelf geen kinderen meer op school hebben. Vroeger waren er altijd twee ouders bij het overblijven, dat is er nu vaak nog maar één. Als we nog minder ouders kunnen vinden, dan kan het gebeuren dat we vast komen te zitten.'

    • Joris Abeling