Raad v/d Kunst: Berenschot ongenuanceerd

DEN HAAG, 19 OKT. Het Bureau Berenschot miskent de complexiteit van de podiumkunsten. In het rapport De Podiumkunsten na 2000 - Naar een nieuw beleid, beschouwt het de sector als homogeen. Dat is onterecht, stelt de Raad voor de Kunst. Een toneelgezelschap functioneert anders dan een muziekensemble. De Raad schrijft dit in een advies op verzoek van staatssecretaris Nuis van cultuur.

Berenschot presenteerde het rapport, dat ook in opdracht van het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschappen tot stand kwam, in juni. De notitie is bedoeld ter voorbereiding van de Cultuurnota 1997-2000, die Nuis volgend jaar uitbrengt.

Doordat Berenschot de podiumkunsten als een homogene markt ziet, sluiten de aanbevelingen volgens de Raad voor de Kunst onvoldoende aan bij de praktijk. Ze missen nuanceringen en kanttekeningen.

Berenschot hanteert in de notitie twee toekomstscenario's. In beide gevallen concluderen de onderzoekers dat het beleid radicaal anders moet, omdat het toekomstige publiek het aanbod niet zal waarderen. De overheid subsidieert volgens Berenschot ten onrechte produkties van een hoge kwaliteit. Omdat voor die avantgardistische 'topkunst' weinig belangstelling zal zijn, stellen de rapporteurs dat het kwaliteitsprincipe overboord moet worden gezet. Volgens dat principe, dat één van de pijlers is van het huidige beleid, komt een produktie op basis van kwaliteit in aanmerking voor overheidssubsidie. De Raad constateert onder andere dat voorstellingen en concerten op een hoog niveau over de belangstelling van het publiek niet te klagen hebben. (ANP)