Prosopagnosie

Het uit Griekse woorden samengestelde woord pros-op-a-gnosie (gezicht-zien-niet-kennen) is vrij recent overgewaaid uit het Engels. Ik ben mij al een halve eeuw van deze eigenschap bewust. Zij wordt vermeld in uw artikel over hersenbeschadiging in W&O van 28 september.

Medisch is het een aandoening, psychologisch een eigenschap. De aandoening is niet kenbaar, de eigenschap wel. De aandoening kan plotseling optreden, bijvoorbeeld door een herseninfarct, of aangeboren zijn. In beide gevallen bezorgt de aandoening de drager geen enkele hinder, medisch gesproken. De eigenschap kan sommige beroepen minder wenselijk maken, zoals de diplomatieke dienst of sommige politietaken.

Bestaat het verschijnsel van jongsaf, dan is de eigenschap in feite een mengeling van aangeboren en verworven. Zoals wel vaker bij geringe handicaps (linkshandigheid, hardhorendheid, kleurenblindheid enz.) zal de bezitter zowel cultivatie- als compensatie-gedrag kunnen vertonen. Compensatiegedrag is er door mensen die je niet aan hun gezicht herkent, wèl te herkennen aan hun kleren (nogal onpraktisch), hun haren, speciale kenmerken of hun stem.

De meeste mensen kunnen niet begrijpen of geloven dat je hen niet herkent, hoewel je misschien de vorige dag nog met ze hebt gepraat, om maar te zwijgen van een meisje met wie je uit bent geweest. Het heeft niets te maken met het zgn. korte geheugen: ik kan veel beter dan de meeste mensen iets wat ik één keer heb gezien onthouden, een telefoonnummer of een dichtregel. Het staat ook los van herkennen als zodanig: een plek waar ik eenmaal ben geweest, een weg die ik jaren geleden heb gereden, kan ik tot verbazing van velen moeiteloos terugvinden.

Bijziendheid speelt een rol. Wie in zijn jeugd jarenlang door het niet hebben van een bril eraan gewend is geraakt om gezichten niet scherp te zien went zich af om op gezichten te letten.

Onverklaarbaar is nog waarom mensen met deze eigenschap soms na korte tijd geen mensen herkennen, maar na hele lange tijd soms wel. Ik herkende zonder moeite op een klassereünie van de lagere school klasgenoten die ik in 47 jaar na mijn negende niet meer had gezien.

De eigenschap is vaak geen handicap maar een voordeel: je staat bij een ontmoeting beter open voor de persoon van dat moment als je niet direct het complexe bestand van vorige ontmoetingen afdraait.