Overleeft de CDA-familie gezinspolitiek?

Collega Marc Chavannes heeft Nederland eens betiteld als 'de liefste democratie ter wereld'. Hij heeft gelijk. In talloze landen staan momenteel politici onder druk omdat zij ervan verdacht worden de kas getild te hebben, of anderszins discutabel gedrag te hebben vertoond. Maar niets van dat alles in Nederland. Wat politiek-Den Haag nu al weken bezighoudt is wie er wel en wie er niet hebben gelachen om het voorstel van CDA-fractievoorzitter Heerma voor een minister van familiezaken. Geen beschouwing over het door Heerma tijdens de algemene politieke beschouwingen van een maand geleden aangesneden onderwerp of er wordt allereerst uitvoerig stilgestaan bij het vermeende lachen. Het is weer eens Holland op zijn smalst. Zo lief en tegelijk zo bekrompen.

Hebt u gelachen? Nee? Dan op zijn minst toch wel gesmaald? De minister van justitie die openlijk in de Tweede Kamer verklaart niet te hebben gelachen. Nederland heeft weer een nationale kwestie op niveau. Het doet het ergste vrezen voor het verdere verloop van het debat, als dat tenminste ooit nog wordt gevoerd. Want als gevolg van de debriefing van alle aanwezigen bij de algemene beschouwingen lijkt het inhoudelijke aspect van Heerma's boodschap steeds verder ondergesneeuwd. Er wordt dan wel bij het CDA enthousiast geroepen dat het Heerma eindelijk is gelukt een punt op de politieke agenda te zetten, maar wat dan precies? Want is gezinspolitiek niet altijd een thema van het CDA en zijn politieke voorgangers geweest. Het gezin als hoeksteen van de samenleving is een reeds zeer lang bestaand begrip dat bijna automatisch aan de confessionele partijen, het CDA voorop, kan worden gekoppeld. En dan nu toch opeens die ophef.

Het zegt waarschijnlijk veel meer over de politieke bloedarmoede die er thans heerst. Naarstig op zoek naar nieuwe polariteiten wordt elk mogelijk thema door iedereen dankbaar opgepakt. Over de hoofdlijnen van het sociaal-economisch beleid, lange tijd goed voor de smalle marges in de Nederlandse politiek, heerst in de Tweede Kamer op een handvol stemmen na algehele consensus. Ook buiten de Kamer trouwens. De sociale partners zijn weer echt partners geworden, zo bleek deze week tijdens het Najaarsoverleg.

Toch kan er alleen een midden zijn bij de gratie van uiteinden. Als die niet sociaal-economisch kunnen worden bepaald, dan maar op het immateriële vlak. Vandaar de gretigheid waarmee de opmerkingen over gezinspolitiek zijn opgepakt. Juist omdat de verdere uitwerking van dit thema voor het CDA zelf zulke verstrekkende gevolgen kan hebben voor de politieke positie van de partij, is interessant hoe het debat zich vooral tussen de christen-democraten onderling zal ontwikkelen.

De in de Verenigde Staten al veel langer woedende discussie over family values kent zowel een verlichte als een conservatieve benadering. CDA-fractievoorzitter Heerma heeft in eerste instantie gekozen voor de eerste mogelijkheid. In de Tweede Kamer sprak hij over een “moderne gezinspolitiek”. Oftewel, zoals hij even later verduidelijkte: “Een gezinspolitiek die recht doet aan eigentijdse verlangens en ambities van elk individu zonder het gezin als geheel uit het oog te verliezen”. Zó ruim gedefinieerd kan niemand er tegen zijn. Dat is dan ook direct het probleem. Niemand ontkent de functie van samenlevingsverbanden als het gaat om het overdragen en bewaken van waarden en normen. Maar tegelijk houdt met het doen van die constatering de rol van de overheid zo ongeveer wel op. Of niet? Het antwoord op die vraag zal medebepalend zijn voor de toekomstige plaats van het CDA in het politieke krachtenveld.

De uitwerking van het thema heeft zich bij het CDA tot nu toe beperkt tot het voorstel om te komen tot een minister voor gezinszaken. Een speciale minister; het is de bekende methode om een tamelijk abstract begrip toch enigszins handen en voeten te geven. Maar het aanstellen van één politiek verantwoordelijke is natuurlijk het logische sluitstuk van een aantal concrete voornemens. Heerma is echter precies andersom begonnen. Eerst de minister, maar waar deze dan precies op moet letten dan wel verantwoordelijk voor moet zijn, is tot op heden onduidelijk gebleven.

Dan was Gerry van der List, medewerker van het wetenschappelijk bureau van de VVD een maand geleden in een interview met het dagblad Trouw aanzienlijk helderder toen hij pleitte voor een hernieuwd normbesef. “Ik hecht veel waarde aan liberale verworvenheden als individuele vrijheid, het spontane proces van de vrije markt en de democratische rechtsstaat. Maar daarnaast kunnen we van de conservatieven het gevoel voor traditie, gemeenschap en historische deugden leren”, aldus Van der List.

Hij brengt zijn opvattingen over gemeenschapsdenken direct in verband met conservatisme en zoekt aansluiting bij de opvattingen die de Amerikaanse republikeinse politicus Newt Gingrich over het gezin verkondigt. Tot een dergelijke ideologische stap heeft zich binnen het CDA nog niemand openlijk bekend. Want dan gaat het er om dat morele waarden die met het gezin samenhangen tot actief overheidshandelen worden verheven. Kortom, een politiek die veel verder gaat dan het pleidooi voor een verhoging van de kinderbijslag of het afwijzen van de 24-uurs economie. Het is een overheid die in al zijn facetten duidelijk keuzes maakt tegen het individu en voor het gezin.

Maar tot nu toe is de gezinspolitiek bij het CDA echter blijven steken in mooie woorden voor de zondag. Het wachten is op een CDA dat het hoeksteen-denken vertaalt als een moreel appèl van de overheid op haar burgers en dat ook in beleid concretiseert. Het zal leiden tot een herkenbaar CDA. Maar daar zit precies het probleem. Een partij die tot in de vezels gericht is op besturen, heeft geen behoefte aan een al te grote herkenbaarheid.