Nieuwe polocoach: Borculo of Atlanta

ROTTERDAM, 19 OKT. Geen coach die met hem zou willen ruilen, denkt Hans van Zeeland. Want welke trainer neemt genoegen met slechts twaalf trainingsbijeenkomsten in de aanloop naar het belangrijkste toernooi van het jaar? Maar de nieuwe bondscoach van de nationale waterpolo-selectie heeft weinig keus. “Eigenlijk is het te gek voor woorden natuurlijk, maar helaas is het realiteit. Meer zit er de komende maanden niet in.”

De afgelopen jaren volgde de decaan-docent aan een scholengemeenschap in Arnhem de verrichtingen van de nationale selectie vanaf de zijlijn. “In de zomer ben ik twee keer wezen kijken in Zeist. Daar trof ik een gedreven ploeg aan, een ploeg die een absolute wil tot presteren toonde. De komende weken zullen we het een en ander nauwkeurig analyseren. Op het speltechnische vlak zal ik in ieder geval minder nadruk leggen op het fysieke aspect en meer op de individuele kwaliteiten. Een term als het 'collectief' ken ik niet. Dat is voetbaljargon.”

Over zijn voorganger wil Van Zeeland niet niet negatief uitlaten. “Die fatsoensnorm schend ik niet.” Uithuilen en opnieuw beginnen, is het bekende credo van de nieuwe bondscoach die erkent dat de bronzen medaille die hij als speler van het nationale team in '76 op de Spelen in Montreal won, te lang als voorbeeld heeft gegolden. “Voortdurend refereren aan zoveel jaar geleden werkt frusterend voor de huidige generatie internationals. Zelf weet ik niet eens meer waar ik die medaille heb liggen.”

De erfenis van Trumbic stemt niet vrolijk. Het zelfvertrouwen van de poloërs heeft in Atlanta een knauw gekregen na de zoveelste mentale opdoffer. Bovendien heeft het NOC*NSF de geldkraan inmiddels dichtgedraaid. De sportkoepel kon het geldverslindende project van de poloënde semi-profs niet langer verantwoorden tegenover andere potentiële olympia-gangers. Van Zeeland betreurt de beslissing, vooral omdat de ploeg nu slechts twee keer in de week kan trainen. “Als we ons niet kwalificeren, ontkom je niet aan de conclusie dat al dat geld van de afgelopen anderhalf jaar over de balk is gesmeten.”

Om dat te voorkomen moet de ploeg in januari '96 bij een kwalificatietoernooi bij de bovenste drie eindigen, waardoor het vier weken later mag deelnemen aan het laatste olympsiche kwalificatietoernooi in Berlijn. Daar moet het zich vervolgens bij de eerste vijf scharen om zich alsnog te verzekeren van een olympisch startbewijs. Van Zeeland heeft zijn lot indirect verbonden aan het welslagen van zijn kwalificatie-opdracht voor Atlanta door een contract te tekenen tot en met Berlijn. “Daarna zien we wel verder. Of het wordt Atlanta of het worden nietszeggende toernooitjes in Borculo of Winterswijk.”