Mururoa (1)

André Glucksmann toont zich verbijsterd over de massaliteit van de protesten tegen de Franse kernproeven in Mururoa, en over de beschuldigingen van Franse arrogantie. De argumenten die hij aandraagt doen echter vermoeden dat het verwijt van arrogantie niet geheel uit de lucht gegrepen is. Zo wijst Glucksmann terecht op het gevaar van enge nationalisten van het type Zjirinowski. Wanneer hij echter letterlijk stelt dat cultuur boven tuinbouw gaat, mag een Somaliër, die zich dagelijks afvraagt of er nog iets te eten is, de heer Glucksmann als net zo'n engerd beschouwen.

Waar Glucksmann schrijft dat er met geen woord over de met straling besmette kinderen van Tsjernobyl wordt gerept, kun je je afvragen welke kranten hij leest; belangrijker is het feit dat een vergelijking tussen een kernproef en een atoomramp volledig krom is: zo protesteren mensen tegen de doodstraf en niet tegen een vliegtuigongeluk, hoewel in het laatste geval heel wat meer mensenlevens in het spel zijn. Kennelijk ontgaat het Glucksmann dat de protesten zich niet zozeer richten op het bezit van kernwapens, dan wel op de overbodigheid van verdere proefnemingen; we weten natuurlijk allang dat, en hoe, kernwapens werken - je schiet tenslotte ook niet jaarlijks iemand overhoop om te kijken of het principe van het pistool nog werkzaam is.

Glucksmann sluit zijn betoog af met een ons onbekend maar fraai spreekwoord: wanneer de wijze naar de sterren wijst, kijkt de onnozele naar de vinger. Helaas voor hem is het spreekwoord niet omkeerbaar; als je merkt dat mensen massaal naar je vinger kijken, wil dat nog niet zeggen dat je wijs bent - waarschijnlijk zit er gewoon stront aan.

    • Vrije School de Ijssel