Malariamug steekt liever in tenenkaas dan in gewassen voeten

De muggesoort Anopheles gambiae, de belangrijkste verspreider van de malariaparasiet in Afrika, voelt zich sterk aangetrokken tot de geur van zweetvoeten. Wie zich niet heeft gewassen wordt veel vaker in voeten en enkels geprikt dan in de rest van het lichaam.

Deze ontdekking is gedaan door ir. Bart Knols en dr.ir. Ruurd de Jong van de vakgroep entomologie van de Landbouwuniversiteit Wageningen. Een van beide onderzoekers fungeerde zelf als proefpersoon. Stilzittend onder een muskietengaas kreeg hij één vrouwelijke mug (alleen de vrouwtjes hebben zin in bloed) tegelijk op zich af. De muggen waren vrij van de malariaparasiet.

De plaats waar het dier prikte werd geregistreerd. Had de mug niet binnen drie minuten geprikt dan werd zij doodgeslagen. Knols en De Jong lieten zich honderdmaal ongewassen en hondermaal met gewassen voeten steken. Bij gewassen voeten stoken de muggen vaker in de rest van het lichaam, maar niet omdat de muggen de zeep niet lekker vonden. Integendeel, het blokje bevochtigde zeep werd druk bezocht.

Kennelijk, zo concludeerden de twee muggendeskundigen, bevat tenenkaas een lokstof. En misschien is die bruikbaar om malariamuggen mee te vangen in vallen. Op hun neus en boerenverstand afgaand kwamen ze bij een Wageningse kaasboer terecht, en in zijn koeling vonden ze Limburgse kaas. (In Limburg weet men dat het kaasje van nog iets verder weg komt, uit het land van Herve, tussen de Voerstreek en de Ardennen gelegen). Dat kaasje geurt zo sterk dat het beter is het onmiddellijk na aankoop op te eten, anders hangt de lucht nog dagen in koelkast of kelder.

In de windtunnel bleek dat Anopheles gambiae het kaasje als lievelingsdoel beschouwt. De muggen haastten zich naar het stukje kaas. De stank van zweetvoeten en de geur van het Hervse kaasje wordt veroorzaakt door verwante bacteriesoorten, zo leerde achteraf de wetenschappelijke literatuur. Op Hervekaas groeit Brevibacterium linens, op zweetvoeten Brevibacterium epidermis. Met gaschromatografie werd aangetoond dat het vetzuurspectrum voor tenenkaas en Limburgse kaas veel overeenkomsten vertoont.

De voorkeur voor zweetvoeten deelt An. gambiae niet met andere muggesoorten. De malaria-overbengende soort Anopheles atroparvus bijvoorbeeld, moet weinig hebben van voeten. Het dier reageert, eenmaal in de buurt van een mens, op de uitgeademde CO en steekt meestal in de hoofdhuid. Werd de uitgeademde lucht door een slang uit de proefruimte onder de klamboe afgevoerd, dan stak Anopheles atroparvus over het hele lichaam.

Het is al lang een raadsel waar een muskiet op af gaat om een mens en bloedmaaltijd te vinden. Vocht, warmte en CO zijn in de afgelopen decennia als lokkers gevonden. De Wageningse entomologen hebben daar voor het eerst een geurende lokstof aan toegevoegd. Zij gaan nu onderzoeken welk bestanddeel van tenenkaas de aantrekkingskracht uitoefent.

Het onderzoek geeft geen uitsluitsel over de vraag of in Afrika, waar An. gambiae heerst, malaria is te voorkomen door zelf veelvuldig de voeten te wassen. In het experiment prikten de 100 losgelaten muggen net zo vaak binnen drie minuten op de gewassen als op de ongewassen proefpersoon. Steeds genoot ruim 80% van de muggen het begin van een bloedmaaltijd. Voor de dagelijkse praktijk was het beter geweest om twee proefpersonen tegelijk bloot te stellen, de een met gewassen, de ander met ongewassen voeten, uiteraard in kruisexperiment, om te kijken voor wie de muggen een voorkeur hadden.