Machteloos tegenover heup, knie en kin

Voorstelling: Holland Dance Festival. Glottisdans door Leine & Roebana en Norton. If we could only even if we could. Choreografie: Andrea Leine en Harijono Roebana; muziek: Sound Palette. Sub Rosa. Choreografie: Paul Selwyn Norton; muziek: Gavin Bryars. Gezien: 16/10 Theater aan het Spui, Den Haag. Tournee t/m 20/4.

Het centrum van iedere beweging is, zoals bekend, het hoofd. Of een been vooruit wil, een arm geheven wordt of een voet gestrekt, wordt daar beslist. Ledematen die op eigen kracht uit wandelen gaan komen alleen voor in bloederige griezelfilms.

Maar wat de choreografen Andrea Leine, Harijono Roebana en Paul Selwyn Norton bindt, komt bij zulke eigengereide lichaamsdelen wel aardig in de buurt. In hun werk lijken alle onderdelen van het menselijk lijf een eigen hersenkwabje te hebben dat hun motoriek bepaalt. Een coördinerende instantie als het hoofd is er wel, maar staat machteloos tegenover voeten, vingerkootjes, kinnen, knieën, heupen en wat al niet, die in iedere richting dansen, maar zelden in dezelfde.

Terecht vroeg het Holland Dance Festival het duo Leine & Roebana en Norton om samen een voorstelling te maken. Het bleven twee afzonderlijke choreografieën. In beide werken worden de bewegingen met feilloze precisie neergezet, en zijn spanning en ontspanning in weldadig evenwicht. Alles wat maar bewegen kan probeert aan het keurslijf van het lichaam te ontsnappen, maar een ongecontroleerde chaos wordt het in beide choreografieën nooit. Toch maakt If we could only even if we could van Leine & Roebana indruk, terwijl Nortons Sub Rosa flink irriteert. Dat heeft met gevoel voor humor te maken.

In If we could only if we could staat bijvoorbeeld een van de vijf dansers plotseling volkomen serieus als een vis naar lucht te happen. Niet omdat hij toevallig op die vis lijkt is dat grappig, maar omdat hij zijn mond alle tijd geeft om ook even zijn eigen gang te gaan. Zo berusten in deze voorstelling alle dansers in het lot van hun eigenzinnige lichaam. Ze nemen het volkomen serieus, en dat is even overtuigend als geestig.

Maar voor Norton was dat niet genoeg. Hij heeft Sub Rosa, waarin twee dansers elkaar pesterig dwarszitten, doorspekt met ironisch bedoelde kanttekeningetjes die soms eerder aan mime dan aan dans doen denken. Dieptepunt van de voorstelling is het moment waarop een van de dansers koket als een goochelaar een zwarte zak over zijn hoofd trekt om vervolgens een ophanging na te bootsen, met natrillende voet en al. Er werd besmuikt gelachen, maar mij ontging de humor volkomen. Norton lukt het niet om zoals Leine & Roebana met alleen bewegingen het hoofd uit te schakelen. Hij heeft daar datzelfde hoofd weer bij nodig, om ons diezelfde boodschap ook nog eens veel te expliciet toe te schreeuwen.

    • Margriet Oostveen