Luchtmachtbasis Ohio moet 'Camp David-sfeer' kweken

WASHINGTON, 19 OKT. Zo goed als onbereikbaar voor de pers, comfortabel, en toch niet meer dan één uur vliegen van Washington: op een van de grootste Amerikaanse legerbases zullen de presidenten van Bosnië, Servië en Kroatië op 31 oktober de volgende fase van het vredesoverleg beginnen. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Christopher bevestigde gisteren dat de luchtmachtbasis Wright-Patterson bij Dayton in de staat Ohio is uitgekozen voor de besprekingen. De onderhandelingen, onder leiding van de Amerikaanse onderminister Richard Holbrooke en de Europese onderhandelaar Carl Bildt, zullen naar verwachtingen enkele weken duren.

De drie presidenten zullen gehuisvest worden in identieke generaalsverblijven in drie verschillende gebouwen. Aanvankelijk zullen ze ook niet gezamenlijk rond de tafel zitten: Holbrooke en Bildt zullen tussen de partijen pendelen. De Amerikanen hopen dat die formule en de afzondering van de locatie de druk om tot overeenstemming te komen zullen vergroten. De afzondering maakt het bovendien moeilijk voor de deelnemers regelmatig persconferenties te geven, bijvoorbeeld als het verloop van de onderhandelingen hun niet bevalt.

Wright-Patterson is een kleine stad-op-zichzelf. Er werken 22.000 militairen en burgers op het goed beveiligde complex, dat een oppervlakte heeft van zo'n 3.300 hectare en dat beschikt over eigen restaurants, tennis- en golfbanen en een hotel. Er zijn ruim honderd afzonderlijke militaire organisaties gevestigd, waaronder het onderzoekslaboratorium van de luchtmacht en het hoofdkwartier voor logistieke operaties van de Amerikaanse strijdkrachten. Er werken 21 generaals, meer dan op enige Amerikaanse militaire instelling buiten het Pentagon.

De basis is genoemd naar de gebroeders Wilbur en Orville Wright, de pioniers van de luchtvaart die in Dayton hun fietsenwinkel hadden, en naar een zekere luitenant Frank Patterson, die in 1918 bij een vliegtuigongeluk om het leven kwam.

Amerikaanse diplomaten zijn meer dan een week op zoek geweest naar een geschikte plek. De lokatie moest dicht genoeg bij Washington zijn om minister van buitenlandse zaken Christopher, en wellicht zelfs president Clinton, de mogelijkheid te geven even langs te komen voor een bezoek of een groepsfoto. Er moesten drie gelijkwaardige onderkomens zijn voor de presidenten en hun delegaties, en bovendien moest er plaats zijn voor de afvaardigingen van de andere landen van de Contactgroep - Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk en Rusland.

President Carter bracht in 1978 de Egyptische president Sadat en de Israelische premier Begin samen in het presidentiële buitenverblijf Camp David, in Maryland, waar in grote afzondering de historische vredesakkoorden tussen de twee landen ontstonden. Hoewel Amerikaanse diplomaten hopen een 'Camp David-achtige' atmosfeer te kweken van op-elkaar-aangewezen-zijn, kwam die lokatie deze keer niet in aanmerking. Die plaats zou de onderhandelingen te veel aan de Amerikaanse president verbinden. En Clinton is, anders dan Carter indertijd, niet van plan zich met de dagelijkse onderhandelingen te bemoeien of zijn prestige al te veel aan het welslagen ervan te verbinden. Bovendien zou Camp David niet groot genoeg zijn voor de in totaal 200 man die worden verwacht.

Persconferenties zullen in Dayton niet worden gehouden. Het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken zal vanuit Washington de media af en toe op de hoogte stellen van eventuele vorderingen. Als de besprekingen succes hebben, zal in Parijs een vredesconferentie volgen.

Zbigniew Brzezinski, veiligheidsadviseur van Carter ten tijde van het Camp David-beraad, zei gisteren in The Washington Post dat het “van een morbide ironie” is dat nu een luchtmachtbasis, bij uitstek een symbool van de Amerikaanse militaire macht, als lokatie voor de besprekingen is uitgekozen. “Het spoort althans een van de partijen aan te bedenken hoe ze daar terecht zijn gekomen, en wat er met hen kan gebeuren als ze geen overeenstemming bereiken.”

In het Huis van Afgevaardigden ontmoetten vertegenwoordigers van de regering-Clinton gisteren grote weerstand tegen het plan 20.000 Amerikaanse grondtroepen deel te laten uitmaken van een NAVO-vredesmacht. Zowel Democratische als Republikeinse leden van de commissie voor nationale veiligheid toonden zich uiterst kritisch over het plan. Steun kreeg de regering-Clinton van de gepensioneerde generaal Colin Powell, die overweegt zich kandidaat te stellen voor het presidentschap. “Als er een akkoord is, en we hebben reden te geloven dat alle partijen het akkoord te goeder trouw zullen naleven en deze oorlog voorbij is, dan is het denk ik redelijk als de NAVO militaire vredebewaarders stuurt”, zei hij.

    • Juurd Eijsvoogel