Kamer bezorgd dat hulp aan Suriname leidt tot hospitalisering

DEN HAAG, 19 OKT. Een meerderheid van de Tweede Kamer vreest dat met het uitdelen van 66.000 voedselpakketten Suriname nog afhankelijker wordt van Nederland en niet leert op eigen benen te staan. De pakketten zijn bedoeld om een sociaal vangnet te spannen voor de bevolking om economische maatregelen te verzachten.

Dat bleek gisteren tijdens een algemeen overleg in de Tweede Kamer met de ministers Van Mierlo (buitenlandse zaken) en Pronk (ontwikkelingssamenwerking). Dreigt er geen gedeeltelijke 'hospitalisering' van Suriname en doet er zich geen 'pakketverslaving' voor? Blijft het land niet volledig afhankelijk van Nederland nu 33.000 families (een derde van de bevolking) vijf jaar lang geholpen zullen worden. Overigens zijn er van de 66.000 pakketten pas 16.000 opgehaald. De bevolking wordt gedwongen tal van bureaus langs te gaan om het pakket te krijgen. Werkt die lange weg ook geen corruptie in de hand, vroegen PvdA en CDA.

Een meerderheid van de Kamer bekroop het gevoel dat de regering strikte regels laat varen en Suriname nu Nederlandse hulpgelden krijgt uitgereikt waarop minder controle mogelijk is. Wat is er overgebleven van de eis van Nederland dat het Internationale Monetaire Fonds (IMF) betrokken is bij de uitvoering van het aanpassingsprogramma? Krijgt Suriname nu toch verdragsmiddelen via een omweg, zo vroegen CDA, VVD en GPV zich af.

Minister Pronk antwoordde dat er in Suriname vorderingen zijn gemaakt om tot 'macro-economische stabiliteit' te komen. “Er is daar meer waargemaakt dan velen waaronder ikzelf hadden verwacht. De positie van de Surinaamse gulden is verbeterd.” Pronk verklaarde dat als een autonome regering niet met het IMF in zee wil, er door de donoren weinig tegen te doen valt.

Noch Van Mierlo noch Pronk wilde ingaan op verwachtingen op langere termijn in Suriname. De politieke positie van ex-dictator Bouterse kwam nauwelijks aan de orde. Wel voorspelde Weisglas (VVD) dat de verhoudingen met Suriname zeer moeizaam zouden worden als Bouterse na de verkiezingen in mei een post zou krijgen in de komende regering.

Ook landen als Brazilië, Venezuela, Frankrijk en de Verenigde Staten dringen er bij herhaling bij Nederland op aan om een grotere verantwoordelijkheid te nemen zodat stabiliteit in Suriname verzekerd is. De Kamer betreurde het dat het zolang had geduurd voordat het rechtshulpverdrag weer in werking is getreden. Van Mierlo waarschuwde dat met dat rechtshulpverdrag nu niet meteen het 'jachtseizoen op schurken' was geopend, maar dat er nu beter kon worden samengewerkt met de bestrijding van de grote misdaad.