Jubilerend Metropolitan toont Goya's

Tentoonstelling: Goya. T/m 31 dec. The Metropolitan Museum of Art, 1000 Fifth Avenue bij 82nd Street, New York. Inl 00-1212 879 5500.

Het Metropolitan Museum of Art werd 125 jaar geleden opgericht door een groep burgers uit de intellectuele en financiële elite van New York. Een 'groot en onverwoestbaar museum' dachten zij, zou automatisch giften aantrekken. Was er in 1870 nog geen collectie en geen gebouw, nu beslaat het Metropolitan vijf stratenblokken en herbergt het meer dan twee miljoen objecten representatief voor vijfduizend jaar wereldbeschaving.

Het Museum is voor bezoekers onoverzichtelijk, omdat er sinds de opening van het eerste eigen gebouw in 1880 voortdurend aan verder gebreid is (en wordt), door meer dan een half dozijn architectenfirma's in evenzovele stijlen: van Victoriaanse gothiek, via het classicisme dat aan de voorgevel een schijn van eenheid geeft, tot meer recente vleugels in strak glas. Dat de afhankelijkheid van de smaak en kennis van toch amateuristische verzamelaars tot tegenvallers kan leiden, blijkt uit een aardige, kritische jubileumtentoonstelling.

Met Goya in the Metropolitan Museum of Art is voor het eerst de gehele Goya collectie uitgestald. Eigenlijk is er sprake van twee tentoonstellingen: meer dan 200 werken op papier, waaronder 54 tekeningen in inkt en complete vroege edities van zijn etsencycli 'Los Caprichos' (1797-99), 'Los Desastros de la Guerra' (1810-1815)en 'Los Disparates' (1816-1817). En een kleine verzameling schilderijen, bijna allemaal schenkingen. Helaas wordt meer dan de helft ervan sinds de verschijning van de catalogue raisonné, niet langer aan de Spaanse meester toegeschreven.

Francisco de Goya y Lucientes (1746-1828), de modernste van de klassieke schilders, impressionist avant la lettre, leidde een artistiek dubbelleven. Aan de ene kant ontwierp hij pittoreske wandtapijten ter versiering van koninklijke paleizen en verwierf hij zich financiële zekerheid als portrettist van de adel. In 1789 - vlak voor het uitbreken van de Franse Revolutie - werd hij hofschilder onder Carlos IV. Aan de andere kant beeldde hij in zijn karikaturale leerprenten, de 'Caprichos' (wispelturigheden), diezelfde adel consequent als ezels af. Ook etste hij het meest indringende anti-oorlogsverslag vóór de uitvinding van de fotografie, en surrealistische drama's vol demonen en heksen. Deze prenten op de tentoonstelling vormen de ware genietingen.

Met hun schilderachtige, door aquatint verkregen toonschakeringen en gevarieerde manier van tekenen zijn ze het hoogtepunt van technisch kunnen, alleen geëvenaard door de door Goya zeer bewonderde Rembrandt. Een van de vroegste prenten is 'El Agorratado' (ca 1779). Hierop is in harde lijntjes de pijn verbeeld van een edelman die de doodstraf door middel van wurging ondergaat, een straf die beschaafder geacht werd dan ophanging, voorbehouden aan misdadigers van lagere standen. Het is een voorproefje op zijn ooggetuigenverslag in 80 bladen van de verschrikkingen tijdens de Napoleontische invasie in Spanje (1808-1814), begaan door zowel Franse Soldaten als Spaanse patriotten.

Van modern gesproken: voor Goya geen triomfantelijke, prachtig geklede mannen op fiere paarden, maar geslachtsdelen die worden afgehakt, aan palen gespieste mensen, in bomen gehangen lichaamsdelen, vluchtende vrouwen en kinderen. De geheimzinnige en sombere 'Disparates' (buitensporigheden) vertegenwoordigen een niet minder verontrustende wereld. Hier hebben heksen, spoken, reuzen en gedrochten het voor het zeggen. Stieren kunnen er vliegen, een paard balanceert op een evenwichtskoord, een fantoom bedreigt een groep soldaten. Zijn het allegorieën van de toenemende politieke terreur onder Ferdinand VII? Of hallucinaties van de vaak ernstig zieke kunstenaar? Ze zijn schitterend gecomponeerd, met theatrale licht-donker contrasten.

Onder de schilderijen op deze tentoonstelling bevindt zich niets van dit kaliber, daarvoor moet men echt in het Prado in Madrid zijn. Portretten zijn in het algemeen niet het meest fascinerende onderdeel van Goya's oeuvre. De aardigste zijn die waar hij zijn neiging tot kritisch kijken niet kan bedwingen. We moeten het hier doen met een kopie van zijn schilderij van 'Maria Luisa de Parma, koningin van Spanje', waarop ze lijkt op een met juwelen behangen aapje.

Al tijdens Goya's leven waren er talloze kunstenaars die er een lucratieve carrière van maakten om zijn werk of zijn stijl te imiteren. Het Metropolitan bezit relatief veel imitaties, 9 van de 16. Ze kwamen omstreeks de eeuwwisseling naar de VS, toen daar nauwelijks kennis bestond over Goya. De verzamelaarster Louisine Havemeyer liet in 1929 het Museum vijf valse Goya's na. Eén van haar giften, een romantisch, bijna abstract doekje van een 'Stad op een Rots' hangt hier nu als koekoeksjong. Toch zou ik het in een zaal vol negentiende-eeuwse schilderijen als mijn favoriet uitpikken.