Het vliegt door de lucht en het klopt

Vliegreizen blijken voor hartpatiënten geen vergroot risico in te houden. Zelfs patiënten met ernstige aangeboren hartafwijkingen kunnen een vliegreis probleemloos doorstaan. De zuurstoffles kan thuisblijven.

Hartpatiënten met een chronisch zuurstoftekort door een aangeboren hartafwijking wordt vaak afgeraden om vliegreizen te maken. Door de verlaagde cabinedruk zou levensgevaarlijk zuurstoftekort kunnen ontstaan. Maar de Utrechtse kindercardioloog prof.dr.E. Harinck heeft aangetoond dat vliegen voor hen veilig is. Harincks onderzoek wordt binnenkort gepubliceerd in het cardiologietijdschrift Circulation.

Harinck: 'De meeste hartpatiënten kunnen zonder voorzorgsmaatregelen vliegen. Cardiologen adviseren mensen die een hartinfarct hebben overleefd om de eerste weken niet te vliegen, maar daarna is er geen vergroot risico. Er is echter een groep hartpatiënten met een aangeboren hartafwijking die daardoor chronisch te weinig zuurstof in hun bloed krijgt. Zij komen bij geringe inspanning in ademnood. Hun artsen ontraden vaak een luchtreis. Van Amerikaanse collega's hoor ik dat de vliegtuigmaatschappijen daar eisen dat altijd een zuurstoffles aan boord wordt meegenomen om in noodgevallen zuurstof te kunnen toedienen. De maatschappijen verzorgen de zuurstofflessen desgewenst, maar het kost geld. De Nederlandse Hartstichting stuurt op vakantiereizen van groepen patiënten met een aangeboren hartafwijking, mede op verzoek van de Europese maatschappijen, ook altijd een intensive-care verpleegkundige mee.'

De adviezen en eisen van luchtvaartmaatschappijen en artsen zijn afgeleid van kennis over longpatiënten met ernstige ziekten als emfyseem of cystische fibrose, die wel vaak benauwd worden als de cabinedruk daalt tot de helft van de luchtdruk op zeeniveau. Harinck: 'De veiligheidseisen voor longpatiënten zijn klakkeloos op hartpatiënten met aangeboren afwijkingen van toepassing verklaard. Dat was ook wel begrijpelijk, want in het normale leven zien deze hartpatiënten ook in rust vaak al enigszins blauw. Of de hartafwijking nu geopereerd is of niet, de betrokken patiënten krijgen snel last van zuurstofgebrek, niet omdat ze onvoldoende zuurstof kunnen opnemen, maar omdat door een fout in de bloedstroom zuurstofrijk en -arm bloed steeds wordt gemengd. Ze hebben daardoor vaak maar een beperkte actieradius en lijken wat dat betreft sterk op patiënten met een ernstige longziekte. Ondanks dat bestond het idee dat er met de hartpatiënten bij het vliegen weinig aan de hand is. Er waren maar een paar verhalen over mensen bij wie tijdens of na een vlucht iets fout was gegaan. Hier in het Utrechtse Wilhelminakinderziekenhuis zijn in de afgelopen jaren 400 Poolse hartpatiëntjes geopereerd. Die vlogen bijna allemaal van en naar Polen en daar zijn nooit problemen mee geweest.'

Harinck klopte aan bij het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartgeneeskundig Centrum in Soesterberg. Daar zijn kamers die op onderdruk kunnen worden gezet. In Soesterberg werd een luchtreis van anderhalf uur gesimuleerd.

Harinck: 'Het was een betrekkelijk eenvoudig experiment. De resultaten waren geruststellend. De meetwaarden bij patiënten en controlepersonen waren ongeveer gelijk en ik dacht dat ik klaar was. Maar op congressen kreeg ik als kritiek dat de problemen zich vooral na lange, transatlantische vluchten voordeden. Een Engelse collega meldde dat twee van haar patiënten bij aankomst op vliegveld John F. Kennedy in New York in de aankomsthal in elkaar waren gezakt.'

Harinck ging terug naar Soesterberg en mocht een transatlantische vlucht van 7 uur simuleren, waarbij met 10 volwassen patiënten met een aangeboren hartafwijking en 15 gezonde controlepersonen 6 uur onder verminderde luchtdruk op cabinehoogte werd 'gevlogen'. Bij patiënten en controles daalde het zuurstofgehalte met gelijke percentages.

De critici pasten zich aan: bij simulaties ontbreekt de spanning van een echte luchtreis en dat zou toch zeker invloed moeten hebben op de hartfuncties. Harinck: 'Toen dacht ik: nu moet ik ergens een vliegtuig regelen waarmee we het hele spul echt laten vliegen.' Martinair stelde vliegtuigstoelen ter beschikking. In mei 1994 vertrokken tien patiënten, met het cabinepersoneel als controlegroep, naar Malaga en keerden een weekend later weer terug. Het resultaat bleef hetzelfde als tijdens de simulaties.

Toch spreekt het niet vanzelf dat hartpatiënten geen last hebben van verminderde luchtdruk. De luchtdruk in de cabines van passagiersvliegtuigen die op ongeveer 10 kilometer hoogte vliegen daalt tot waarden die op 1600 en 2400 meter boven de zeespiegel bestaan. Gezonde passagiers bestrijden het zuurstoftekort door sneller of dieper adem te halen en de partiële zuurstofdruk, normaal 95 millimeter kwikdruk (mmHg), loopt 30 tot 40% terug. Patiënten met ernstige chronische longziekten krijgen het advies om een zuurstoffles mee aan boord te nemen als de partiële zuurstofdruk in het bloed beneden de 50 millimeter kwikdruk (mmHg) kan dalen. Bij experimenten met vliegende longpatiënten werden gemiddelden boven de 65 mmHg gemeten, maar soms was de zuurstoffles nodig.

De patiënten met wie Harinck vloog hadden beduidend lagere zuurstofdrukken, vaak in de buurt van de 50. Daardoor is het begrijpelijk dat gevreesd wordt voor complicaties, want de partiële zuurstofdruk is in beginsel een maat voor de beschikbaarheid van zuurstof in de cellen. Maar toch doorstaan deze patiënten een vliegreis zonder problemen.

Het begin van de verklaring is dat de partiële zuurstofdrukken bij deze patiënten altijd al laag zijn. De daling tijdens de experimentele vluchten was gemiddeld krap 5%. En de zuurstoffles bleef steeds ongebruikt.

Harinck: 'Kennelijk is de partiële zuurstofdruk hier geen goede maat voor de kans op zuurstofgebrek in de weefsels. Een sluitende verklaring voor de meetresultaten hebben we nog niet, maar we denken dat onze hartpatiënten, die van kinds-af-aan zuurstoftekort hebben, aan het zuurstoftekort aangepast zijn, net zoals bewoners van hooggelegen berggebieden. Behalve dat ze meer rode bloedcellen hebben is hun gezamenlijk kenmerk dat in hun zuurstoftransporterende rode bloedcellen een bepaalde verbinding - 2,3-difosfoglyceraat - in veel hogere concentraties voorkomt dan bij mensen met een normale bloedcirculatie die op zeeniveau wonen. Die fosforverbinding zorgt ervoor dat bij lagere partiële O-druk de rode bloedcellen toch nog goed zuurstof kunnen afgeven. Ondanks tamelijk alarmerende waarden voor de zuurstofdruk is de zuurstofafgifte aan de weefsels dus onaangetast.'

Het betekent niet dat deze hartpatiënten nu ook zonder begeleiding op reis kunnen. Harinck: 'We maten alleen de stress van de verlaagde druk, zo min mogelijk de belasting van de reis. Reizen blijft voor deze hartpatiënten toch nog een hele organisatie die niet zonder begeleiding mogelijk is. Deze patiënten kunnen vaak maar 100 meter lopen en zijn dus grotendeels op een rolstoel aangewezen, maar wat mij betreft kan de zuurstoffles wel thuisblijven en hoeven artsen en luchtvaartmaatschappijen geen speciale eisen meer te stellen.'