Haan: 'Mijn advocaat is indirect bedreigd'

LIVERPOOL, 19 OKT. Of hij vanavond op de bank zit, wordt er gevraagd. “Ze hebben hier stoeltjes”, antwoordt Arie Haan. Hij geeft in de Blues 100 Club in Goodison Park, het stadion van Everton, zijn eerste persconferentie als trainer van Feyenoord.

Hij gedraagt zich amicaal, ouwe-jongens-krentenbrood, lijkt er lol in het te hebben. Maar dat is, zo zegt hij later, een misvatting. “Het wordt me echt te veel.” Dat is ook niet zo raar. Haan staat amper vier dagen na zijn intrede bij Feyenoord al voor de belangrijke Europa-Cupwedstrijd tegen Everton. En een dag later wacht hem in de rechtszaal de confrontatie met de voorzitter van PAOK over zijn nog lopende verbintenis met de Griekse club. “Op ons verzoek is het kort geding naar vrijdag verschoven. We hadden even tijd nodig om alles op een rijtje zetten.”

Zijn eeuwige grijns verbergt zijn werkelijke gemoedstoestand. Haan kan toch niet helemaal gerust zijn over de afloop van zijn conflict met de Grieken. “Ik denk er niet aan. Of er moet, zoals nu, iemand over beginnen. Dan moet ik wel.” Terloops meldt hij dat zijn Griekse advocaat “indirect” bedreigd is. “Maar hij gaat door. Hij is niet zo bang uitgevallen.”

Meer wil hij er niet over zeggen. De wedstrijd tegen Everton staat nu eerst op het programma. Hij kan nog geen opstelling geven. “Ik wil er op mijn gemak nog een nachtje over slapen.” Hij wil zelfs niet de buitenlander noemen die afvalt voor vanavond. Uiteindelijk geeft hij toch de naam van de Australiër Vidmar. “Maar ja, als er nog iets gebeurt en hij moet toch meedoen. Dan weet hij dat ik hem eigenlijk had willen laten afvallen. Ach, ik ga er niet vanuit dat er nu nog iemand ziek wordt. Ze zien er ook niet ziek uit.”

Het vinden van de tweede mandekker is nog een probleempje. Bosz is geschorst, Fräser geblesseerd, Heus heeft te weinig gespeeld en Zwijnenberg voelt zich niet lekker op die positie. Dus zal het Maas wel worden. Het valt niet mee om na drie dagen al een opstelling te moeten maken. “We moeten overleven”, zegt Haan. “Daarom hoef ik nu even de schoonheidsprijs niet. Het resultaat staat voorop. Daarna hebben we veertien dagen de tijd voor de return en kan ik de spelers beter leren kennen.”

Hij heeft al gemerkt dat ze onder zijn voorganger “een stukje te veel vrijheid” hebben gekregen. Hij zag het toen de tassen van de lopende band op het vliegveld moesten worden gehaald. De spelers staken geen hand uit. En hij zag het toen ze zich voor de training moesten opwarmen. “Ze waren maar een beetje voor zichzelf aan het rommelen.” Natuurlijk zei hij er wat van. “Dan wordt het ook zo opgepakt. Dat is geen probleem. En over een paar weken is het helemaal geen probleem meer. Discipline is een kwestie van gewoon doen. Doen wat je moet doen.”