Een nier voor duizend gulden op de Indiase 'organenbazaar'

India geldt als een 'organenbazaar', waar armen hun nieren verkopen aan wanhopige rijke patiënten uit binnen- en buitenland. Een nieuwe wet poogt de toestand onder controle te brengen, maar de illegale handel in organen laat zich niet eenvoudig uitroeien.

MADRAS, 19 OKT. De uitgestrekte sloppenwijk Villivakkam in de Zuidindiase stad Madras heet in de volksmond 'Nierenkolonie', want tussen de uit leem en palmbladeren opgetrokken hutjes lopen een paar honderd mensen rond die een van hun nieren hebben verkocht voor transplantatie in het zieke lijf van een rijke Indiër of buitenlander.

Erg kieskeurig waren de artsen, die de transplantaties verrichtten, tot voor kort niet. Zelfs in een hoek van Villivakkam, waar een hondertal leprozenfamilies verblijft, hebben zo'n twintig mensen een nier verkocht.

Een van hen is de 30-jarige Jayalakshmi, die vorig jaar onder het mes ging. Een som van 22.000 rupees (ruim 1.000 gulden) hield ze er aan over, voor armen in India een astronomisch hoog bedrag. “Ik heb twee kinderen”, legt ze uit in het kantoortje van pater Gerard Elliyotukonam, die in de wijk werkt, “en ik had geen woning. Met dat geld kon ik een stukje land kopen en een huisje. Daarom besloot ik mijn nier te verkopen.”

Sindsdien voelt ze zich dikwijls niet lekker. Heeft ze daarom spijt van haar besluit? “Ach”, antwoordt ze bedachtzaam, “Het heeft geen zin om over het verleden te jammeren. Ik zie liever uit naar een betere toekomst.”

Jayalakshmi smaakt in elk geval het genoegen iets nuttigs met haar geld te hebben gedaan, wat niet gezegd kan worden van de zoon van een melaatse, die het geld voor zijn nier in de kortste keren omzette in alcohol. Niet lang daarna overleed hij. Ook zijn er gevallen bekend uit Villivakkam van mannen, die hun vrouwen dwongen een nier af te staan en het geld vervolgens snel opdronken.

India verwierf zich in de jaren tachtig de twijfelachtige reputatie 's werelds grootste 'organenbazaar' te zijn. In de praktijk ging het daarbij vooral om nieren, waarvoor in andere landen dikwijls lange wachtlijsten bestonden. Zo vlogen wanhopige rijke Arabieren, Singaporezen en Westerlingen met gammele nieren naar Bombay of Madras, de twee zenuwcentra van de handel in organen, en schaften zich daar een nieuwe nier aan. Naar schatting een paar duizend Indiërs per jaar verkochten op deze manier hun nier.

Zonder risico's waren zulke operaties niet. Naar verluidt manifesteerde zich bij enkele Arabieren, die in India een transplantatie hadden ondergaan, enige tijd later het beruchte aids-virus. Ook bestond altijd de kans dat het lichaam van de patiënt verkeerd op de nieuwe nier zou reageren.

De donoren waren zonder uitzondering arme sloebers, die, al dan niet via obscure tussenpersonen, voor geld een nier afstonden. Slechts voor naaste familieleden waren ook meer gegoede Indiërs eventueel bereid een nier op te offeren, nooit voor vreemden.

Ontwikkelde Indiërs stoorden zich aan deze praktijken, die ze als onethisch ervoeren. Volgens hen was het immoreel nieren uit het gezonde lichaam van arme mensen te snijden ten gunste van een zieke rijke man of vrouw, ook al stemde de donor er zelf mee in en ontving hij er een zak met geld voor.

Pater Gerard, die zich vooral inzet voor de leprozen, was eveneens gekant tegen de nierdonaties door armen, zij het om andere redenen. “Op zichzelf heb ik er weinig op tegen wanneer mensen een nier afstaan”, zegt hij. “zelfs niet als ze dat voor geld doen. Maar de opbrengst moet wel eerlijk verdeeld worden. De donors krijgen maar een tiende van wat de artsen en de tussenpersonen opstrijken. Op die manier is het je reinste uitbuiting.”

Anderen ergerden zich aan het feit dat veel buitenlanders speciaal voor de aanschaf van organen naar India kwamen. Waarom namen ze niet de nieren van mensen uit hun eigen land?

Ook enkele schandalen in India, waarbij mensen door gewetenloze chirurgen van een nier waren ontdaan zonder dat ze daar zelfs maar in waren gekend, droegen er toe bij dat de publieke opinie steeds meer geporteerd raakte voor een nieuwe, strengere wet.

Die kwam er tenslotte vorig jaar. De wet maakte het enerzijds gemakkelijker om organen te verwijderen uit lijken. Dit kon voortaan ook gebeuren met patiënten die al klinisch dood waren, maar wier organen met machines nog enige tijd op gang werden gehouden. Anderzijds werd bepaald dat er voor niertransplantaties en -donaties van niet-familieleden voortaan speciale toestemming was vereist van een commissie, die de zaak van geval tot geval zou beoordelen. Donaties om financiële redenen waren niet langer toegestaan en buitenlanders waren niet langer welkom voor transplantaties in India.

“Sinds de wet eerder dit jaar ook van kracht werd in de deelstaat Tamil Nadu, voeren we inderdaad beduidend minder transplantaties uit”, verklaart dr. K.C. Reddy, die als uroloog is verbonden aan het particuliere Wellingdon-ziekenhuis in Madras. “We doen het alleen nog maar met toestemming en door de nieuwe bureaucratie duurt het meestal nogal een tijdje voor die er is.”

Ook pater Gerard heeft direct de gevolgen van de nieuwe wet geconstateerd. Hem zijn de laatste maanden geen nieuwe gevallen ter ore gekomen van armen die een nier afstonden. “De wet heeft een afschrikkende werking”, zegt hij. “Als iemand nu overweegt om illegaal een nier af te staan, kunnen we hem of haar altijd dreigen dat we de politie zullen inlichten.”

Reddy heeft echter de nodige bedenkingen over de nieuwe wet. Hij wijst erop dat het voor de 80.000 ernstige nierpatiënten in India aanzienlijk moeilijker is dan voorheen om een afdoende behandeling te krijgen, te meer omdat er nauwelijks dialyse-apparatuur beschikbaar is. Een nieuwe nier is doorgaans een veel effectievere methode om de patiënten te helpen.

“Onder het nieuwe systeem zijn er al heel wat mensen nodeloos overleden”, meent Reddy. Overigens was dat lot ook voordien de meeste nierpatiënten beschoren. Slechts 4.000 van hen konden jaarlijks worden geholpen met een transplantatie, waarbij ruim driekwart van de gedoneerde nieren van niet-familieleden afkomstig was.

Reddy verbaast zich over de weerzin tegen het principe van de commerciële nierdonaties, te meer omdat die volgens hem bij de donoren zelden of nooit negatieve lichamelijke gevolgen achterlaten. “Alle anderen die bij de operatie betrokken zijn, krijgen toch betaald. De anesthesist, de chirurg, de verpleegster, de apotheker, waarom dan niet de donor?”

Reddy zegt zich volstrekt niet onbehaaglijk te voelen wanneer hij een nier van een arme overplant in het lichaam van een rijke patiënt. “Die armen doen het toch vrijwillig. Moet ik me nu meer om die armen bekommeren of om mijn patiënten? Het is de plicht van elke arts om zijn patiënten te helpen en dat doe ik op deze manier. Moet ik de patiënten soms laten doodgaan?”

De beperkingen op niertransplantaties voor buitenlanders hebben er toe geleid dat sommige Indiërs nu naar het buitenland reizen om daar een nier af te staan. Bij een controle op het vliegveld van New Delhi werden begin dit jaar enkele Indiërs ontdekt, die zojuist uit Latijns-Amerika waren teruggekeerd. Ze hadden enkele verdachte littekens op hun lijf en de politie vermoedde dat ze wellicht operatief contrabande hadden laten inbrengen bij zichzelf. Uit medisch onderzoek bleek echter dat er niets was ingestopt maar dat er bij elk van hen voor een som geld een nier was uitgehaald.

De vrees is nu levensgroot dat de beperkingen in de nieuwe wet in India zelf tot een omvangrijke zwarte markt voor nieren zullen leiden. De vraag is onveranderd hoog gebleven en de behoefte van arme mensen aan geld is een constant gegeven. Naar verwachting zal de zwarte markt zich vooral verplaatsen naar de minder gerenomeerde particuliere kliniekjes, omdat artsen van naam zich niet willen compromitteren.

De Indiase overheid zal alle zeilen bij moeten zetten om de vindingrijke en niet in het minst door gewetensbezwaren gehinderde nierenmakelaars voor te blijven. “Ieder verbod dat tegen het algemeen belang indruist”, filosofeert Reddy, “zal uiteindelijk niet werken. En als je die vuistregel aanhoudt, ben ik er vrijwel zeker van dat er zich op den duur zwarte handel in nieren en betalingen in het geheim zullen voordoen.”

    • Floris van Straaten