Downunder: druiventeelt

We vertrekken rond zonsopgang. Ernst moet les geven. Ernst “heeft Deventer gedaan”. Vroeger leidde de tropische landbouwschool in Deventer jongens op voor de tuinen, de plantages in ons oude Indië: suiker, koffie, thee, kina, rubber. Maar Ernst studeerde te laat af. Indonesië schopte rond '57 de laatste Nederlandse planters het land uit. Jongens van Deventer weken uit naar Nieuw-Guinea, ontwikkelingslanden in Afrika, of zoals Ernst, naar Australië.

Sommigen scharrelden de hele aardbol over. Zoals Jaap Veurman bijvoorbeeld, een inmiddels gepensioneerde collega van Ernst. Jaap werkte in Nederland, Nieuw-Guinea, Kenya en emigreerde tenslotte naar Australië. Nu woont hij in een romantisch huis omringd door een tuin van twee hectare waar sla, andijvie, boerenkool, papaya, aardbeien, bananen, grape fruit, koffie en macadamians noten en nog meer groeit. (In de betere notenbar op de markt kosten macadamians ƒ 2,95 per ons, heerlijk.) Zijn huis is te koop. De tuin wordt hem te zwaar.

Hoe moet dat met die prachtige tuin, denk ik bij de koffie uit zijn koffiebonen. En dan realiseer ik me de vreselijke kapitaalvernietiging, het verlies van kennis door de sterfelijkheid van de mens. Ik gun Jaap nog 20, 30 jaar. Maar eens zal deze enorme opslagtank van agrarische kennis, ffft, in een zucht verdwijnen. Wat zit de wereld toch slecht in elkaar.

Dagen later rijden Ernst en ik door diens werkterrein, de Darling Downs. “Kijk, die boer is van mij”, zegt Ernst. Dit is de Oekraïne van Australië, een prachtig landbouwgebied. Helaas is de vruchtbare grond in het heuvelachtige land maar enkele meters, soms zelfs niet meer dan vijftig centimeter dik. Al jaren worden boeren geadviseerd door de landbouwvoorlichtingsdienst hoe wegspoelen, erosie, te voorkomen. Ernst is één van de vele Deventenaren die dit werk doen. Australische landbouwgrond wordt gered door Nederlandse ingenieurs.

Ernst moet les geven op een cursus druiventeelt. De boerderij waar de cursus wordt gegeven ligt behoorlijk afgelegen - alles in Australië ligt afgelegen - Australië zelf is afgelegen. Naast het kleine gele huis staan wat keukenstoelen en liggen enkele balen stro. Daarop zitten simpel geklede mannen met Australische cowboyhoeden, gleuf rond de top, en leren laarsjes: boeren.

Ernst praat. Wat een fraai voorbeeld van de meest fundamentele vorm van onderwijs. De leraar praat. De leerlingen luisteren. Zo plant de kennis zich voort. Steeds meer mensen met de kennis van de leraar. De boeren zijn beter gemotiveerd dan ik. Het gaat ze om hun brood. Ik hoor hoe erosie moet worden bestreden op een druivenakker in Australië. Best interessant, maar wat moet ik ermee? Laat ik onthouden dat het een zich algemeen vormend schoolkind net zo vergaat.

Na Ernst komt een type met flux de bouche, meer een theaterman. Ik luister geboeid, maar vergeet van deze spreker veel meer. Dat komt door Ernst z'n didactische truc: hij heeft zijn op schrift gestelde les uitgedeeld.

Later loopt de groep naar een dorre akker en overlegt hoe de nieuwe druiven hier geplant zouden moeten worden. Ik trek me terug, vlij me neer op granietknollen zo afgerond dat ze zacht lijken, koester me in de Australische winterzon, staar naar het felle geel van de bloeiende mimosa afstekend tegen de blauwe lucht en denk diep na. Kennis sterft tegelijkertijd met de mens. Zoals de mens plant kennis zich voort. Het tijdstip van voortplanting van mens en kennis valt niet samen. Jammer, dat zou onderwijs pas leuk maken.

    • Rob Knoppert