Dolomiet

Een kort bericht (W&O, 21 september) wil ons doen geloven dat het mineraal dolomiet genoemd is naar de Dolomieten. Dat is een kleine vergissing. De Dolomieten zijn genoemd naar het mineraal, dat op zijn beurt genoemd is naar de Fransman Dieudonné Sylvain Guy Tancrède Gratet de Dolomieu (in 1750 geboren in Dolomieu, Savoie). Als Déodat Dolomieu ging hij door zijn korte, bewogen leven: Malthezer ridder, officier, reiziger en mineraloog. Kort na zijn benoeming tot hoogleraar aan de École des Mines, in 1897, ging hij in het wetenschappelijke gevolg van Napoleon naar Egypte. Op de terugweg werd hij om onduidelijke redenen in Napels gevangengenomen, waar hij twee jaar vastzat. Terug in Parijs werd hij in 1800 benoemd tot hoogleraar aan het Musée National d'Histoire Naturelle (Jardin des Plantes). Hij stierf in 1801.

Dolomiet is een mineraal (calcium-magnesiumcarbonaat). Gesteenten ('rocks' in het Engels) die uit dolomiet bestaan, worden gewoonlijk dolosteen genoemd, in analogie met kalksteen dat uit het mineraal calciet (calciumcarbonaat, kalk) bestaat. Dolosteen vormt een belangrijk bestanddeel van de gesteenten waaruit de Dolomieten bestaan. Het gebergte is een overblijfsel van een groot rif, in het laatste deel van de Trias-Periode (ruim 2 honderd miljoen jaar geleden) opgebouwd door koralen en andere organismen, aan de rand van de Tethys-oceaan. Het dikke boek dat de Oostenrijkse geoloog E. Mojsisovics von Mojsvár aan dit gebied wijdde, heet dan ook Die Dolomit-Riffe von Südtirol und Venetien (Wien 1879). Stellig zijn er vele wegen die naar dolomiet leiden. De weg die C. Vasconcelos en anderen wijzen (Nature, 21 september), is er een van.