Dijkstal botst met Kamer over kiesrecht

DEN HAAG, 19 OKT. Minister Dijkstal (binnenlandse zaken) is gisteravond tijdens het debat over zijn begroting in aanvaring gekomen met een ruime meerderheid in de Tweede Kamer over het kiesrecht voor niet-Nederlanders.

Dijkstal noemde een motie van PvdA-Kamerlid Rehwinkel over dat kiesrecht “staatsrechtelijk onjuist, bestuurlijk onuitvoerbaar en politiek niet dapper”. In de motie wordt het kabinet gevraagd nog voor de behandeling van het wetsvoorstel over de vorming van de stadsprovincie Rotterdam met een standpunt te komen over het kiesrecht voor niet-Nederlanders. De motie kan rekenen op steun van VVD, D66, CDA en GroenLinks.

Dijkstals uitval sloeg onder meer op het feit dat de PvdA het volgens hem niet aandurft om zelf de mening aan de Tweede Kamer te vragen over deze kwestie, maar een kabinetsstandpunt afwacht. Het kabinet hoeft volgens Dijkstal echter niet met een standpunt te komen omdat het onderwerp niet in het regeerakkoord staat. Overigens bevestigde Dijkstal dat het kabinet verdeeld is over deze kwestie. De bewindsman zei niet wat het kabinet met de motie gaat doen.

In Nederland woonachtige buitenlanders mogen alleen hun stem uitbrengen bij verkiezingen voor de gemeenteraad. De vorming van stadsprovincies brengt met zich mee dat gemeentelijke bevoegdheden overgaan naar die provincie. Over die “gemeentelijke” zaken kan een niet-Nederlander die in de stadsprovincie woont, zich straks bij eventuele handhaving van het geldende kiesrecht bij verkiezingen niet uitspreken.

De Tweede Kamer spreekt nog geen inhoudelijk oordeel uit over de wenselijkheid van kiesrecht van niet-Nederlanders. Maar de meerderheid vindt het procedureel niet meer dan correct dat het kabinet daarover met een standpunt komt voordat gesproken wordt over de vorming van de stadsprovincie Rotterdam.