De stad, het vet en het vuil

NIJMEGEN. De vuilnismannen van Nijmegen gaan gebukt over straat. Ze worden weggehoond bij familieverjaardagen. Het groen van hun uniformtruien staat niet meer voor frisse natuur, maar voor gerotzooi. De mensen lachen hen uit en mompelen over “een vettige geschiedenis”. “U hebt wel een groen truitje aan maar is het wel legaal wat u doet?”, vroeg een andere vrolijkerd. Of ze krijgen de aanmoediging: “Flikker het moar weer op straot, me jung.”

Het is de kater van jaren voortvarend groen beleid. De reinigingsdienst blijkt minder snel te wennen aan de verscherpte milieubewaking dan de burgerij. Koks, frites-bakkers en slagers vangen hun kookvet op, zodat het uit de afvoer blijft. De gemeentelijke reiniging haalde de drab op tegen het laagste tarief maar zette de slang van de vetwagen dan alsnog op de riolering. Dat was niet de bedoeling. Restauranthouders betalen juist duizenden guldens om het vet op te vangen. Bij intergemeentelijk overleg afgelopen week grapten de collega's van de Nijmeegse burgemeester over hun ervaringen bij de plaatselijke fritures.

Tijdens haar onderzoek ontdekte de politie meer onrechtmatigheden, waarschijnlijk niet uniek voor Nijmegen. Ambtenaren hadden zelf afvalwatermonsters beoordeeld zonder ze door te sturen naar het Zuiveringschap Rivierenland. Schoonmakers en vuilnismannen klusten bij in werktijd. Voor wat flappen haalden ze bij sommige bedrijven afval op. Inmiddels speurt de politie naar delicten bij het afgeven van verklaringen voor schone grond door de gemeente-afdeling Milieu.

Over al deze onderzoeken heeft het progressieve gemeentebestuur van Nijmegen eerlijke, gedetailleerde persberichten uitgegeven. Een zogenoemd Plan van Aanpak moet een einde maken aan de praktijken. De affaires hebben De Gelderlander tot veel vette koppen geïnspireerd maar, gek genoeg, blijven de burgers, afgezien van wat spot en hilariteit, onverschillig. Lawines boze brieven zijn uitgebleven.

Volgens een ervaren slager op de hoek van de Marialaan, vlakbij het station, bewijst de vetaffaire dat “organisch afval rustig naar de natuur kan teruggaan omdat de vissen toch wat te eten moeten hebben”. Maar hij wil niet met zijn naam in de krant, want zijn relatie met de stadsreiniging is opperbest. Zijn vet gaat er elke week heen. Met vacuüm verpakte worsten en hammen in de hand legt de in helderwitte doktersjas gehulde beenhouwer trots uit dat hij door nieuwe kooktechnieken nog weinig vet achterlaat. De klant belegt er nu zijn boterham mee.

Bij de gemeentelijke stort aan de rand van de stad staan files auto's met oude bouwplaten, versleten accu's en halflege verfblikken in de laadruimten. Daar kunnen ze - meestal tegen betaling - van af. Op groene bordjes staan de soorten afval aangegeven: asbest, batterijen, hout, tuinafval, spuitbussen, foto-ontwikkelaar, voor alles is er plaats. “Die affaires maken mij helemaal niets uit”, zegt een man die oude televisies uit een huurbusje sjouwt en in een afvalpers gooit, waarna de buizen met een klap springen. “Hun hebben het niet gedaan”, zegt een oudere man, die oude grindtegels uit zijn aanhangwagen laadt. Hij wijst op een groepje vuilnismannen die aanwijzingen geven. “Hun krijgen altijd de schuld, terwijl het ligt aan hun bazen die beter hadden moeten opletten”, zegt hij. De fractievoorzitter van D66, Ben van Hees, is na de schandaaltjes gaan nadenken over het halsbrekende tempo waarin nationale milieuregels over de gemeenten wordt uitgestort. “Je hebt de ene circulaire nog niet uit of er komt alweer een nieuwe”, zegt hij in de fractiekamer van het stadhuis. Overal in het gebouw staan aparte bakken voor bekertjes, papier, batterijen. Het gemeentebestuur gebruikt milieuvriendelijk “bio-toppapier”. Van Hees heeft enthousiast aan deze ontwikkelingen meegewerkt. Maar de regels mogen niet zo ver gaan “dat heel Nederland komt lam te liggen”, zegt hij. De procedures voor schone grond leggen bouwwerken maandenlang stil, terwijl het soms om niet meer gaat om de effecten van luchtvervuiling die na schoonmaak weer terugkeren. De decibelnormen zijn zodanig aangescherpt dat driekwart van de kroegen in de binnenstad moet worden gesloten. Geen wonder dat er bij dergelijke immobiliteit gesjoemeld wordt. “Zo valt niet meer te werken”, zegt Van Hees bij wijze van waarschuwing aan zijn partijgenoten in Den Haag.

Nijmegen kwam bij toeval achter haar milieuschandaaltjes. Elders broeien ze in stilte. Het Nijmeegse beeld verschilt niet van het nationale: burgers, enthousiast voor het milieu, en voorwaarts struikelende overheden. In minder dan tien jaar is de Nederlandse burgerij gewend geraakt aan het sorteren van batterijen, glas, aluminium, groen en eetafval, soms met religieuze ijver. Het is een nieuwe vorm van burgerfatsoen, van Hollandse properheid, die voortkomt uit de zichtbare effecten van overbevolking, spaarzaamheid en onbehagen over de overvloed met een dreigende broeikasapocalyps in het vooruitzicht. Bij de glasbak haalt de Nederlander een volle aflaat voor zijn consumptie van elektronica, autokilometers en vliegreisjes.

Een enkel schandaaltje schokt het geloof niet. Zo werd in vroeger jaren de godsvrucht niet afgeremd door geruchten dat de pastoor het met zijn huishoudster deed. Nederlanders raken in gewetensconflict als ze een batterij in de prullemand gooien. De overheid moet zuinig zijn op deze nieuwe “normen en waarden”.

Omdat iedereen groen gezind is, worden ambtelijke of politieke misstappen als ongelukjes opgevat. En bij onpraktische regels komt het verzet stiekem. Steelsheid is de andere kant van een sterke burgermoraal. In het Victoriaanse Londen hadden hoeren een gretige klantenkring. Seks vond zijn weg los van de moraal. Bouwprojecten vinden ook hun weg bij verlammende regels. De schone-grond-verklaringen moeten afkomen, niet goedschiks dan kwaadschiks, in Nijmegen en elders. Zo worden blauwdrukken die er alleen op het bureau goed uitzien, even ongemerkt als genadeloos afgestraft.