De legende van 'Hard Werken'; Typografie als illustratie

Regels waren er in de ogen van de Rotterdamse ontwerpers van 'Hard Werken' om overtreden te worden. Boekhandelaren haatten hun luidruchtige ontwerpen voor omslagen, auteurs verwierpen ze. Maar tegenwoordig oogt hun stijl, die van uitzondering regel maakte, alweer klassiek.

Hard Werken, geschiedenis van een ontwerpbureau. Kunsthal, Rotterdam, t/m 26 nov

In de kunstmatige controverse tussen Amsterdam en Rotterdam die met enige regelmaat wordt opgeklopt, staat Amsterdam voor cultuur en Rotterdam voor handel, of naar keuze: Amsterdam voor praatjes en Rotterdam voor arbeid; Amsterdam voor pretenties en Rotterdam voor no-nonsense. Toen een handvol jonge Rotterdammers in 1978 besloot een blad te maken conformeerden ze zich aan dat beeld, zij het niet zonder ironie. Hard Werken was de titel en het klonk als een geuzenaam. Nog geen twee decennia later is het blad een legende en de gelijknamige ontwerpersgroep het onderwerp van een overzichtstentoonstelling. Uiteraard in Rotterdam. In de nieuwe Design galerie van de Kunsthal is het de start van een reeks exposities, gewijd aan Nederlandse ontwerpers.

Het nadrukkelijke verzet tegen de heersende ontwerp-cultuur, dat spreekt uit de naamgeving van blad en groep, blijkt nog duidelijker uit het werk. Wat het allemaal verder nog was, Hard Werken was eerst en voor al anti-. Anti-soberheid, anti-terughoudendheid, anti-functionaliteit, anti-strengheid en anti-dienstbaarheid. (Samengevat: anti-Amsterdam.) De hele Hollandse typografische traditie werd hier op zijn kop gezet. Hard Werken vertrapte de regels en deed alles wat God (in de gedaante van Stanley Morison) verboden had. Hun typografie was er een van overdaad, van ongebruikelijke letters, van onlogische spatiëring, van overborrelende dynamiek en van ontstuimige decoratie. Dat het de leesbaarheid vaak niet ten goede kwam, het zou wat. Dit was typografie als illustratie.

De achtergrond van die houding (want dat was het, meer dan een concept of een programma) lag in de aard van hun opleiding. Henk Elenga, Gerard Hadders, Tom van den Haspel, Willem Kars en Rick Vermeulen hadden lessen gevolgd aan de Rotterdamse Kunstacademie en daar bestond geen afdeling grafische vormgeving. Men deed beeldende kunst of publiciteit, daartussen lag niets. Aan die onderdompeling in de beeldende kunst hadden ze een lak aan regels overgehouden, of beter gezegd: in hun opvatting waren regels er uitsluitend om te overtreden. Als de klassieke typografie streefde naar onzichtbaarheid, dan streefde hun typografie naar expressie. Inspiratiebron was niet de Neue Typographie van Tschichold en Zwart uit de jaren twintig (zoals die dat wel was voor Wild Plakken, een vergelijkbare groep, zij het uit Amsterdam), maar Amerikaanse typografie uit de jaren vijftig, de typografie van 'de slechte smaak' met zijn overdadig gebruik van scriptletters. Het revolutionaire elan van Hard Werken was allereerst cultureel, niet politiek zoals dat van Wild Plakken.

Aanvankelijk was het een lokale affaire. Het culturele leven in Rotterdam was geconcentreerd rond De Lantaren/'t Venster, een kunstlaboratorium waar van alles gebeurde. Niet alleen op het gebied van beeldende kunst, maar ook op dat van theater, dans, muziek, performances, film en video. Bij die door de Rotterdamse Kunststichting gefinancierde activiteiten hoorde ook een grafisch atelier en daar ontstonden de eerste affiches voor dansprodukties, toneeluitvoeringen, exposities en (misschien wel de bekendste) voor Film International.

De eerste opdrachtgever van buiten de eigen kring was uitgeverij Bert Bakker, gevestigd in Amsterdam maar van oorsprong Haags. Rick Vermeulen had daar ooit stage gelopen en was uiteindelijk terecht gekomen op de afdeling produktie. Naast de gebruikelijke hand- en spandiensten mocht hij incidenteel zelf een boekomslag ontwerpen en via hem raakte ook Gerard Hadders bij de uitgeverij betrokken. Niet veel later zouden ze het merendeel van de titels van een gezicht voorzien. En wat voor gezicht.

Het mildste wat over hun eerste omslagen gezegd kan worden is dat ze opvallend waren. Boekhandelaren haatten de ontwerpen, auteurs verwierpen ze, maar dat nieuwe gezicht maakte de boeken van Bert Bakker wel onmiskenbaar tot boeken van Bert Bakker. In een tijd waarin de ene paperback niet van de andere te onderscheiden viel, was dat zeker een verdienste.

Hadders en Vermeulen haalden hun inspiratie uit de massamedia. Ze namen een voorbeeld aan de televisie met zijn snelle opeenvolging van sferen en emoties. Typografie was in hun opvatting nadrukkelijk vluchtig, onderdeel van het carrousel van stijl en mode. Drukwerk was niet als architectuur voor de eeuwigheid bedoeld; niet zelden werd een herdruk van een ander omslag voorzien. Voor Hard Werken was de cultuur van onze tijd allereerst een wegwerpcultuur. Ontwerpen moesten boven al om aandacht vragen; hadden ze die eenmaal gekregen dan was hun leven voorbij.

Op dat uitgangspunt, afkomstig uit de wereld van de publiciteit, valt niet veel af te dingen. Een produkt dat niet opvalt bestaat ook niet en is binnen de kortste keren produkt-af. De consequentie daarvan is wel dat deze vormgeving de concurrentie wil overstemmen. De kleuren zijn feller, de typografie opvallender, de effecten nadrukkelijker, met als gevolg dat ook het visuele lawaai toeneemt. Het is op zijn ergst de typografie van de ghettoblaster en op zijn best de typografie van de walkman die voor de passant alle muziek (hoe mooi ook) reduceert tot geslis en gebonk. Met andere woorden, de boodschap is te luid voor wie er niet van gediend is, en niet luid genoeg voor wie hij bedoeld is.

Zo snel gaat de ontwikkeling van 'baanbrekende' vormgeving op dit moment, dank zij de computer, dat het oeuvre van Hard Werken op een curieuze manier al weer klassiek oogt. (In de schijndemocratie van de nieuwe software heet het: wat kán, dat mág.) Zo vaak is dit alles inmiddels gedaan, verspreid en nagevolgd dat hun ontwerp-opvatting een andere plaats heeft gekregen in het typografisch universum. De boekhandels die dit werk vroeger verketterden, loven het nu. Van uitzondering is ze regel geworden en vergeleken met de vormgeving van bladen als Ray Gun en Wired oogt ze bijna behoudend.

Alles is een kwestie van tijd; wie maar volhoudt, ongeacht met wat, wordt vanzelf klassiek. Van het blad Hard Werken verschenen tussen 1978 en 1982 elf nummers. De gelijknamige vereniging die in 1980 werd opgericht is tien jaar later eveneens verdwenen, opgegaan in een groter geheel met meer en kapitaalkrachtiger, maar behoudender klanten.

Tenslotte heeft Amsterdam gewonnen. In 1993 fuseerde Hard Werken met de 'verpakkers' Ten Cate-Bergmans en die nieuwe combinatie is nu onder de naam Inizio gevestigd in Sloten. Daar houden ze zich tegenwoordig bezig met het ontwerpen van nieuwe verpakkingen van het Mona-toetje. Het is al bijna tijd voor nostalgie.

    • Ron Kaal