De CDU is niet helemaal van Helmut Kohl, maar wel bijna

BONN, 19 OKT. Langer dan achttien maanden geleden is het nog niet dat de CDU in Hamburg in ondergangsstemming een partijcongres hield. De Bondsrepubliek zat in de zwaarste economische recessie uit haar geschiedenis, de CDU zat in opiniepeilingen rond de 30 procent.

Politikverdrossenheit, een algemene afkeer van de politiek, en een grote romantisch-lutherse Betroffenheit over van alles en nog wat - de recessie, de kolossale kosten van het opbouwwerk in de vroegere DDR, de invoering van de fiscale Solidariteitsheffing om die opbouw te financieren, de politiek in Bonn, het geweld in ex-Joegoslavië - bepaalden de verdrietige stemming in het land. De renommee als eenheidskanselier van CDU-voorzitter Helmut Kohl leek uitgewerkt.

De ene na de andere deelstaat was de voorafgaande jaren veroverd door de SPD, die daardoor in de voor wetgeving belangrijke Bondsraad (de Duitse Eerste Kamer) een comfortabele meerderheid had veroverd. En die bovendien in haar zoveelste nummer één sinds 1982, de provinciale politicus Rudolf Scharping, een eerlijke chef en goede dossierkenner had gevonden. Een man die in de enquêtes boven 40 procent zat en op weg leek om de Bondsdagverkiezingen van oktober 1994 te gaan winnen met een soort landslide-score.

Er was in Hamburg één man die niet geloofde dat de Duitse christen-democratie vlak voor haar politieke liquidatie stond: Helmut Kohl, kanselier sinds 1982, partijvoorzitter sinds 1973. Hij trok zichzelf en zijn sombere partijgenoten aan de haren omhoog in toespraken die van een wonderlijk optimisme getuigden. Wonderlijk optimisme van een afgebrande kanselier? De economie krabbelde zomer 1994 uit de recessie, al was dat dan volgens economische deskundigen eigenlijk te vroeg en daarmee niet goed voor het besef dat Duitsland in feite toe was aan een ingrijpende sanering.

Maar niettemin, het einde van de recessie, en een paar stevige fouten van Rudolf Scharpings SPD, zoals een in juli '94 bezegelde coalitie SPD/Groenen-coalitie in de Oostduitse deelstaat Saksen-Anhalt, met gedoogsteun van de posterieur-commnunistische PDS, veranderden het politieke stemmingsbeeld tijdig. Zodat Kohl, zij het krap, de Bondsdagverkiezingen oktober 1994 alsnog won.

Twaalf maanden later, deze week, houdt de CDU een driedaags programmacongres. Helmut Kohl is er de grote held, de alleskunner, de internationaal erkende staatsman, die afgelopen zomer in één maand met uitzonderlijk succes drie “moeilijke” landen bezocht: Nederland, Polen en Israel. Voor zover de CDU een toekomst heeft heet die toekomst Kohl, zegt de ene minister na de andere, de ene afgevaardigde na de andere. Zij dragen coupletten van een enigszins gênant heldendicht voor, steeds met dezelfde slotregel: Helmut Kohl moet zo lang mogelijk kanselier blijven, liefst tot in de volgende eeuw.

Kohls CDU zit intussen in enqûetes op 45 procent en dus in de buurt van een absolute meerderheid, want zo werkt het Duitse kiesstelsel. De SPD rolt als grootste oppositiepartij al maanden vechtend over straat. De arme Scharping lijkt reddeloos aangeslagen door de hevige gevechten binnen de vriendenclub die Willy Brandt de SPD met zijn poltiieke kleinkinderen (Scharping, Schröder, Lafontaine en generatiegenoten) naliet. In de enqûetes zit de SPD nu rond 30 procent. Zelfs de Groenen - die Brandt twintig jaar geleden met behulp van zijn kleinkinderen in de SPD had willen integreren - beginnen zich zorgen te maken. Want hoe kan met deze SPD de droom van Groenen-kampioen Joschka Fischer - minister van buitenlandse zaken worden in een rood-groene coalitie in Bonn - ooit in vervulling gaan?

Knap heeft de almachtige kanselier en partijvoorzitter het congres van zijn CDU voorbereid. Hij laat een gedegen drieluik openklappen: de zeer gewenste integratie van Europa gaat cruciale jaren tegemoet; de CDU moet dringend worden hervormd en daardoor aantrekkelijker worden voor vrouwen en jongere kiezers; de CDU is de enige partij die kan en moet voorgaan in de grote opknapbeurt die Duitsland nodig heeft. Kohl zwijgt over de vraag of hij na 1998 wil doorgaan, maar met deze drie panelen lijkt hij haar eigenlijk al positief beantwoord te hebben.

Het thema toekomst - industriële vernieuwing, lagere produktiekosten, meer research en innovatie, meer initiatieven van de maatschappelijke elites - moet de CDU beslissend gaan onderscheiden van alle andere partijen. De magie van het jaar 2000, de overgang naar een nieuwe eeuw en een nieuw millennium, is daarbij niet de minste van Kohls strategisch-electorale overwegingen geweest.

Dat laatste thema - de CDU drukt de concurrentie met de toekomst van de weg - acht hij zó belangrijk dat hij het naar voren laat halen op de agenda van het congres. En inderdaad, de geplande politieke annexatie van de toekomst krijgt maandag en dinsdag alle aandacht, ook in de media. Maar elk succes heeft zijn prijs. Die moet op de laatste congresdag worden betaald. Pas woensdag, de dag dat veel afgevaardigden aan de thuisreis denken, of daaraan al zijn begonnen, komen de door Kohl naar het einde van de agenda geduwde voorstellen voor de vernieuwing van de CDU aan bod. Zoals: invoering van een Frauenquorum van een derde voor alle politieke en partijfuncties en van de mogelijkheid om ledenreferenda te houden.

Kohl en de zijnen hebben met hun greep naar de agenda een regiefout gemaakt. Van de duizend congres-afgevaardigden zijn er nog 831 aanwezig als de stemming over die voorstellen begint. Ze moeten reglementair een meerderheid van minimaal 501 stemmen krijgen en zijn omstreden. Nogal wat vrouwen voelen er niet voor om dankzij zo'n quota-regeling in politieke functies te worden benoemd of gekozen, zij willen zoiets op kracht van hun kwaliteit, niet van hun sekse. En over de invoering van ledenreferenda merkt Kohls “eigen” minister Angela Merkel, een van de vier CDU-ondervoorzitters, op dat het afbreuk kan doen aan het vertrouwen in de gekozen volksvertegenwoordigers. En dat zulke peilingen onder de leden - als zij al moeten - beperkt dienen te blijven tot personele kwesties, tot vragen als: wie moet voorzitter of lijsttrekker worden?

Het loopt mis. Amendementen reduceren het geplande ledenreferendum tot de vorm die Angela Merkel had aangeprezen. Ondanks een laatste klemmende oproep van Kohl - “doet u dat nu!” - stemmen maar 496 afgevaardigden voor invoering van vrouwenquota, vijf te weinig dus. Wat een mooie afsluitende klaroenstoot had moeten worden is verrassend verkeerd in een pijnlijk nederlaagje, dat Kohl met slecht verborgen woede incasseert. De CDU is niet helemaal van hem, al scheelt het vaak maar weinig.

    • J.M. Bik