Balpenmoord (2)

De rechtbank in Den Haag heeft vorige week een veroordeling van 12 jaar uitgesproken in de zaak van de zogenoemde 'balpenmoord'. Aan deze zaak hangt een merkwaardig luchtje.

Anatomisch deskundigen zoals prof. Worst blijken van mening dat een dergelijke moord nauwelijks of niet te plegen is op de bewezen verklaarde manier, met een balpen afgeschoten vanuit een kruisboog. Iemand die de koelbloedige moord zou willen plegen die bewezen is verklaard, zou toch zeker niet deze uiterst onzekere manier kiezen die in ieder geval duidelijk uitwendig zichtbare verwondingen nalaat. Het is ook bekend dat kinderen slechts in zeer extreme omstandigheden, die hier niet aanwezig waren, hun moeder vermoorden. Dit maakt de a priori waarschijnlijkheid van moord ten opzichte van andere mogelijkheden zoals een bizar ongeluk, erg laag. Verder is het bekend dat in therapeutische sessies de meest wilde fantasiën worden geuit, niet in de laatste plaats op uitnodiging van de therapeut. Onervaren en/of onvoldoende opgeleide therapeuten kunnen, geschokt door wat zij horen, hun professionele reserve verliezen en waan en werkelijkheid evenzeer verwarren. Zeker in de traumatiserende omstandigheden waarin de nu veroordeelde verkeerde, is het niet ongewoon met de gedachte te spelen dat men schuld heeft aan een overlijden, ja het zelf veroorzaakt heeft. Voor politieverhoren zijn strenge regels van belang om te voorkomen dat van alles en nog wat als bekentenis kan worden aanvaard, a fortiori zou derhalve aan getuigenissen van therapeuten weinig bewijskracht moeten worden toegekend.

De uitspraak roept vragen van juridische en bewijstech-nische aard op die een hoger beroep wenselijk maken. Het lijkt niet uitgesloten dat hier een gerechtelijke dwaling heeft plaatsgehad.

    • Dr.Ir. G. te Meerman