Algemene vaagheid

Of het gaat over de Big Bang, het Ebola-virus of de invloed van de media op de publieke opinie, vanaf augustus 1998 worden alle havo- en vwo-leerlingen erover onderricht. Het nieuwe vak 'mens- en maatschappijwetenschappen' maakt ook bèta's wegwijs in actuele maatschappelijke vraagstukken en het nieuwe vak 'algemene natuurwetenschappen' moet ook alfa's inwijden in de exacte wetenschappen en techniek.

Enthousiast waren de meeste docenten uit Rotterdam en omgeving nog niet, vorige week donderdag bij de presentatie van de nieuwe vakken die over drie jaar op het curriculum staan van alle leerlingen in de hoogste klassen havo en vwo. De vakinhoud is 'veel te vaag', klaagden ze. Laat staan dat ze hun eigen rol van leraar kunnen uittekenen.

Met de nieuwe vakken hoopt staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) de algemene vorming nieuw leven in te blazen. Al jaren vragen hogescholen en universiteiten om breder geschoolde studenten. In januari zal de staatssecretaris de eindexamenprogramma's aan de Tweede Kamer voorleggen.

'Mens- en maatschappijwetenschappen' moet volgens 'vakontwikkelaar' L. Lamberts scholieren leren dat elk actueel maatschappelijk vraagstuk een sociale, politieke, culturele, economische, ecologische, geografische en een historische dimensie heeft. 'We willen de bestaande vakken niet opheffen, maar leerlingen laten zien dat elk vak op een eigen manier de werkelijkheid bekijkt. Dat kan bijvoorbeeld bij een onderwerp als het Groene Hart.'

Soort maatschappijleer

Maar docent geschiedenis H. Reijs ziet dat niet zo. Volgens hem is het vak een 'soort maatschappijleer, en dan nog heel vaag'. Er zal een strijd ontstaan tussen docenten aardrijkskunde, geschiedenis en maatschappijleer, verwacht hij. 'Iedereen kiest toch de invalshoek vanuit zijn eigen vakgebied.' Andere docenten wisten niet wat ze zich moeten voorstellen bij 'de fundamentele verdelingsvraagstukken van de maatschappij die een gevolg zijn van het spanningsveld tussen individu en collectiviteit', die in het vak moeten worden behandeld.

Ook het programma van algemene natuurwetenschappen riep vragen op. Kern van het vak is, zei M. Pieters van de studiecommissie, dat leerlingen kijken naar het leven op aarde en ontdekken hoe levend organisme functioneert. Maar wat ze precies moeten kennen en kunnen blijft vaag. Ze moeten de proef van Pasteur nadoen, maar ook tot kennistheoretische en ethische reflectie komen. Dezer dagen zouden de leerlingen bijvoorbeeld kunnen discussiëren of de maatschappij 'spijt heeft' van het aborteren van foetussen met erfelijke oogziekte.

Een aantal docenten vond dat veel te hooggegrepen voor veertien- en vijftienjarigen. 'Nee tegen een nieuw vak zeg je niet zo gauw', zei een natuurkundeleraar uit Dordrecht. 'Alleen al omdat het je werk en geld oplevert. Maar als je me eerlijk vraagt: dat nieuwe vak is niets en de vraag is of het ooit wat wordt.'