Zalm wil meer greep op houders toezicht

DEN HAAG, 18 OKT. Minister Zalm (financiën) wil zijn greep op de financiële toezichthouders (De Nederlandsche Bank, Verzekeringskamer en de Stichting Toezicht Effectenverkeer) versterken. Dat blijkt uit een wetsvoorstel dat hij gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Het voorstel kom een dag na een het rapport van een parlementaire onderzoekscommissie die de conclusie trekt dat het toezicht van de Verzekeringskamer op de inmiddels failliete verzekeringsmaatschappij Vie d'Or “niet adequaat” is geweest. Een meerderheid van de Tweede Kamer dringt, mede naar aanleiding van dit rapport, aan op een verscherping van het toezicht door Financiën.

De minister zal door de wetswijziging beter in staat zijn onderzoek te doen naar de toereikendheid van de wetgeving die het toezicht regelt en naar de wijze waarop toezichthouders deze wetten uitvoeren of hebben uitgevoerd. Het wetsvoorstel biedt volgens Zalm ook voldoende mogelijkheden om periodiek de opzet van het toezicht door de toezichthouders te toetsen, met inachtneming van de wettelijke geheimhoudingsplicht voor individuele toezichtsgegevens.

De betrokken toezichthouders verschillen van mening over de gevolgen van de nieuwe wet. Voorzitter dr. A. Vermaat van de Verzekeringskamer zei gisteren te vrezen dat de informele informatiebronnen grotendeels zullen opdrogen wanneer betrokkenen weten dat informatie ook bij anderen, zoals de minister, terecht kan komen. De Nederlandsche Bank daarentegen ziet geen veranderingen voor het huidige bankentoezicht. “Wij hebben er geen problemen mee”, aldus een woordvoerder van de centrale bank. “Ook de minister is straks gebonden aan een geheimhoudingsplicht. Alleen in specifieke gevallen, zoals calamiteiten, kan hij straks nadere informatie opvragen.”

Het uitgangspunt in het wetsontwerp blijft dat de toezichthouders verantwoordelijk zijn voor de controle van de financiële sector en hun toezichtstaken in onafhankelijkheid uitoefenen. Dat houdt in dat de minister slechts onderzoek zal doen indien zijn verantwoordelijkheid op afstand dat vereist. Om de onderzoeksbevoegdheid van de minister van financiën 'handen en voeten' te kunnen geven, zijn de toezichthouders, een aantal uitzonderingen daargelaten, in beginsel verplicht op verzoek van de minister de gegevens en inlichtingen te verstrekken die hij nodig acht voor zijn onderzoek.