Voorman begraafplaats beticht van lijkschennis

AMSTERDAM, 18 OKT. Het Openbaar Ministerie in Amsterdam doet onderzoek naar lijkschennis op de katholieke begraafplaats in Buitenveldert. Het onderzoek richt zich op de gedragingen van een voormalige voorman. Dit heeft een woordvoerder van het OM bevestigd.

Vorig jaar juli diende een werknemer van de begraafplaats tegen de voorman een aanklacht in bij de politie. Die startte daarop een onderzoek waarbij een aantal betrokkenen werd gehoord. De beschuldigingen tegen de voorman varieerden van het dumpen van stoffelijke resten in een nabijgelegen sloot tot het trekken van tanden en kiezen uit schedels.

J. G. van Tooren, lid van het kerkbestuur waaronder de begraafplaats ressorteert, zegt niet te begrijpen waarop de beschuldigingen zijn gebaseerd. “Ik ken de bewijzen niet en ontken dan ook dat genoemde feiten zich hebben voorgedaan. Welk zinnig mens zou zulke dingen doen?” De werknemers is verzocht naar buiten geen mededelingen te doen, de voorman is met verlof gestuurd.

Volgens Van Tooren heeft de voorman wel toegegeven dat hij in 1992 tijdens het ruimen van graven onethisch heeft gehandeld. Bij het ruimen bleef de onderkaak van een schedel in het zand achter. De voorman zag vlakbij een gouden prothese liggen, die had toebehoord aan de overledene. In plaats van, zoals te doen gebruikelijk, de stoffelijke resten naar het knekelhuis over te brengen, toonde hij de prothese aan zijn collega's en bewaarde hij hem in een kastje in het schaftlokaal. Van Tooren: “Volstrekt onethisch, daar is geen misverstand over. Maar hij heeft zich niet schuldig gemaakt aan verduistering want de prothese bleef op het terrein van de begraafplaats.”

Deze zaak kwam aan het rollen toen een werknemer, tegen wie een ontslagprocedure liep, eind 1993 het kerkbestuur in kennis stelde van het gebeuren. Volgens Van Tooren is de voorman meteen teruggeplaatst en mag hij zich niet meer bemoeien met het ruimen van graven. Het bestuur heeft destijds niet overwogen de man te schorsen dan wel een ontslagprocedure in gang te zetten omdat tussen het gebeuren en het bekend worden ervan een tijdsspanne zat van anderhalf jaar.