Vette glimlach Indurain bij presentatie Tour '96

PARIJS, 18 OKT. Op het gezicht van Miguel Indurain verschijnt een vette glimlach zodra Tour-directeur Leblanc de zeventiende etappe in de Ronde van Frankrijk 1996 op het videoscherm tovert. In full colour doemt een loodzware rit op, dwars door de Pyreneeën naar Pamplona, de enige stad die de Tour in het vaderland van Indurain aandoet. Het grafiekje onderin het beeldscherm waarop de hoogteverschillen zijn aangegeven, zorgt in de grote zaal van het Palais des Congrès in Parijs voor de nodige oe's en aah's. Deze langste (260 kilometer) van de 21 etappes telt maar liefst vijf cols, waaronder de Aubisque (1.704 meter) en de Marie Blanque (1.100 m). Van de reeks etappes van Den Bosch tot Parijs vormt deze koninginnerit het bewijs dat de Tour van '96 er één voor klimmers wordt. Indurain glimlacht vol vertrouwen.

Cees Priem, ploegleider van TVM, is onder de indruk van het 3.835 kilometer lange parcours dat Leblanc op de tekentafel heeft gelegd. Hij wil vooral in de eerste dagen toeslaan, als het even kan op eigen, vlakke bodem. “Ik verwacht de eerste vijf dagen wel wat van onze renners. Met name van Blijlevens, Nijdam en Knaven.” Met een verwijzing naar onder meer de zege van Jan Raas in het laatste jaar dat de Tour in Nederland begon (Leiden, 1978), zegt Priem: “Het mag dan wel traditie zijn dat Nederlandse renners de proloog van de Tour in Nederland winnen, je moet het nog wel eerst doen.”

In gedachten ziet de Zeeuw al een Nederlander in het geel over de Noordbrabantse wegen rijden. “Dat zou leuk zijn voor Nederland.” Voor Priem kan het alleen maar leuk zijn als het geen Nederlander van een andere ploeg betreft. Priem ziet in de Tour van volgend jaar één lichtpuntje: er is maar één “verplaatsing”. De renners hoeven slechts één keer een grote afstand te overbruggen zonder zelf op de pedalen te staan, per TGV van Saint-Emilion naar Parijs. Priems onvermijdelijke prognose: “Ik hoop dat Indurain het wat moeilijker krijgt, maar dat zeggen we elk jaar. Toch denk ik dat hij wint.” Alleen aan prijzengeld zou dat Indurain al 2,2 miljoen Franse francs (ruim 600.000 gulden) opleveren.

De voorspelling van Priem klinkt ook veelvuldig uit andere monden. Als de Spanjaard opnieuw in de gele trui op de Champs Elysées aankomt, is hij de eerste wielrenner die de ronde zes keer op zijn naam schrijft. Nu deelt hij met Merckx, Anquetil en Hinault de eer vijfvoudig Tourwinnaar te zijn. “Muy duro, muy complicado”, is de eerste reactie van Indurain zelf. Zwaar en gecompliceerd zijn niet alleen de etappes in de Pyreneeën, maar ook die in het Centraal Massief, waar vier ritten worden gereden. Vier keer wordt de eindstreep hoog in de bergen gekalkt: in Val d'Isere, in Les Arcs waar de eerste Alpen-etappe eindigt, in Superbesse-Sancy en in het Italiaanse Sestrières.

De zwaarte van de Tour, die halverwege in Gap een rustdag kent, zal ten minste één man in de Parijse conferentiezaal een zorg zijn. De man die tijdens de toelichting van Leblanc in de stoel achter Indurain zit, burgemeester Burgers van Den Bosch, of liever, van 's Hertogenbosch. Onder die naam wil de stad in het buitenland faam verwerven, tegen een investering van een slordige 4,5 miljoen gulden. Met een promotievideo en een bijbehorende strakke beat wordt Den Bosch als Tourstad neergezet. De wereld moet ook weten dat Den Bosch slechts vier uur van Parijs ligt en langs de autoroute Amsterdam-Marseille. Een leugentje om bestwil kan er in het Bossche enthousiasme wel bij. Met de opmerking van de burgemeester - met ambtsketting achter het katheder - dat Nederland meer fietsen telt dan mensen, is niks mis. Maar met de ontboezeming dat fietsen “onze nationale sport” is, verschaft hij de wielrennerij in de lage landen wat te veel eer. Feit blijft dat de Ronde van Frankrijk op zaterdag 29 juni in de Brabanthallen in Den Bosch start. De volgende dag volgt een 206 kilometer lange etappe door Noord-Brabant en een stukje Gelderland waarin Den Bosch zowel start- als finishplaats is. Maandag 1 juli verlaat de Tourkaravaan Nederland, opnieuw vanuit Den Bosch.

De Tour van '96 is precies driehonderd kilometer langer dan dit jaar, gaat met uitstapjes naar Nederland, Italië en Spanje vaker dan gebruikelijk over de landsgrens en laat het westen en midden van Frankrijk links liggen. Hoewel de ronde langer is, is het twijfelachtig of op zondag 21 juli 1996 net zoveel renners over de streep zullen komen als dit jaar.

De Fransman Richard Virenque, dit jaar winnaar van het bergklassement en negende in het algemeen klassement, ziet Pantani als een belangrijke concurrent voor Indurain. “En Jalabert.” In zijn bescheidenheid vergeet hij zichzelf te noemen als kanshebber. Immers, de Tour van 1996 is gemaakt voor klimmers. “Jalabert kan een zorg voor Indurain worden. Hij zal toch eens moeten verliezen.” Virenque won dit jaar een etappe, op de dag die voortaan als een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de Tour de France terug te vinden is. Het was de achttiende juli waarop Fabio Casartelli in de afdaling van de Portet d'Aspet een bocht miste en dodelijk verongelukte. Op die fatale plek onthullen de Tour-directie en Casartelli's ploeggenoten op 14 november een gedenkteken. Daar blijft het niet bij, liet Leblanc gisteren weten. Het jongerenklassement zal voortaan de naam van Casartelli dragen.

    • Ward op den Brouw