Uitspraak van Hof vergroot onzekerheid vrouwen

ROTTERDAM, 18 OKT. Het Nederlandse voorkeursbeleid voor vrouwen kan waarschijnlijk gewoon worden voortgezet. Maar het Europese Hof van Justitie heeft met haar afwijzing van positieve discriminatie wel een forse blokkade opgeworpen tegen een mogelijke aanscherping van nationale regelgeving.

Terwijl vrouwelijke politici in Brussel reppen van “een grote tegenslag voor de vrouwen in Europa”, zijn in Nederland de reacties overwegend laconiek. “We omarmen deze beslissing niet, maar we liggen er ook niet wakker van”, zei een woordvoerster van de vakcentrale FNV gisteren. Minister Melkert (sociale zaken) heeft gisteren laten weten dat Nederlandse werkgevers die voorrang geven aan vrouwelijke sollicitanten daarmee vooralsnog gewoon kunnen doorgaan. “Maar we moeten de kleine lettertjes van de uitspraak nog bestuderen”, aldus een woordvoerder van het ministerie vanmorgen.

Het Europese Hof van Justitie heeft zich gisteren uitgesproken tegen het gebruik van strikte quotaregelingen in arbeidsorganisaties. Volgens het Hof zijn regelingen die vrouwen automatisch voorrang geven boven gelijk gekwalificeerde mannen, alleen op grond van het feit dat er in een bepaalde sector minder vrouwen dan mannen werken, in strijd met het recht van alle Europese burgers op gelijke behandeling. De uitspraak van het Hof had betrekking op een specifieke Duitse zaak, waarbij een mannelijke plantsoenmedewerker zich door de deelstaat Bremen onterecht gepasseerd voelde voor een vrouwelijke collega, maar heeft automatisch ook gevolgen voor andere nationale regelingen.

Ook in Nederland mogen organisaties al geruime tijd een voorkeursbeleid hanteren. Vooral bij overheidsinstellingen is hiervan gebruik gemaakt. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland of Scandinavië is het Nederlandse voorkeursbeleid niet in de vorm van strikte quotaregelingen gegoten. In Bremen is de regel dat vrouwen bij promoties en sollicitaties automatisch voorrang krijgen boven mannelijke collega's, zolang er in de betreffende functiegroep of salarisschaal minder dan 50 procent vrouwen zitten.

“In Nederland hanteren we zulke fity-fifty-verhoudingen niet”, zegt Marc Cornelissen, woordvoerder van de Commissie Gelijke Behandeling. Het Nederlandse voorkeursbeleid is er volgens hem op gericht om de samenstelling van het werknemersbestand in een organisatie een afspiegeling te laten zijn van het relevante aanbod op de arbeidsmarkt. Daarbij staat het streven voorop, zonder dat er sprake van is dat vrouwen automatisch aangenomen of gepromoveerd worden. Als in de bouwsector bijvoorbeeld twintig procent van de sollicitanten uit vrouwen bestaat, zou het aantal werknemers idealiter ook voor een vijfde van het vrouwelijk geslacht moeten zijn. Ligt het aanbod van vrouwelijke sollicitanten hoger dan zou dat percentage uiteindelijk weerspiegeld moeten worden in het personeelsbestand. “Dat beleid blijft recht overeind staan”, stelt Cornelissen.

Volgens vrouwelijke Europarlementariërs heeft de uitspraak van het Europese Hof wel degelijk verstrekkende gevolgen voor de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt. “Het is een behoorlijke stap terug”, zei Hedy d'Ancona, afgevaardigde voor de PvdA, vanmorgen vanuit Brussel. Ook haar collega Nel van Dijk (GroenLinks), voorzitter van de Commissie Rechten van de Vrouw in het Europees Parlement, spreekt van “een grote tegenslag voor de vrouwen in Europa”. Van Dijk: “Het met veel moeite afgedwongen beleid ten aanzien van gelijke behandeling op de arbeidsmarkt komt onder zware druk te staan”.

In de Verenigde Staten komen quota-regelingen veelvuldiger voor. Daar is de laatste tijd echter sprake van toenemend verzet tegen een dergelijk instrument, zowel wat betreft vrouwen als zwarten. Het Europese Hof haakt met zijn uitspraak in op het gevoel dat in de VS al langer opgeld doet. “Het Hof is altijd redelijk progressief geweest in haar uitspraken. Misschien willen ze nu een stapje terugdoen, omdat ze bang zijn de aansluiting te verliezen met de wetgeving op nationale niveau's”, aldus de Utrechtse juriste A. Veldkamp in een reactie.

De recente uitspraak van het Europese Hof is nog maar het begin, zo denkt Veldman. Het vonnis is volgens haar op veel aspecten zo vaag gebleven dat het voor nationale rechters nog niet duidelijk is hoe ze de uitspraak moeten interpreteren. Veldman verwacht dat er om die reden de komende maanden op allerlei deelaspecten bij het Europese Hof in Luxemburg om verduidelijking zal worden gevraagd. Dan zal ook moeten blijken of de Nederlandse varianten van voorkeursbeleid bij het Hof wel door de beugel kunnen. “We krijgen in ieder geval weer een lange periode van onzekerheid”, aldus Veldman.

    • aan Dit Artikel Werkte Claudia Kammer Mee
    • Marcella Breedeveld