Stevige houdgreep op geldmarkt met tweedaagse belening

AMSTERDAM, 18 OKT. De tarieven op de Nederlandse geldmarkt vertonen sinds het eind van de vorige maand een licht stijgende trend. Ook de afgelopen week liep de 3-maands interbancaire rente, de 'benchmark' voor de geldmarkt, iets op; ditmaal met 7 basispunten (honderdste procentpunten) tot 4,00 procent. Het uitblijven van een verlaging van de beleningsrente - samenhangende met het gematigde tempo waarin het Duitse repotarief wordt verlaagd - lijkt hier mede aan ten grondslag te liggen. Kennelijk was op de financiële markten toch enigszins vooruitgelopen op een wat snellere verlaging van de tarieven. Recente Duitse cijfers bevestigen echter dat zowel de economische groei als de inflatie een gematigd beloop kennen. De komende maanden is een voortgaande en wellicht ook wat forsere verlaging van de Duitse rentetarieven daarom niet uit te sluiten. Gezien de kracht van de gulden (de D-mark noteert weer onder de 1,12 gulden), is het vrijwel zeker dat De Nederlandsche Bank haar Duitse collega zal volgen.

De Nederlandse daggeldrente koos een andere richting dan de overige geldmarkttarieven en daalde de afgelopen week met 7 basispunten. Deze beweging moet vooral in verband worden gezien met de niet volledige benutting van het toelaatbare beroep van banken op DNB binnen de contingentsperiode die loopt tot aanstaande vrijdag. Pogingen van partijen om hun contingentsruimte nog in de markt uit te zetten, gaan dan gepaard met prijsconcessies. Een forsere daling van de daggeldrente kan zijn tegengehouden door de wat krappere verhoudingen op de geldmarkt. Uit de weekstaat blijkt dit laatste niet. Tegenover een 6,3 miljard gulden hogere kasreserve staan betalingen van het Rijk van 2 miljard, een afname van de bankbiljetten in omloop met 112 miljoen en een 4,7 miljard gulden ruimere speciale belening. De voorschotten in rekening courant konden hierdoor met 415 miljoen gulden afnemen. Dit betreft echter de mutatie van maandag op maandag (sluitdatum weekstaat). Gedurende de verslagweek lagen de voorschotten, op een enkele dag na, telkens boven het gemiddelde toelaatbare beroep, waardoor de besparing op het contingents-verbruik afnam van 3,8 naar 2,9 procent. Nadat 96,7 procent van de contingentsperiode is verstreken, is 93,8 procent van het toelaatbare beroep verbruikt.

Komende vrijdag gaat een nieuwe contingentsperiode in. Het gemiddelde toelaatbare beroep is daarbij vastgesteld op 4.064,7 miljoen gulden, ruim 300 miljoen gulden lager dan het huidige. Tegelijk hiermee worden een nieuwe kasreserve, groot 15,1 miljard gulden, en een nieuwe speciale belening van kracht. Tot die tijd houdt DNB de geldmarkt stevig in haar greep met een tweedaagse belening, waar vanochtend voor 5.507 miljoen gulden op is toegewezen.

Bron: Economisch Bureau ING Groep