Slagvaardig, breed en professioneel

Tot de grote wereldraadsels hoort het Nederlandse omroepbestel. Het vraaggesprek van de Volkskrant met staatssecretaris Aad Nuis heeft het misschien wel dichter bij een oplossing gebracht, maar je moet nog altijd een kenner zijn om het te begrijpen. De heer Nuis wil in plaats van het bestel der zuilen, dat zijn einde nadert, één publieke omroep. Niet dat hij het eens is met de critici die het allemaal even beroerd vinden - “Er zijn zeker niet minder goede programma's dan vroeger” - maar het oude is niet houdbaar. Daarvoor in de plaats moet één publieke omroep komen, op één of meer netten, en die zal dan met “slagkracht, professionaliteit en samenhang” beter tegen de commerciële concurrentie zijn opgewassen. Dat zal in vijf jaar moeten gebeuren, want zolang duren nog de zendmachtigingen. Na het jaar 2000 ontstaat dan de situatie waarin de zuilen “niet meer concurrenten maar bondgenoten zijn”.

We kunnen van de staatssecretaris niet vergen dat hij nu al scherp de contouren van Hilversum in het jaar 2000 ziet. Het is al prijzenswaardig dat hij een paar ruwe lijnen trekt en een vraag stelt. “De publieke omroep”, zegt hij, heeft een dubbele taak. “Ze moet zorgen dat ze kijkers blijft vangen, èn ze heeft daarbij de opdracht iets te bieden wat meer is dan dat waarop het publiek zat te wachten. De commerciëlen geven de mensen alleen wat ze willen.” Als de nieuwe constellatie haar beslag heeft gekregen kan de race pas goed beginnen, want dan heeft de publieke omroep eindelijk de organisatievorm waardoor ze de volwaardige partij in de strijd is geworden. Dat is duidelijk.

Dan komt de vraag: “Waar moet de publieke omroep over gaan?” Daarover valt natuurlijk niets met nauwkeurigheid te zeggen. Maar wel staat het voor Nuis vast dat de nieuwe organisatie “het in de breedte moet zoeken. (..) Als je alleen voor de elite optreedt, verras je niemand meer. Cultuur, educatie, dat is een opdracht. Dat kun je alleen doen als je probeert veel mensen te bereiken.”

Op de keper beschouwd ziet de staatssecretaris dus een tweeledig probleem: van vorm en inhoud. Hij hoopt dat als het vraagstuk van de vorm, de organisatie, eenmaal zal zijn opgelost, dat van de inhoud minder hoofdbrekens zal kosten. Deugt straks de organisatie van de publieke omroep, dan zullen de programma's van het soort dat hij voor wenselijk houdt - breed, cultureel, educatief - veel gemakkelijker worden geproduceerd. De oplossing van het tweeledig probleem ligt in een tweeledige revolutie: de organisatorische en de inhoudelijke.

Vergeleken met de inhoudelijke revolutie is de organisatorische nog eenvoudig, al zal het zelfs binnen het bestek van vijf jaar een hels werk zijn, de gevestigde belangen van het oude bestel tot “slagvaardige en professionele” samenwerking te brengen. Maar verder. Nuis gaat er in zijn redenering van uit dat de kijkers in het jaar 2000 zó sterk zijn veranderd, dat ze dan in voldoende aantallen prijs stellen op de 'brede' programmering die hij als kind van de Verlichting voor wenselijk houdt. Dat is een gedurfde speculatie.

Toevallig zag ik een programma van de Evangelische Omroep waarin een aantal keurig uitziende en sprekende mensen, onder wie een vrouw die zich als arts bekendmaakte, met documenten bewezen dat in Oeganda tussen de tien en honderdtwintig aids-patiënten op wonderbaarlijke manier waren genezen. Of de zieken hiertoe meer of minder toegewijd in gebed waren gegaan bleef in het midden, maar het kon niet anders of daar was de Heer in het spel geweest. Ik sluit niet uit dat naarmate het jaar 2000 nadert, het aantal wonderen van dit kaliber zal toenemen. Hoe zal het signaleren daarvan in de publieke omroep worden ondergebracht?

Dit is maar één betrekkelijk gering aspect van een nieuw vraagstuk. Het land depolitiseert en ontkerstent zich verder - dat is de oorzaak van het verval der zuilen - maar de particularistische en zelfs de 'fundamentalistische' belangen nemen toe in getal en kracht. En als we toch aan het speculeren zijn: het is niet uitgesloten dat tegen het jaar 2000 het systeem van de vrije markt als overleefd zal worden beschouwd en dat onder allerlei vormen van economische of ecologische druk een nieuw soort radicalisme is ontstaan dat in Nederland in de eerste plaats een eigen vereniging opricht om zich toegang tot de televisie te verschaffen. Kan voor een dergelijk werelds radicalisme ruimte in de publieke omroep worden gevonden?

Dan is er het vraagstuk van de veranderende samenstelling der bevolking. In Amsterdam is nu zestig procent van de jongeren allochtoon. Straks zullen er stedelijke gemeenschappen zijn die door niets anders worden gebonden dan het openbaar vervoer en hun televisieprogramma's, voor het grootste deel geïmporteerd entertainment. Alleen de plaatselijke omroepen, in Amsterdam het vaak uitstekende AT5, vervullen nu al een andere functie, ongeveer als een publieke omroep van het soort dat Nuis misschien min of meer voor ogen staat.

Dat er binnen niet al te lange tijd een publieke omroep komt die het grote kijkvolk, verenigd door het feit dat het hier nu eenmaal woont, nog op een andere manier weet te interesseren dan door het uitzenden van in het buitenland gekocht entertainment (dat ook prachtig kan zijn), lijkt me een nationaal belang. Als het niet lukt volgens de lijnen die de staatssecretaris heeft getrokken dan lukt het waarschijnlijk nooit meer. Maar dan, tegen het einde van het vraaggesprek, laat hij zich een zinnetje ontvallen dat ik eigenaardig vind. “Als je alleen voor de elite optreedt, verras je niemand meer.”

Wat is er tegen om alleen voor de elite op te treden? Die heeft haar eigen gedrukte media, uitgevers, partijen en verenigingen. Waarom zou ze niet haar eigen omroep kunnen hebben? De heer Nuis wil - daar komt het op neer - omroepconcentratie tot vergroting van de culturele weerbaarheid. Als het lukt, zal het waarschijnlijk waardevol blijken te zijn, maar het blijft concentratie. De eigenschap van de elite - die bestaat, hoe je het ook wendt of keert - is dat ze zich juist niet laat concentreren of meegaand gelijkschakelen, wat hetzelfde is. Dat zinnetje over de elite is verdacht, in een overigens veelbelovend plan.

    • H.J.A. Hofland