Onderzoek controlebureau: Shell gaf goede informatie over Brent Spar

LONDEN, 18 OKT. Shell heeft volgens het Noorse bureau Det Norske Veritas een redelijk betrouwbare indruk gegeven van de milieugevaarlijke stoffen die in het olie-opslagplatform Brent Spar waren achtergebleven. De hoeveelheid zware metalen in de olieresten in de opslagtanks is zelfs overschat.

Dat is vanochtend in Londen bekendgemaakt door het certificatiebureau Det Norske Veritas (DNV) dat in juli opdracht had gekregen voor een onderzoek naar de aanwezigheid van milieu-gevaarlijke stoffen op de Brent Spar.

DNV heeft zich niet uitgesproken over de beste eindoplossing voor de Brent Spar.

Volgens het Noorse onderzoeksbureau zijn drie keer zoveel olie en olieresten achtergebleven dan Shell had geschat. Die resten bevonden zich vooral in toevoerleidingen.

De opgaven van Greenpeace over de Brent Spar bevatten volgens DNV “belangrijke interpretatiefouten”. Pertinente beweringen van Greenpeace dat drie vaten met giftig afval op de Brent Spar aanwezig waren konden niet worden bevestigd en zijn ongeloofwaardig, aldus het bureau.

De milieu-actiegroep Greenpeace beweerde aanvankelijk dat in de Brent Spar ruim 5000 ton olie was achtergebleven. Enkele weken geleden gaf Greenpeace toe dat ze zich had vergist.

In 1991 had Shell Expro, die de Brent Spar samen met Esso gebruikte, ook al een onafhankelijk onderzoek laten doen. Daaruit was gebleken dat de laadboei ongeveer 100 ton ingedikte olieresten bevatte. Daarin zou 9,2 ton zuivere olie aanwezig zijn en verder vooral zand en natuurlijke mineralen, de laatste gedeeltelijk licht radio-actief. Mede op grond van dit onderzoek kreeg Shell van de Britse overheid toestemming de Brent Spar te dumpen in de Atlantische Oceaan.

Toen Greenpeace, dat de verlaten Brent Spar op 30 april bezette, halverwege mei zelf monsters liet nemen uit drie van de zes opslagtanks die de Brent Spar heeft, werd daarin volgens de organisatie een grote hoeveelheid olie aangetroffen. Men schatte de voorraad op 5000 ton. Greenpeace heeft hieruit de conclusie getrokken dat Shell een vergunning voor dumping had gekregen op grond van een onvolledige opgave. De dag voor het besluit van Shell om van dumping af te zien, maakte Greenpeace de olievondst bekend. Maar begin september maakte de milieuorganisatie bekend dat het niet in drie maar in slechts één opslagtank had willen monsteren en dat zelfs die poging mislukt was. De beweringen over duizenden tonnen olie werden ingetrokken en men bood Shell expliciet excuses aan. Greenpeace hielde staande dat de vermeende olievondst geen rol had gespeeld in het besluit om tegen dumping actie te voeren.

Shell heeft zich in eerste reactie tevreden getoond over de conclusies van het onderzoek.