Melkert probeert met voodoo-formules de harmonie overeind te houden; Najaarsoverleg verbergt tegenstellingen

DEN HAAG, 18 OKT. Wat een demonstratie van eensgezindheid en harmonie had moeten worden eindigde in een conflictueuze woordenwisseling. De vertegenwoordigers van de drie groeperingen die met elkaar de fameuze Nederlandse overlegeconomie schragen - Ad Melkert (namens de overheid), Alexander Rinnooy Kan (werkgevers) en Johan Stekelenburg (werknemers) - zaten gebroederlijk naast elkaar om de pers te woord te staan over het Najaarsoverleg. Na de plichtmatige intentieverklaringen mocht de pers, zoals gebruikelijk bij persconferenties, vragen stellen. Toen viel de façade van harmonie snel in duigen. Als de woordvoerder van minister Melkert (sociale zaken en werkgelegenheid) geen einde had gemaakt aan de bijeenkomst, dan resteerde nu weinig meer van de zorgvuldig gekoesterde illusie van eensgezindheid.

De façade van eensgezindheid wordt veroorzaakt door een stilzwijgende overeenkomst tussen partijen om alleen nog maar te praten over zaken waar men het in principe al over eens is. Tevoren wordt in tientallen informele contacten afgetast op welke punten zaken te doen vallen. Het Najaarsoverleg zelf is, net als het Voorjaarsoverleg een half jaar eerder, een afstempeling van deze langzaam gerijpte communis opinio. Het centraal overleg is een agreement to agree.

Alle partijen hebben lessen getrokken uit de meer conflictueuze verhoudingen in die periode, toen centraal overleg een slopende aangelegenheid was die dag en nacht kon duren en vaak tot weinig resultaten leidde. Nu verlieten minister-president Kok en de ministers Dijkstal (binnenlandse zaken), Wijers (economische zaken) en Zalm (financiën) al na tweeënhalf uur monter het overleg, waarvan de uitkomsten tevoren vaststonden. Minister Melkert mocht de positieve boodschap met de opperhoofden van de sociale partners aan de pers presenteren.

Tijdens deze presentatie bleek echter dat werkgeversvoorzitter A. Rinnooy Kan de intentie om meer allochtonen aan werk te helpen niet concreet wilde maken in de vorm van een getal. “Ik houd niet van getallen”, zei Rinnooy Kan. De woordvoerder van de werknemers, FNV-voorzitter J. Stekelenburg was echter niet te beroerd om wél een getal te noemen. De gezamenlijke, schriftelijk vastgelegde en aan de pers uitgereikte intentie van werkgevers en vakbeweging om in 1996 “evenredige arbeidsparticipatie van allochtonen dichterbij te brengen” houdt volgens Stekelenburg in dat er volgend jaar minstens 25.000 banen voor allochtonen bij moeten komen. Maar, zo onthulde hij, “als een dergelijke concreetheid tijdens het Najaarsoverleg een rol had gespeeld, dan was de discussie een stuk moeilijker geweest”.

Even later werd minister Melkert aan de tand gevoeld over twee spanningshaarden in zijn portefeuille: de arbeidsvoorziening en de Ziektewet. Bedreven sprak Melkert allerlei bezweringsformules uit. De voorstellen voor een andere opzet van de arbeidsvoorziening en afschaffing van de Ziektewet liggen nu bij het parlement. Vanzelfsprekend staan ze open voor kritiek en wijziging. Kritiek is er, zo beaamde Melkert, maar die kritiek overlapt elkaar niet. En daarom is het maar beter dat het kabinet zijn “vrij heldere lijn” (de woorden van Melkert) doorzet. “Die lijn laat zich ook niet gemakkelijk vervangen door een andere”, eindigde hij zijn verbale slalom. Waarop de voorzitter van de Vereniging VNO-NCW, A. Rinnooy Kan, in woede ontstak. “Het is wel degelijk zo dat er overlappingen zijn in de kritiek op de kabinetsvoorstellen”, zei hij. “Wie de opvattingen van de Raad van State, werkgevers en werknemers over bijvoorbeeld de arbeidsvoorziening leest, constateert dat zij het tamelijk eens zijn”.

Volgens de werkgeversvertegenwoordiger verschuiven de machtsverhoudingen bij de arbeidsvoorziening richting overheid. “Wij zien dat als zeer bedreigend”, aldus Rinnooy Kan. “Het doet denken aan de jaren tachtig toen de overheid ook het primaat uitoefende in de arbeidsvoorziening. Wij hebben daar geen goede herinneringen aan”. Hij ging zelfs zo ver om Melkert van woordbreuk te beschuldigen. Rinnooy Kan: “Een jaar geleden dachten we overeenstemming te hebben met de minister. Daar vinden we nu weinig meer van terug.” Melkert vertrok geen spier en antwoordde mechanisch dat de door het kabinet voorgestelde nieuwe bestuursstructuur “beter werkbaar” is en bovendien in overeenstemming is met Europese richtlijnen. Rinnooy Kan en Stekelenburg moesten er nog maar eens over nadenken.

Melkert probeert het beeld van harmonie met Voodoo-achtige bezweringsformules overeind te houden. Het kabinet is immers gebaat bij rust aan het arbeidsfront. Eén procent loonmatiging spaart de werkgevers direct 3 miljard gulden uit, terwijl de overheid ook nog eens minder kwijt is aan uitkeringen, die immers weer gelijk oplopen met de CAO-lonen.

Achter de façade van harmonieus overleg gloren echter de tegenstellingen. Het verschil van mening tussen sociale partners en kabinet over het opleggen van CAO-bepalingen aan hele bedrijfstakken is voorlopig uit de wereld. PvdA en D66 hebben hun vertrouwen uitgesproken in de gezamenlijke intentie van de sociale partners om meer allochtonen en laaggekwalificeerde werklozen aan een baan te helpen. Alleen de VVD sputtert tegen. Deze partij wil om principiële, ideologische en economische redenen CAO's niet langer opleggen aan ongeorganiseerde werkgevers en hun personeel die niet direct bij dergelijke contracten over arbeidsvoorwaarden betrokken zijn.

Voor de sociale partners is deze zogeheten algemeen verbindend verklaring (avv) de achilleshiel van de overlegeconomie. De vakbeweging vertegenwoordigt slechts een kwart van de werknemers. De werkgeversverenigingen hebben relatief gesproken meer leden, maar dat komt omdat die via hun lidmaatschap invloed kunnen uitoefenen op de arbeidsvoorwaarden (en dus loonkosten) waarmee zij als gevolg van de door werkgeversverenigingen afgesloten CAO's te maken krijgen. Als de minister van sociale zaken CAO's niet langer oplegt aan alle werkgevers in een bedrijfstak, ontstaat weer de mogelijkheid voor individuele werkgevers om zelf het heft in eigen hand te nemen en bijvoorbeeld lagere lonen uit te gaan betalen dan de CAO voorschrijft, en met scherpere prijzen andere bedrijven in de sector te beconcurreren.

Een dergelijke loon- en prijsconcurrentie willen de werkgevers liever niet. Zij prefereren het overlegkartel. De aanval daarop van met name minister Zalm (financiën) en enkele andere liberale denkers die weinig op hebben met kartels, is in het Najaarsoverleg (voorlopig) afgeslagen. De minister van sociale zaken blijft doen wat hij al tientallen jaren automatisch doet: op verzoek van een of meer contractpartijen collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO's) opleggen aan alle werkgevers in een bepaalde bedrijfstak.

Ook de twee andere discussies - de arbeidsvoorziening en de Ziektewet - gaan in essentie over de verdeling van de macht. Wie moet het in de economie voor het zeggen hebben: de vertegenwoordiger van het gezamenlijk belang (de overheid), of de direct betrokkenen (waaronder de sociale partners)? Dit gevecht zal de komende maanden in alle hevigheid plaatsvinden, omdat het kabinet enkele pikante wetsvoorstellen naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De wetten moeten nog per 1 januari 1996 ingaan, als het aan het kabinet ligt.

Als het aan de direct betrokkenen ligt, dan gebeurt dat niet. Hun lobby richting parlement is dan ook in volle gang. En met name de werkgevers zouden het hard willen spelen. Zoals een vertegenwoordiger van de vakbeweging na afloop van het Najaarsoverleg verklaarde: “Het begint flink te spannen in de portefeuille van Melkert”. De voodoo-economie van Ad Melkert kan wel eens zijn langste tijd hebben gehad.

    • Frank van Empel