Meer spijtoptanten in discussie staatkundige vernieuwing; De uitkleding van een D66-idee

DEN HAAG, 18 OKT. Het 'strippen van D66' wordt het op het Binnenhof al genoemd; de steeds moeizamer verlopende discussie over het referendum. Per dag neemt het aantal spijtoptanten over deze belofte in het regeerakkoord toe. Nadat afgelopen maandag minister Melkert van sociale zaken grote vraagtekens bij deze vorm van staatkundige vernieuwing had geplaatst, deed VVD-senator Wiegel het gisteravond tijdens een spreekbeurt in Sassenheim nog eens dunnetjes over. Ondertussen sprak de Tweede Kamer er gisteren tijdens de behandeling van de begroting van binnenlandse zaken vooral in voorzichtige bewoordingen over.

Dat het kabinet niet aan een referendum-voorstel zal kunnen ontkomen weten de critici. Maar duidelijk is dat momenteel de tijd in het voordeel van de tegenstanders werkt. Hoe langer het debat duurt hoe meer het referendum-idee wordt uitgekleed.

Van politiek belang voor de coalitie van PvdA, VVD en D66 is de afspraak in het vorig jaar gesloten regeerakkoord dat “de invoering van de mogelijkheid van een correctief wetgevingsreferendum op centraal en decentraal niveau wordt voorbereid in wetsvoorstellen ter concrete uitwerking”. De formulering is zodanig dat er geen ontsnappen aan is. Geen overbodige luxe, zoals nu blijkt. Elke keer als één van de coalitiepartners iets roept over het referendum, wordt van de kant van D66 simpelweg naar het regeerakkoord verwezen. Zo liet D66-fractievoorzitter Wolffensperger gisteravond in het televisie-programma NOVA nog maar eens waarschuwende woorden horen: “Het referendum raakt de kern van het regeerakkoord en als je afbreuk doet aan iets wat op verzoek van één van de partijen is afgesproken, dan heb je echt een politiek probleem”, zei hij. Maar de vraag is hoe gehavend het oorspronkelijke idee het staatsblad straks zal halen. En de vervolgvraag is hoe schadelijk zo'n uitkleedpartij voor D66 zal zijn.

Het is interessant dat zowel Melkert als Wiegel het referendum afdoen als een achterhaald idee. Volgens Melkert is sinds 1966 nu juist niet de 'one-issue democratie' te kort gekomen maar eerder de integrale belangenafweging. “Het past in de langzame gang der dingen in ons land dat voor een probleem van de jaren zestig nu in de jaren negentig een oplossing in zicht is. Maar als geneesmiddel voor de problemen van de jaren negentig zou het, afhankelijk van de nog te kiezen inhoud, meer verdovend dan verlichtend kunnen uitpakken”, aldus Melkert afgelopen maandag. De VVD-er Wiegel noemde het referendum gisteren een “modieus idee naar de mode van de jaren zestig en niet die van de jaren negentig”.

Blijft het punt dat het referendum in het regeerakkoord staat genoemd en D66 er zeer aan hecht. Nu is het correctieve referendum, zoals dat in het regeerakkoord is opgenomen al een danig afgezwakte vorm van het gewone referendum. Het betekent dat het volk er pas aan te pas komt als een voorstel door Tweede en Eerste Kamer is aanvaard. Hiermee wordt voorkomen dat allerhande ideeën aan een referendum kunnen worden onderworpen. Eerst is er de sluis van regering en parlement. De discussie in het kabinet spitst zich toe op de vraag welke onderwerpen er daarnaast nog van volksraadpleging moeten worden uitgezonderd. Aanvankelijk betrof het slechts begrotingen, verdragen en het koninklijk huis. Maar naarmate de discussie langer duuurt wordt de lijst met uitzonderingen groter, waardoor het referendum steeds meer een louter theoretische mogelijkheid dreigt te worden.

Maar regeerakkoord is regeerakkoord en afspraak is afspraak. Anders gezegd: waar het kabinet ook mee komt, de coalitie van de Tweede Kamer is gebonden zolang een van de partners aan het referendum blijft hechten. Maar geldt dat ook voor de Eerste Kamer, waar de criticus Wiegel het onderwerp referendum in zijn portefeuille heeft? Het is weliswaar zo dat de fractievoorzitter van de VVD in de Eerste Kamer, Korthals Altes reeds in een vroeg stadium heeft laten weten dat zijn fractiegenoten zich niet geheel aan het regeerakkoord kunnen onttrekken. Maar geldt dat ook voor zaken die binnen de coalitie zo omstreden blijken te zijn? Bovendien is voor de invoering van het referendum een wijziging van de grondwet nodig. Dit betekent dat ook een nieuw gekozen Tweede en Eerste Kamer zich nog eens over het voorstel moeten buigen, waarna het pas zal zijn aangenomen als beide Kamers met een meerderheid van minstens twee derden ermee hebben ingestemd. Tegen die tijd zal ongetwijfeld de vraag worden gesteld of een in 1994 voor een ander kabinet gemaakte afspraak dan nog steeds geldt.

    • Mark Kranenburg