Makelaars willen snelle afschrijving van kantoorpanden

SCHEVENINGEN, 18 OKT. Kantoorpanden moeten zeker twee keer zo snel door de gebruiker afgeschreven kunnen worden. De huidige fiscale afschrijvingstermijn van 50 jaar leidt tot verstarring op de kantorenmarkt. Dat concludeert de sectie Bedrijfsonroerendgoed (BOG) van de Nederlandse Vereniging van Makelaars naar aanleiding van het vanmorgen gepubliceerde onderzoeksrapport 'Bedrijvigheid in Bedrijfsonroerend Goed een toekomstvisie'.

De fiscale afschrijvingstermijn blijft ver achter bij de technische veroudering, licht BOG-bestuurslid F. de Kousemaeker toe. “Kantoorgebouwen staan, uitzonderingen daargelaten, niet voor 100 jaar. Na twintig jaar is een kantoor in doorsnee rijp voor de sloop”. De fiscale afschrijvingsduur voor kantoren is 50 jaar, ofwel 2 procent per jaar. Gevolg van die lange afschrijvingsduur is volgens De Kousemaeker dat de eigenaar noodgedwongen blijft zitten. Want als hij bijvoorbeeld na 25 jaar eruit wil is de marktwaarde van zijn pand veel lager dan de boekwaarde. Bij verkoop lijdt hij dan een fors verlies. Gevolg van deze ontwikkeling is dat bedrijven nauwelijks investeren in eigen kantoorruimte, maar dat ze huren. bpDe bedrijfsmakelaars willen nu dat staatssecretaris Vermeend (financiën) de afschrijvingduur aanzienlijk bekort. “Links of rechts krijgt hij hem toch om de oren”, vindt BOG-voorzitter W. van Kampen. Versnelde afschrijving leidt volgens hem per saldo niet tot een lagere belastingafdracht. Want of een bedrijf nu sneller afschrijft en daardoor gedurende een aantal jaren minder vennootschapsbelasting afdraagt, of zoals nu een fors verlies bij verkoop fiscaal compenseert is volgens hem om het even. xpEen woordvoerder van financien geeft desgevraagd vanmorgen aan kennis te nemen van het standpunt van de makelaars “maar wettelijke wijzigingen in de afschrijvingduur zitten niet in de pen”. In 1960 was nog 80 procent van de kantoren in eigendom van het bedrijf en 20 procent in handen van beleggers. Thans liggen die verhoudingen precies andersom. Van een evenwichtige markt is volgens van Kampen sprake als beleggers en bedrijven ieder circa 50 procent bezitten.