Kinderboekschrijverskaravaan trekt door Spanje

MADRID, 17 OKT. De hoogste klas van de Severo Ochoa-school in de Madrileense voorstad Leganes luistert aandachtig naar de Nederlandse schrijver op het podium van de aula. “Toen ik een kind was stelde ik altijd vragen aan mijn ouders die ze niet wilde beantwoorden. Ik vroeg bijvoorbeeld: wat wil je liever, opgehangen worden of doodgeschoten? Geen van tweeën zei mijn moeder,” zegt kinderboekenschrijver Jan Terlouw. De vertaler herhaalt zijn woorden in het Spaans. “Maar ik ging door. Wat was erger: een been of een arm missen? Mijn vader wilde ze allebei houden. En mijn ouders vroegen of ik nou eens op wilde houden met dat gezeur over vreselijke dingen. Maar een schrijver wil doordenken over dingen waar ander niet over willen praten.”

Vergezeld door vertalers trekken deze week zeven Nederlandse en Vlaamse schrijvers van kinderboeken langs lagere scholen in Madrid en Barcelona om zichzelf te presenteren en vragen van hun lezers te beantwoorden. De campagne is een initiatief van Nederlands-Vlaamse zijde in het kader van de Spaanse boekenbeurs Liber die begin deze maand in Barcelona werd gehouden. Behalve Terlouw zijn de schrijvers Guus Kuijer, Tonny Vos en Els Pelgrom aanwezig.

Waar de Nederlandstalige literatuur voor volwassenen zich in een groeiende, maar vooral bescheiden belangstelling mag verheugen, kan het jeugdboek uit de lage landen zich tot de absolute blockbusters in Spanje rekenen. Zo heeft Terlouws Koning van Katoren in de vertaalde versie inmiddels de dertiende druk bereikt. Van Paul Biegel zijn inmiddels negen titels vertaald, Annie M.G. Schmidt volgt met acht boeken, Guus Kuijer, Ron en Atie van der Meer volgen samen met Jan Terlouw met zeven vertalingen.

Het succes van het Nederlandstalige jeugdboek mag vooral opmerkelijk heten omdat Spanje bekend staat als land van de Europese Unie waar gemiddeld het minst wordt gelezen. Onder de jeugd is evenwel een inhaalslag bezig op het gebied van de literatuur. Volgens uitgevers wordt daarbij slechts een deel via de vaste voorverkoop aan scholen afgezet: de meerderheid van de boeken vinden hun weg via de kiosken en boekhandels. Uitgeverij SM - die onder meer Jan Terlouw, Anke de Vries, Jaap ter Haar en Thea Beckman in het fonds heeft - schat de totale afzet in de miljoenen.

“Het Nederlandse kinderboek is hier een succes omdat het boeken zijn die zich onderscheiden door kwaliteit en vaak afwijken van wat gebruikelijk is,” zegt Mará Jesús Gil van uitgeverij SM. “De jeugd kan zich identificeren met de realistische thema's in de boeken van Terlouw en Anke de Vries. Maar ook de fantasieverhalen hebben veel succes.” Ook het feit dat de Nederlandstalige jeugdboeken controversiële thema's als discriminatie en geweld niet uit de weg blijkt volgens de uitgevers aan te slaan.

In de presentaties van de afgelopen dagen ging het er voor Spaanse begrippen dan ook ruig aan toe. De Vlaamse auteur Gregie de Maeyer presenteerde het verhaal van Jules, een jongetje dat om zijn rode haar wordt gepest en vervolgens niet alleen zijn haar, maar ook de rest van zijn ledematen afknipt, zodat alleen zijn romp en hoofd overblijven. Guus Kuijer droeg de geschiedenis voor van Madelief die opschept dat ze een nieuw hoofd heeft gekregen nadat ze haar oude in de wasmachine had gestoken. Van de Vlaamse schrijfster Anne Provoost ten slotte was er een deel van Vallen. Hierin wordt onder meer een donkere jongen door een groepje in elkaar geslagen en komt tevens een nogal ernstig auto-ongeluk voor.

“Ik heb met mensen hier gepraat die zeiden dat er onder de ouders verontwaardiging was omdat er in de Nederlandstalige boeken nogal veel wrede dingen voorkwamen die ze niet geschikt voor hun kinderen achten”, zegt Provoost. “Maar ik heb er niets van gemerkt en ik geloof dat de kinderen zich er niks van aantrekken.”