Kansrijke voorstellen

De laatste vijf kabinetten hebben bij hun aantreden beloofd de fiscale rompslomp terug te dringen. De ernst van die belofte werd dan onderstreept door een commissie in te stellen; het latere rapport verdween evenwel in de la. Het paarse kabinet begon ook zo. Staatssecretaris Vermeend stelde de Commissie Van Lunteren in. Wat maakt het vrijdag uitgebrachte commissierapport kansrijker dan zijn voorgangers?

In de eerste plaats hebben de paarse bewindslieden van Financiën een frisse wind laten waaien door hun ministerie. Mede daardoor is de Belastingdienst uit zijn schulp gekropen. Hij ziet de ondernemer niet langer als zijn natuurlijke vijand maar begint hem voorzichtig als een compagnon te herkennen. Tegenwoordig praat men in een open sfeer met de ondernemersorganisaties. Het resultaat is ondermeer het schrappen van 23 fiscale formaliteiten die de ondernemer dwars kunnen zitten.

Maar ook de politieke houding ten opzichte van de belastingwetten is veranderd. Zes jaar geleden werd de aftrekbaarheid van zogenaamde gemengde kosten ingeperkt, ook al klaagden de ondernemers steen en been. De politiek vond het namelijk onzuiver om de fiscus volop mee te laten betalen aan halve privé-genoegens als een zakendiner, het bedrijfsuitje of een nachtclubbezoek. In navolging van andere landen was voortaan nog maar 75 procent van dergelijke uitgaven aftrekbaar. Maar Vermeend schrikt niet van een onzuiverheid hier en daar in de belastingregels. Economische- en milieubelangen tellen zwaarder. Die houding zet de deur open voor herstel van de volledige aftrek.

De commissie vecht als een leeuw voor zo'n herstel omdat zowel het bedrijfsleven als de fiscus veel tijd verdoen met het toepassen van de ingewikkelde regeling. Het schrappen van de beperking betekent evenwel een aderlating voor de schatkist en die moet worden gecompenseerd. Dat was een lastig punt voor de commissie. Maar omdat zij zo dicht bij het vuur zit, kwam er inderdaad een financieringsmogelijkheid boven tafel. Deels gaat het om efficiency-verbetering bij de Belastingdienst. Daarnaast wordt het moment vervroegd waarop over belastingschulden rente moet worden betaald. Zo wordt genoeg verdiend om het herstel van de volledige aftrek van gemengde kosten te financieren. Met allerhande bezweringsformules probeert de commissie haar financieringsbronnen exclusief te koppelen aan het door haar gekoesterde doel: beiden zouden 'onverbrekelijk aan elkaar zijn verbonden'. Maar een vindersloon voor financieringsbronnen bestaat niet. Het herstel van de volledige aftrek en de rentemaatregel staan los van elkaar. Het is aan de politiek om aan te geven waar een belastingmeevaller aan moet worden besteed en niet aan een commissie. Staatssecretaris Vermeend als politiek verantwoordelijke doet heel enthousiast over de commissie-voorstellen, maar houdt op het punt van de koppeling zorgvuldig de handen vrij.

Een meer zekere toekomst heeft het plan om de vijf tariefgroepen in de loonbelasting tot één te reduceren. Dat is handig voor de werkgevers. De loonbelasting is een voorschot op de inkomstenbelasting. Die blijft voor de meeste werknemers buiten beeld omdat er meestal precies genoeg loonbelasting is ingehouden. Dat wordt straks anders, want terwijl de loonbelasting nog maar één tariefgroep kent, blijven er voor de inkomstenbelasting vijf tariefgroepen bestaan. Zo betekent de vereenvoudiging ten gunste van hun werkgevers voor ruim twee miljoen mensen dat ze voortaan zelf met de fiscus de financiële gevolgen van hun afwijkende tariefgroep moeten rechttrekken. Om dat probleem op te lossen, benut de commissie een derde nieuwe ontwikkeling: de groeiende mogelijkheden van de automatisering. De betrokkenen krijgen maandelijks bericht of ze door het tariefgroepverschil (automatisch) geld terugkrijgen of moeten bijbetalen. Toch zien de twee miljoen belastingbetalers waarschijnlijk liever dat de computer van hun baas de zaak blijft regelen. Maar hun stem is in de commissie niet gehoord, alleen al omdat er in Nederland geen gezaghebbende belangengroep van belastingbetalers bestaat. Overigens maakt de fiscus op eigen initiatief het leven van belastingbetalers over enkele jaren al makkelijker. Het speciale T-biljet voor een belastingteruggaaf wordt goeddeels overbodig omdat de belastingdienst de betrokkenen al een kant-en-klare becijfering van het terug te geven bedrag gaat opsturen. Dan is het nog maar een kwestie van een antwoordkaartje retourneren en het geld komt op de bank. Omstreeks de eeuwwisseling produceert de Belastingdienst vooringevulde aangiftebiljetten. Alle gegevens waar de fiscus over beschikt, staan daar al in. Er is dan alleen nog werk aan de winkel voor mensen met bijzondere aftrekposten, terwijl ook de weinigen met een inkomensbron die de fiscus niet kent, een aangiftebiljet moeten invullen.

Het is de vraag of de belastingadviseurs staan te juichen bij de nu ingezette ontwikkeling. De 750 miljoen gulden besparing voor de ondernemers bestaat immers voor het leeuwedeel uit lagere nota's van adviseurs en accountants. Door de voortschrijdende standaardisering en automatisering wordt de fiscaliteit voor de accountant steeds toegankelijker. Maar voor de op het midden- en kleinbedrijf gerichte belastingadviseur slinkt het werkterrein.

    • Aertjan Grotenhuis