Hoe koopt men in Moskou een kaartje voor het theater?

Het is oktober, waar hebben ze het over in de betere kringen in Moskou? Niet over Bosnië, niet over inflatie, maar over het regelen van theaterkaartjes. Dat is eenvoudiger geworden en duurder, zo blijkt bij het begin van het theaterseizoen.

Laat er geen misverstand over bestaan: theater staat hoog aangeschreven in de Russische hoofdstad. Dat was al zo onder Brezjnev en de hervormingen hebben daaraan niets veranderd. Bij een elf uur durende bewerking van Dostojevski's De Idioot, die eerder deze maand in première ging, zit de zaal gewoon vol. De concerten in het Tsjaikovski-conservatorium zijn befaamd, al is het maar omdat onder het publiek bekendheden als Michail Gorbatsjov of Jegor Gajdar kunnen worden aangetroffen.

De jongere elite zoekt het tegenwoordig meer in de concertzaal van het Kremlin, waar vorig seizoen Joe Cocker, Elton John en Julio Iglesias optraden en het gebruik van een zaktelefoon niet als storend wordt ervaren. De allernieuwste Russen - scholieren en studenten - luisteren net als in het Westen in sporthallen naar luide pop- en house-muziek. Maar het theater, in de zin van een bezoek aan toneel, ballet, klassieke muziek, blijft in Moskou een belangrijke vrijetijdsbesteding.

Het theaterseizoen is weer begonnen en dus wordt het tijd voor het kiezen van abonnementen, kaartjes en een eerste voorstelling. Dat gaat niet zomaar in Rusland. De kassa van het Bolsjoj-theater bijvoorbeeld, Moskous beroemdste zaal, is slechts drie keer per maand open. De kassa van het Oude Circus - in het weekeinde drie uitverkochte voorstellingen per dag - heeft meestal slechts kaartjes beschikbaar voor ergens in het volgende kwartaal. Wat te doen?

Vroeger was het duidelijk. Er waren mensen met relaties en er waren mensen zonder relaties en die laatsten konden maar beter niet van theater houden. De tickets die te koop waren aan de zaal of bij de theaterkassa's van de gemeente boden zelden toegang tot de meest geliefde voorstellingen, laat staan tot de betere rangen bij die voorstellingen. Dat soort plaatsbewijzen werden verdeeld via de partij, via de vakbond en bovenal via de kennissen van de werknemers van het theater zelf. Geld speelde daarbij, net als in de rest van de Sovjet-samenleving, slechts een geringe rol. Wie bij een slagerij werkte regelde worst, wie bij een theater werkte regelde kaartjes en zulke schaarse goederen werden dan geruild of weggegeven.

Onder Perestrojka heeft het speculeren met theaterkaartjes een hoge vlucht genomen. Voor de populairste theaters kan men jongemannen aantreffen die voor woekerprijzen kaartjes aanbieden die ze god weet waar op de kop hebben getikt. De entreeprijs voor een ballet in het Bolsjoj-theater loopt zo op tot zo'n honderdvijftig gulden voor een plaatsje in de zaal. Een staanplaats op een van de balkons is er al voor twintig gulden, maar de koper moet er dan niet op rekenen dat hij alles op het toneel kan zien.

Geen gezellig begin van een avondje naar de schouwburg, een kaartje kopen bij zo'n speculant. De feestelijke stemming in de foyer wordt ook wat verstoord door al die rondhangende zwarthandelaren. Bovendien komt het voor dat op regenachtige dagen de zaal uiteindelijk maar half vol raakt, hoewel de voorstelling al weken vantevoren is uitverkocht. Al met al vertegenwoordigt de zwarte handel bij de theateringangen duidelijk de chaotische kant van de economische hervormingen. Maar langzamerhand wordt duidelijk wat wordt bedoeld als wordt gezegd dat de Russische economie zich stabiliseert: twee particuliere bureaus zijn in hoog tempo bezig de tussenhandel in kaartjes over te nemen.

Het kantoor van ARBA (Agentschap voor het Realiseren van Biljetten) is gevestigd in het Poesjkintheater in het centrum van Moskou. Met het theater heeft de onderneming niets te maken behalve dat ze er de kaartjes van verkoopt en ze er deze etage heeft gehuurd. Als om te tonen dat het ARBA voor de wind gaat heeft plaatsvervangend directeur Olga Pavlovna onlangs in het midden van het kantoor een vijvertje met een fontijn laten aanleggen. Tot 1991 werkte zij nog als econoom bij een fabriek, nu heeft zij vijftig medewerkers en vaste contracten met toonaangevende theaters als het Satirikon, het Lenkom en het Majakovsky-theater. “Toen we begonnen moest ik hen bellen voor kaartjes, nu bellen zij mij.”

Hoe werkt het? Medewerkers van ARBA kopen de tickets rechtstreeks bij de theaters waarmee de firma een contract heeft. Bij theaters waarmee zij geen contract heeft, zoals het Bolsjoj, staan zij de avond voordat de kassa opengaat al in de rij. De kaartjes worden vervolgens voor een hogere prijs te koop aangeboden vanaf tafeltjes in de metrostations. Die tafeltjes, waarvoor huur wordt betaald aan het gemeentelijk vervoerbedrijf, maken een heel andere indruk dan de moeilijk toegankelijke theaterkassa's of de jeugd in leren jacks uit de ongeorganiseerde handel. Er hangen lijsten met wat waar speelt, zowel gerangschikt per theater als per dag. Het geheel is opgesierd met affiches van de voorstellingen. De afgelopen dagen bijvoorbeeld werd in de metrogangen de aandacht gevestigd op Tsjaikovski's opera Jevgeni Onegin en op de Britse popartieste Samantha Fox.

De theaters werken mee, zegt mevrouw Pavlovna, omdat zijzelf van de kaartverkoop toch niet veel wijzer worden. De meeste theaters zijn van de staat en die wil dat theatertickets betaalbaar zijn. Daarom geldt er een maximum voor de entreeprijs die de theaters mogen vragen. Dat plafond is laag: 1000 roebel (35 cent) voor een staanplaats bij een concert in het Bolsjoj-theater bijvoorbeeld. Geen wonder dus dat de theaters zelf de kaartverkoop niet energiek ter hand nemen.

Zelfs die 35 cent kunnen de theaters nog mislopen als zij hun tickets uitsluitend verkopen via de gemeentelijke kassa's en kiosken. De kiosken zien er onverzorgd uit en de grote centrale kassa in het hart van Moskou is tegenwoordig door de dienstdoende ambtenaar voor driekwart verhuurd aan een juwelier. Daardoor blijven kaartjes soms onverkocht en de gemeentelijke distributeurs schrikken er niet voor terug die pas vlak voor de voorstelling aan het theater terug te geven. Dan hebben zelfs de zwarthandelaren er geen belangstelling meer voor.

“De theaters hebben eigenlijk alleen maar last van de kaartverkoop. Die zorg nemen wij hun uit handen”, zo verklaart mevrouw Pavlovna haar succes. Zij koopt de kaartjes in grote hoeveelheden tegelijk in, dus veel eigen caissières hebben de theaters dan niet meer nodig. ARBA hoeft zelden onverkochte tickets terug te geven want het bureau benadert bedrijven voor groepskortingen, bezorgt de kaartjes desgewenst thuis en biedt verder elke service die de klant wil. Omdat ARBA in tegenstelling tot de theaters en de gemeentelijke kassa's een particuliere firma is, geldt voor haar namelijk geen maximum aan de prijs die zij voor de kaartjes mag vragen - zo gestabiliseerd is de Russische economie nu ook weer niet.

Die prijzen zijn dus relatief hoog en dat is waarover bij het begin van het nieuwe theaterseizoen zoveel wordt geklaagd door degenen die voorheen op andere manieren aan hun kaartjes kwamen. Een tientje voor een ticket is een hele uitgave als de meeste maandsalarissen niet meer dan duizend gulden bedragen. Het wordt helemaal veel als op het kaartje staat gedrukt dat het biljet officieel slechts 1 gulden hoort te kosten. De gerespecteerde krant Izvestia heeft vorige week een heel artikel aan het probleem gewijd, waarin ook een oplossing werd gesuggereerd. Zet de officiële prijs niet meer op het biljet, dat voorkomt ergernis, vond de auteur van het stuk. Verbiedt verkoop in de metrogangen, stelde de directeur van de gemeentelijke theaterkassa's voor. Om zulke 'oplossingen' moet Olga Pavlovna alleen maar lachen. “Zo blijft alles zoals het is en dat is wat wij hopen.”

    • Hans Nijenhuis