Historie als therapie tegen oorlog; Wetenschapper: angst van vroeger niet onderdrukken

De Duitse bondspresident, Roman Herzog, die in Nederland op staatsbezoek is, neemt de negatieve houding van jongeren tegenover Duitsland die uit onderzoek is gebleken, “niet zo vreselijk serieus”. Dat is gevaarlijk, zegt de Amerikaanse klinisch psycholoog IVAN KOS, die onderzoek heeft gedaan naar de rol die onderdrukte gevoelens van angst spelen bij het uitbreken van conflicten.

LEIDEN, 18 OKT. De klinisch psycholoog Kos, hoofd van een internationaal adviesbureau voor psychotherapie in New York en politiek adviseur, heeft voor de nieuwlichters van het post-Koude Oorlog-tijdperk een waarschuwing.

Het kabinet-Kok mag dan naar goede en normale betrekkingen met Duitsland streven, het is volgens hem levensgevaarlijk om de gevoelens van bitterheid die Nederlanders aan de Tweede Wereldoorlog hebben overgehouden, aan die goede relatie ondergeschikt te maken.

Kos, die uit New York is overgekomen voor een aantal gastcolleges aan Nederlandse universiteiten, is het ook niet eens met de Duitse ambassadeur in Den Haag, W. Haas, die vorige week in deze krant zei dat hij de goede verhouding tussen premier Kok en bondskanselier Kohl belangrijker vindt dan de houding van jongeren tegeonover Duitsers. De negatieve houding van jongeren is volgens Kos een teken dat de angst voor Duitse overheersing nog steeds bestaat.

Kos, die onder meer als adviseur voor de corruptiebestrijders van de operatie 'Schone Handen' in Italië zijn theoriën over psychotherapie toepast op politiek, meent dat politici onvoldoende aandacht besteden aan angstgevoelens. In een schema heeft Kos het uitgetekend: als gevoelens van angst worden onderdrukt, worden ze chronisch. En eenmaal in het chronische stadium, is het nog maar één stapje naar de waanvoorstelling. Dan onstaat het zwart-witte 'vijandbeeld' dat zich niet meer laat corrigeren.

Al is het vijftig jaar geleden, al hebben veel Duitsers de oorlog zelf niet eens meer meegemaakt, en al toont Duitsland zich decennia lang al een betrouwbare Europese bondgenoot, er moet aandacht blijven bestaan voor de grieven die Nederlanders aan de Tweede Wereldoorlog hebben overgehouden , zegt Kos. “Goede politieke relaties zijn niet voldoende”, zegt hij. “Politici maken een grote fout als ze de emoties van de man in de straat vergeten.”

Nederlanders en Duitsers hebben volgens Kos nog onvoldoende met elkaar over de oorlog gesproken. Als een soort therapie zouden Duitsers Nederlanders daar volgens Kos toe moeten uitnodigen. Helemaal verkeerd is het volgens Kos, dat het onderwerp in persoonlijke contacten uit beleefdheid vaak wordt vermeden. Helemaal verkeerd is het ook, dat in het belang van de goede politieke betrekkingen er een tendens lijkt te bestaan om de historische grieven te onderdrukken. “Als de neiging bestaat een onderwerp niet aan te snijden, is dat een teken dat er angst wordt onderdrukt”, zegt Kos. “Dan moet er juist over worden gepraat.” Dat de negatieve emoties jegens Duitsers 'irrationeel' zijn, is volgens Kos geen argument er daarom geen aandacht aan te besteden. “Als ze irrationeel zijn, moeten ze rationeel worden gemaakt.”

Hoe goed de politieke verhouding met Duitsland ook is, er moet worden uitgegaan van een situatie 'onder nul' , zegt Kos. Dat de oorlog al zo lang geleden is, maakt de angstgevoelens volgens hem niet minder groot. “Er is een collectieve herrinnering, er zijn collectieve beelden van de oorlog. Dat moeten Nederlanders op Duitsers overbrengen.”

Oorlogen ontstaan door angst, zegt Kos, want angst is direct gelieerd aan het instinct van zelfverdediging. Voor oorlog is een vijandbeeld nodig en het vijandbeeld komt voort uit een waanvoorstelling. De waanvoorstelling is weer het gevolg van onderdrukte gevoelens van angst.

Kos zag zijn theorie over de werking van onderdrukte angst bevestigd in het voormalige Joegoslavië. “Onder dictator Tito was het verboden om te spreken over de gruwelijkheden die Serviërs, Kroaten en moslims elkaar in de periode van de Tweede Wereldoorlog hadden aangedaan. Zij werden gedwongen om over broederschap te praten. Dat was een grote fout van Tito, want hij liet de angst bestaan. Toen na zijn dood wel over de oorlog werd gepraat, was ieder gevoel van persoonlijke verantwoordelijkheid verdwenen en werd alleen nog gedacht in collectieve termen.”

De menselijke geest is chaotisch en gevoelig voor suggestie, zegt Kos. Een bevolking die angstgevoelens onderdrukt, kan makkelijk worden gemanipuleerd. Een vijandbeeld wordt makkelijk gecreeërd door aan feitelijke gegevens een lichte draai te geven. Kos: “Alle demagogen maken gebruik van die techniek. Ze geven een voorstelling die bijna echt is, realiteit en verbeelding zijn niet meer te onderscheiden. Dat kan de toehoorders waanzinnig maken.”

Volkeren moet hun angstgevoelens opruimen om de gevoeligheid voor die manipulatie te verkleinen, zegt Kos.

De negatieve houding van Nederlanders tegenover Duitsland wordt ook wel uitgelegd als eenvoudige rebellie van een klein tegen een groot land. Kos: “Pas als er met Duitsers echt over de oorlog wordt gepraat, kan worden vastgesteld waar de angst werkelijk vandaan komt. Mischien is de conclusie wel dat Nederland kwaad is omdat het klein is en Duitsland groot. Dan kun je de vraag stellen: waarom zijn we bang om klein te zijn? Als een volk zover kan komen, is dat een enorme bevrijding. Dan heeft het een échte identiteit.”

    • Daniela Hooghiemstra