Het blijft tobben

“DE OMROEPEN volharden liever in afspraken van twintig jaar geleden”, zei de ervaren omroepman Koos Postema vorig jaar berustend in een vraaggesprek. Op bestuurlijke vernieuwing zal men Hilversum inderdaad niet zo snel betrappen. De voornaamste prestatie van de laatste jaren was het aan stukken scheuren van de NOS - de traditionele belichaming van de “gezamenlijkheid” in het omroepbestel - door de afzonderlijke omroepverenigingen. De boodschap was duidelijk: de uitgroei van de Nederlandse omroep tot een overkoepelende organisatie naar model van de BBC zal tot het laatst worden bestreden. En twee in plaats van drie publieke netten (zoals in Groot-Brittannië) is helemaal onbespreekbaar.

Misschien is het niet reëel om van al die Hilversumse koninkrijkjes te verwachten dat zij hun eigen bestaan ter discussie stellen. De sanering is veeleer een taak voor de overheid, die immers het omroepbestel met een aparte belasting en een zware wettelijke regeling in stand houdt. Verandering is ook politiek gezien geen eenvoudige opgave want de verzuiling werkt nog lang na, getuige alleen al de hoge dosering oud-politici onder de omroepvoorzitters van de laatste decennia.

DE POLITIEKE DOORBRAAK die tot de vorming van een 'paars' kabinet leidde, wekte verwachtingen. Het kabinet-Kok zette in zijn regeerakkoord vorig jaar dan ook “veranderingen in organisatie, financieringsstructuur en omvang” van het omroepbestel op zijn agenda. Daarvan zou overigens pas sprake kunnen zijn na het jaar 2000, want tot die periode hebben de omroeporganisaties een vaste concessie. Aanvankelijk was de termijn tien jaar, maar deze werd door het kabinet-Kok snel gehalveerd.

Staatssecretaris Nuis, die mediazaken doet, vindt dat al een heel wapenfeit. De scheidende omroepvoorzitter Braks (KRO) was minder onder de indruk. “Voordat deze concessie afloopt, komt er een nieuwe regering”, noteerde hij tevreden, “dat is een behoorlijke hobbel.” Maar Nuis heeft laten weten dat hij wel degelijk de druk op de ketel zal houden door “versneld vorm te geven aan de publieke meningsvorming en besluitvorming”.

Vorige week werd bekend wat hij daar onder verstaat. Er is een commissie van onafhankelijke deskundigen ingesteld die de toekomstmogelijkheden van het publieke bestel moet onderzoeken. Persoonlijk is Nuis voorstander van één publieke omroeporganisatie in het jaar 2000. Maar politiek ligt dat nu eenmaal niet zo eenvoudig. Dat is bijna letterlijk de verklaring die de toenmalige minister Brinkman tien jaar geleden aanvoerde voor een nieuwe Mediawet die meer problemen opriep dan zij oploste. Het valt te vrezen dat er niets is veranderd.