Frankrijks coffeeshop

HET GESPREK TUSSEN minister van justitie Sorgdrager en haar Franse ambtgenoot Jacques Toubon over het Nederlandse drugsbeleid is zonder resultaat gebleven. De gedachtenwisseling “zonder stekeligheden” (Sorgdrager over Toubon) is het zoveelste vervolg in de dovemansdialoog over het nationale tweesporenbeleid tussen Den Haag en Parijs die sinds ruim twee jaar op het hoogste niveau gaande is.

In juni 1993 ging minister-president Lubbers naar Parijs om de Nederlandse aanpak aan de toenmalige Franse premier Balladur uit te leggen: tolerantie ten aanzien van softdrugsgebruikers en strenge aanpak van de handel. Lubbers liet niet na Balladur op de positieve aspecten van het Nederlandse gedogen te wijzen. Zo kent Nederland verhoudingsgewijs tienmaal minder verslaafden aan harddrugs dan Frankrijk. Ook het aantal aids-patiënten is relatief aanmerkelijk minder dan in Frankrijk. Balladur toonde zich daar verbaasd over.

Maar verbazing leidt niet tot wijziging van het Franse repressieve beleid. President Chirac heeft zich nog harder opgesteld dan voorgaande regeringen. Als burgemeester van Parijs veroordeelde hij het Nederlandse beleid al als “schandalig en absoluut onacceptabel”. Parijs wil de grenzen pas openstellen als het drugsbeleid in de Schengen-landen is geharmoniseerd: er moet geen verschil van mening meer zijn over wat crimineel is en wat niet.

DE STRENGERE CONTROLE op de verkoop van softdrugs die Sorgdrager onlangs heeft aangekondigd, heeft nog geen effect op de relatie met Frankrijk. Minister-president Kok wees Franse kritiek bij voorbaat af bij de presentatie van het kabinetsbesluit terzake. In navolging van Lubbers zei Kok dat “het Franse drugsbeleid in termen van verslaafden en slachtoffers aantoonbaar slechter is dan het onze”. Na haar gesprek met Toubon constateerde Sorgdrager dat aan Franse kant weinig is veranderd. Want Toubon vindt evenals zijn voorgangers dat “er te veel drugs worden gebruikt en verhandeld en met dat laatste hebben wij te maken”.

Sorgdrager ging echter verder dan constateren. De Franse houding is naar haar mening “nog steeds een en al vooroordeel”. Om dat op te heffen zal ze delen van de Nederlandse drugswetgeving, compact vertaald, naar haar collega sturen. Toubon zal daarover waarschijnlijk even vriendelijk “verbaasd” zijn als Balladur over explicaties van Lubbers.

SORGDRAGERS uitlatingen passen in de Haagse overleg- en gedoogcultuur die berust op uitleg en begrip en soms een beetje sjoemelen. Maar aan Frankrijk uitleggen dat het Nederlandse drugsbeleid het best mogelijke is, althans beter dan de Franse, kan men beter nalaten. In het land van Voltaire moet men niet met het optimisme van Leibniz aankomen. Iedereen moet zijn eigen tuin onderhouden, is de slotsom van Candide, en waarom zou Den Haag dat niet kunnen? Bovendien heeft Nederland met de ratificatie van het verdrag van Schengen die verplichting op zich genomen.

Nederland is de coffeeshop van Frankrijk geworden, en soms heel wat meer. De Franse regering heeft recht op een reëel antwoord op haar klachten. In plaats van vertalingen sturen had Sorgdrager bijvoorbeeld kunnen verwijzen naar de stevige aanpak van Franse drugstoeristen in Rotterdam, ook al kwam die minder op gang door klachten van Parijs en meer door die uit Spangen. Het Franse 'frappez toujours' zal zeker doorgaan. Maar sla niet langer terug met lesjes. Zeker niet tijdens de voorgenomen gesprekken van Kok met Chirac en Kohl.