Duitsland verontwaardigd, Engeland blij over uitspraak

In Duitsland overheerst verontwaardiging over de uitspraak van het Europees Hof die voorkeursbehandeling van vrouwen bij sollicitaties verbiedt. De Engelsen reageren daarentegen verheugd. In Londen werd gesproken van een zeldzame Europese steun voor de Britse wetgeving. Voor Frankrijk heeft de uitspraak geen consequenties, omdat voor vrouwen geen quotaregelingen bestaan. Reacties uit Europese hoofdsteden.

Duitsland

Met “verbazing' en “verontwaardiging” hebben de Duitse ministers voor vrouwenzaken in de deelstaten gereageerd op het arrest van het Europese Hof van gisteren. Dat het Hof bindende en in percentages of quota gekwantificeerde preferenties voor vrouwen bij sollicitaties of bevorderingen strijdig acht met Europees recht noemen de ministers in een gemeenschappelijke verklaring “cynisme op het gebied van de politiek voor vrouwen”.

Karin Junkers (SPD), lid van het Europese Parlement en voorzitter van de vereniging van sociaal-democratische vrouwen in Europa, noemt het arrest een “Macho-oordeel”, dat botst met de oproepen tot positieve discriminatie van vrouwen die het Europese Parlement en de Europese Commissie steeds hebben gedaan. Net als haar partijgenote Hanna Wolf, woordvoerster van de SPD in de Bondsdag, eist zij een verandering van het Verdrag van Maastricht om de werking van het arrest ongedaan gemaakt te krijgen.

Claudia Nolte (CDU), de 29-jarige, uit Oost-Duitsland afkomstige minister voor vrouwenzaken in de Duitse regering, vroeg daarentegen om de betekenis van het arrest “niet te dramatiseren”. Het arrest van het Europese Gerechtshof is geen bedreiging voor de de kansen van vrouwen maar geeft meer rechtszekerheid doordat het tegen “starre vrouwenquota” gericht is, zei zij. In het federaal gestructureerde Duitsland, dat zestien deel- en stadstaten met een veel grotere autonomie dan, zeg, Nederlandse provincies kent, gelden naast de nationale wetgeving op dit stuk regionaal verschillende regelingen. In de stadstaat Bremen geldt dat de overheid bij gelijke kwalificaties van mannen en vrouwen voor een baan altijd voor een vrouw moet kiezen. Die regeling is gemaakt in een tijd dat in de Hanzestad een coalitie van SPD, FDP en Groenen regeerde. Sinds enkele maanden regeren SPD en CDU er samen, de nieuwe senator (minister) van justitie, Ulrich Nölle (CDU), liet gisteren direct weten dat hij de geldende wetgeving wil gaan veranderen conform het arrest van het Hof in Luxemburg. Nölle wil daarvoor overleg voeren met Nedersaksen en Rijnland-Palts die een vergelijkbare wetgeving hebben voor positieve discriminatie van vrouwen en streefpercentage van 50-50 voor mannen en vrouwen in overheidsdienst. In Rijnland-Palts zijn gisteren voorlopig alle bevorderingsbeslissingen alvast opgeschort.

In andere deelstaten, zoals Thüringen, Beieren en Baden-Württemberg, geldt een regeling waarmee Noordrijn-Westfalen in 1989 begon. Die houdt weliswaar in dat naar een personeelbestand moet worden gestreefd dat voor de helft bestaat uit vrouwen maar schrijft ook voor dat steeds afzonderlijk getoetst moet worden of een vrouw dan wel een man aangenomen of bevorderd moet worden. Door deze verbijzondering - die “een automatische voorkeur voor vrouwen” uitsluit - wordt de regeling niet getroffen door het arrest uit Luxemburg.

Dat geldt ook voor “een zachtere variant” die de Bondsdag vorig jaar koos voor een wettelijke regeling voor het (nationale) overheidspersoneel. Daarin wordt wel naar een fifty-fiftyverhouding gegeven als doelstelling, maar uitdrukkelijk niet als absolute eis.

In de deelstaat Sleeswijk-Holstein, waar de SPD regeert en een wettelijk voorkeursrecht voor vrouwen geldt, zij het gematigd doordat kwalificatie en arbeidsprestatie moeten worden meegewogen, had een ambtenaren-rechter onlangs al eens een benoemingsbesluit vernietigd na een klacht van een man die door een vrouw was gepasseerd voor een benoeming.

Engeland:

In Groot-Brittannië is verheugd gereageerd op de uitspraak van het Europese Hof van Justitie, dat een rigide positieve discriminatie van vrouwen bij sollicitaties en promoties niet geoorloofd is. Dat schrijven de Britse dagbladen The Times en The Guardian.

De Britse Commissie voor Gelijke Kansen verwelkomde de uitspraak als een zeldzame Europese steun voor de Britse wetgeving. Een woordvoerder van de commissie, Alan Lakin, verklaarde dat de uitspraak op een lijn staat met de Britse wetgeving over seksuele discriminatie uit 1976. De Britse wet verbiedt quota's of positieve discriminatie, maar staat wel speciale scholingsprojecten voor vrouwen toe. “Ditmaal heeft het Europese vonnis onze nationale wetgeving bevestigd”, aldus Lakin.

In Groot-Brittannië wordt in beginsel geen gebruik gemaakt van streefcijfers om het aantal vrouwen in betaalde banen te bevorderen. Alleen de politieke partij Labour voert een strict beleid waarbij de helft van de kandidaten voor het parlement vrouwen moeten zijn. Twee mannen, die door Labour zijn afgewezen als kandidaat, hebben rechtzaken aangespannen bij een Londense rechtbank. Volgens The Guardian wordt verwacht dat de rechter het beleid van Labour zal verbieden. Het dagblad suggereerde echter dat de Londense rechtbank de kwestie ook kan voorleggen aan het Europse Hof van Justitie, zoals het Duitse gerechtshof heeft gedaan in de zaak Kalanke.

Frankrijk:

De uitspraak van het Europese Hof heeft geen directe gevolgen voor Frankrijk: er bestaan geen regelingen die een minimum percentage vrouwen bij overheid of bedrijfsleven eisen. Het grootste probleem is niet de arbeidsdeelname van vrouwen, maar hun lagere betaling en minder aantrekkelijke werk.

De enige quota die de laatste tijd in discussie zijn geweest gaan over de deelname van vrouwen aan de politieke arbeid. Met vijf à zes procent vrouwelijke parlementariërs scoort Frankrijk niet hoog. Edouard Balladur was dit voorjaar de kandidaat die quota opperde als middel om daar wat aan te doen. Jacques Chirac gaf de voorkeur aan 'de natuurlijke ontwikkeling van de samenleving'.

Er zijn 1,5 miljoen meer Franse vrouwen dan mannen: 53 procent van de kiezers is vrouw. Zij maken 45 procent van de werkende bevolking uit en 32 procent van het middenkader. Zij zijn gemiddeld hoger geschoold. Desondanks verdient een vrouw met gelijke kwalificaties, voor de zelfgde arbeid gemiddeld 14 procent minder dan een man. Volgens het Franse bureau voor de statistiek INSEE verdient een vrouwelijke drukkerij-medewerker 73 procent minder.

Deze ongelijke betaling is onwettig volgens de Code de Travail, maar er zijn betrekkelijk weinig strafzaken over. Mannen ehbben wel met succes voordelen van vrouwen (toelage voor een crèche bijvoorbeeld) voor de rechter bestreden. Zoals een gespecialiseerde medewerker (v) van het ministerie van Arbeid zegt: “Er is aandacht voor, maar wij voelen ons een beetje zwak”.

België:

In België voert de overheid sinds 1987 een positieve actie beleid, gericht op het verbeteren van de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt. “Bijvoorbeeld door het verbeteren van opleidingen voor vrouwen of door te werken aan stress bij laaggeschoolde vrouwen”, aldus een woordvoerder van het ministerie van arbeid en gelijke kansenbeleid. Bij de overheid is deze positieve actie opgelegd en zijn er ambtenaren voor vrijgesteld, privébedrijven kunnen er voor kiezen.

“Hoewel het vaak wordt verward, is positieve actie geen positieve discriminatie”, benadrukt de woordvoerder. “We zijn in België heel huiverig voor positieve discriminatie. Dat pas niet in de politiek van de sociale partners.” Bij haar weten, voeren alleen enkele Amerikaanse bedrijven in België een beleid van positieve discriminatie van vrouwen.

Het aantal beroepsactieve vrouwen in België steeg van ruim 25 procent in 1970 tot meer dan 40 procent in 1993. Ze verdienen minder dan mannen, vooral omdat ze veel meer kiezen voor deeltijdwerk en loopbaanonderbreking. Bijna 90 procent van de deeltijdwerkenden is vrouw. Dat in België de minister van arbeid, Miet Smet, ook gelijke kansenbeleid onder haar hoede heeft, is historisch zo gegroeid. “Miet Smet heeft het gelijke kansenbeleid in België opgebouwd”, aldus de woordvoerder van het ministerie. “Daarnaast is werk de hefboom voor emancipatie.”