Deskundigen: geen voorkennis in RDM-affaire

ROTTERDAM, 18 OKT. Twee deskundigen die de RDM-affaire rond effectenhandel door ex-topman J. van den Nieuwenhuyzen van het industriële bedrijf Begemann hebben onderzocht, concluderen dat er geen sprake is geweest van beurshandel met voorkennis.

Het ene rapport, van ex-Stork-topman mr. F. Sickinghe, concludeert dat het nieuws over de overname van RDM “duidelijk geen invloed” heeft gehad. Het andere deskundigenrapport heeft een vergelijkbare strekking, zo bevestigde vanochtend mr. L. Spigt, de advocaat van Van den Nieuwenhuyzen.

Voormalig Begemann-topman Van den Nieuwenhuyzen, die nu nog adviseur en grootaandeelhouder van het bedrijf is, handelde in mei 1991 tijdens de onderhandelingen over de RDM-overname in aandelen van zijn eigen bedrijf.

De twee rapporten zijn onafhankelijk van elkaar geschreven door mr. G. Panjer, voorzitter van de Vereniging van Beleggingsanalisten en directeur van effectenmakelaar Prudential Bache en door Sickinghe, die op dit moment onder meer voorzitter is van de vereniging van effectenuitgevende ondernemingen, een lobbyclub van de Nederlandse beursgenoteerde bedrijven.

De RDM-voorkenniszaak draait om transacties van Van den Nieuwenhuyzen in aandelen van Begemann op de effectenbeurs in 1991 op het moment dat het concern met de Nederlandse overheid onderhandelde over de overname van de scheepswerf RDM. Deze werf was eigendom van de Nederlandse staat. Van den Nieuwenhuyzen had de geheime informatie over de aanstaande overname van RDM en maakte daarvan gebruik in zijn beurshandel in aandelen Begemann, zo luidde de aanklacht van officier van justitie Van Nierop in maart vorig jaar.

De RDM-zaak kwam vorig jaar maart aan het rollen tijdens de eerste zittingsdag van de rechtszaak tegen Van den Nieuwenhuyzen en drie andere verdachten wegens handel met voorkennis in aandelen van het inmiddels failliete automatiseringsbedrijf HCS. De Amsterdamse rechtbank vond de RDM-zaak echter toen niet rijp voor behandeling en verwees hem voor onderzoek terug naar de rechter-commissaris. Die kreeg drie maanden de tijd, maar dat is inmiddels uitgelopen tot zo'n anderhalf jaar. Er zijn sindsdien ongeveer 30 getuigen gehoord en twee deskundigenrapporten geproduceerd.

Spigt verwacht dat de zaak, die al anderhalf jaar sleept, nog dit jaar op een zitting van de Amsterdamse rechtbank kan komen.

De HCS-zaak is door de Hoge Raad inmiddels verwezen naar het gerechtshof in Den Haag. De Hoge Raad vernietigde in juni de veroordeling van Van den Nieuwehuyzen. Een van de gronden voor de vernieting van de veroordeling door het Amsterdamse gerechtshof was dat niet bewezen was welke richting de koers van de aandelen HCS zou opgaan nadat de details van een reddingsplan voor HCS bekend waren gemaakt. Van den Nieuwenhuyzen was aanwezig bij de nachtelijke besprekingen over dit reddingsplan. Het hof in Den Haag zal de HCS-rechtszaak begin volgend jaar behandelen.