De Graaff prijst bestuurlijke hervormingen Dijkstal

De bewindslieden van het kabinet-Kok verdedigen hun begroting in de Tweede Kamer. Hoe oordelen oud-ministers over het beleid van hun opvolger? De christen-democrate De Graaff-Nauta, drie maanden minister en acht jaar staatssecretaris van Binnenlandse zaken, neemt het beleid van VVD-minister H. Dijkstal onder de loep.

DEN HAAG, 18 OKT. Toen D. (Dieuwke) Y.W. de Graaff-Nauta augustus vorig jaar haar portefeuille overdroeg aan minister Dijkstal van binnenlandse zaken, had ze “het gevoel dat de zaak redelijk op orde was. Dijkstal heeft dat later ook gezegd, en dat vond ik leuk”.

Drie maanden is de Friezin De Graaff-Nauta minister van binnenlandse zaken geweest om in de nadagen van het derde kabinet-Lubbers de onfortuinlijke Ed van Thijn te vervangen. Voor die tijd was ze acht jaar lang (1986-1994) staatssecretaris op hetzelfde departement. Haar naam is verbonden met afkortingen als BON I, BON II, en BON III, zaken waar je volgens CDA-partijvoorzitter Helgers de kiezer niet voor hoeft wakker te maken.

Het recente tumult rond de stadsprovincies in Amsterdam en Rotterdam bewijst dat dat wel meevalt, zegt de oud-bewindsvrouwe. “De kiezer wil graag weten welke bestuurder welke verantwoordelijkheden heeft en of bestuurders luisteren wat er onder hen leeft. Ik vind het nog steeds frappant dat een onderzoek uit 1990 in zeven grote steden liet zien dat burgers daar het gevoel hadden dat de gemeenteraadsleden meer met zichzelf bezig waren dan met de burgers.”

Achter BON I, BON II en BON III gaat een grote bestuurlijke hervorming schuil die De Graaff-Nauta in betrekkelijke anonimiteit voorbereidde maar die de gemoederen ook bij de huidige begrotingsbehandeling flink bezig houdt. Haar plan voorzag in de mogelijkheid van de komst van zeven stadsprovincies, die de genoemde bestuurlijke 'verantwoordelijkheden' en 'belangen van de burgers' beter moesten regelen. Enerzijds zouden nieuwe provincies van grote steden en hun agglomeraties de huisvesting, werkgelegenheid en infrastructuur in de regio moeten verbeteren. Anderzijds zou de grote stad in deelgemeenten worden gesplitst om de burger dichter bij zijn bestuurders te brengen en de dominantie van de grote stad te verminderen.

Het paarse kabinet nam tot haar genoegen haar plan over. Na wat aarzelende bewegingen van Dijkstal en staatssecretaris Van der Vondervoort in het begin “zit de vaart er nu goed in”, constateert De Graaff-Nauta. Haar partijgenoot Gabor voert dezer dagen bij de begrotingsbehandeling met pek en zwavel oppositie tegen het kabinet. Maar De Graaff-Nauta prijst datzelfde kabinet, bijvoorbeeld omdat het - ondanks twee afwijzende referenda in Amsterdam en Rotterdam - heeft vastgehouden aan de invoering van de stadsprovincies in die gebieden.

Wel bespeurt de Graaff-Nauta bij dit kabinet een tendens de bestuurlijke hervorming strakker vanuit Den Haag te regisseren dan zijzelf wilde. Zij bepleitte altijd “een beweging van onderop”, waarbij de stadsprovincies gevarieerder vormen konden aannemen. Het huidige kabinet kiest een wat uniformere benadering, constateert De Graaff-Nauta. En mocht de vorming van stadsprovincies alsnog mislukken, dan heeft 'paars' in Den Haag meteen een ander model klaar liggen, dat van gemeentelijke herindeling. “Daarmee vergroot je heel erg de druk op de betrokken gemeenten”, aldus De Graaff-Nauta. “Ze moeten met twee dingen tegelijk bezig zijn: onderzoeken of een stadsprovincie mogelijk is en, als dat niet lukt, ook al vooruitkijken naar de mogelijkheden van gemeentelijke herindeling. De stedelijke gebieden moeten een faire kans van het kabinet krijgen om aan te geven of een stadsprovincie in hun geval echt mogelijk is.”

De herindeling is een onderwerp waarover De Graaff-Nauta als bewindsvrouw regelmatig in aanvaring kwam met haar eigen CDA-fractie. Maar ook als oud-bewindsvrouw blijft zij in de noodzaak van verdere schaalvergroting geloven en prijst het kabinet dat het dit beleid “stevig doorzet”. Dat tot ongenoegen van het CDA daarbij vooral de klappen in Noord-Brabant vallen, begrijpt De Graaff-Nauta wel. “Toen ik met de herindeling begon in de helft van de jaren tachtig, had Brabant nog 131 gemeenten, ongeveer eenzesde van het totaal aantal gemeenten. Dat heb ik weten terug te brengen naar 110, nog steeds boven de 100, dus nog steeds te veel.”

Sinds het ontslag van kabinet-Lubbers III is De Graaff-Nauta niet helemaal uit den Haag verdwenen. Incidenteel brengen haar allerlei “klussen” naar de residentie. Zo leidt ze een commissie die onderzoek deed naar het verleden van het in opspraak geraakte Kamerlid Oedayraj Singh Varma van GroenLinks. Ook zit ze het Kapittel voor de Civiele Orden voor, geen vrijmetselaarsloge maar een instelling die een nieuw decoratiestelsel voorbereidt.

In die laatste functie toont ze opnieuw begrip voor minister Dijkstal, nu wegens de brief die hij gisteren over dit onderwerp naar de Tweede Kamer stuurde. Dijkstal schreef daarin de wens van de Kamer onuitvoerbaar te achten om het decoratiestelsel zo te veranderen, dat Tweede-Kamerleden na twaalf jaar Kamerlidmaatschap niet meer automatisch een lintje krijgen, maar eerst kwalitatief worden beoordeeld. Net als Dijkstal vraagt De Graaff-Nauta zich af wie dat oordeel zou moeten geven. De minister? Het Kapittel? Een stelsel waarbij politici of oud-politici mede-politici beoordelen, vindt De Graaff-Nauta echter een hachelijke zaak. Eigenlijk vindt ze het huidige stelsel wel mooi. De burger heeft, door Kamerleden enkele keren te herkiezen, immers zelf indirect een kwalitatief oordeel over die parlementariër gegeven.

    • Kees Versteegh