Barlaeus stond op stelten bij benoeming rectrix

AMSTERDAM, 18 OKT. Een gymnasium op stelten. Een rectrix die niet gewenst was en een gemeentebestuur dat voet bij stuk hield. Twee jaar, van 1989 tot 1991, duurde in Amsterdam de 'Barlaeus-affaire', met in de hoofdrollen drs. C. de Vries Lentsch en wethouder A. Wildekamp.

De benoeming van De Vries Lentsch tot rectrix van het Barlaeus-gymnasium, op 1 maart 1989, vloeide voort uit het besluit van de Amsterdamse gemeenteraad om de ondervertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende functies in het openbaar voortgezet onderwijs, aan te pakken. De leerkrachten van het Barlaeusgymnasium, die uit eigen kring een kandidaat hadden, verzetten zich met hand en tand tegen de beslissing van de gemeente dat per se een vrouw rectrix moest worden. Ook de medezeggenschapscommissie keerde zich fel tegen de benoeming.

Het gevolg was een reeks van conflicten tussen de leerkrachten en De Vries Lentsch. Twee bemiddelingspogingen door externe adviseurs strandden. Uiteindelijk werd in 1990 een commissie van goede diensten ingesteld die het college van B en W adviseerde De Vries Lentsch uit haar functie te ontheffen omdat “een volstrekt onwerkbare situatie rond de rector was ontstaan waarbij alle geledingen bouwstenen hebben aangedragen voor het conflict.” B en W namen het advies over, waarop De Vries Lentsch haar werkzaamheden neerlegde.

Bij het vinden van een nieuwe rector werd een 'genuanceerd voorkeursbeleid' gevoerd waarbij niet exclusief onder vrouwen werd geworven. Wel werd in de advertentie de zinsnede opgenomen waarin vrouwen nadrukkelijk werd gevraagd te solliciteren. De benoemingsprocedure resulteerde in de aanstelling van drs. H.M. Wildeboer-Jager. De Vries Lentsch werkt thans op het ministerie van onderwijs.Van een expliciet voorkeursbeleid voor vrouwen mag, gezien de uitspraak van het Europese Hof van Justitie, geen sprake meer zijn. “Die uitspraak is onrechtvaardig en zal ertoe leiden dat notoire achterstanden zullen blijven bestaan. Voor vrouwen en minderheden zal het nog moeilijker worden een gelijkwaardige positie op de arbeidsmarkt te verwerven”, zegt Wildekamp. De Vries Lentsch was niet bereikbaar voor commentaar.