Bankieren voor geboren verliezers

ROTTERDAM, 18 OKT. Oud-bestuurslid Gert van Maanen van de ING-Bank verruilde twee jaar geleden zijn machtige werkgever voor een ontwikkelingsbank met een balanstotaal van minder dan 150 miljoen gulden. “Ik verdien nu minder, maar dit is wel waar het om gaat in het leven”, zegt hij. “Mijn werk is nuttig, stimulerend en relevant.”

De Ecumenical Development Cooperative Society (EDCS), waar Van Maanen in 1994 als algemeen directeur werd benoemd, helpt met kleinschalige leningsprogramma's de allerarmsten. Ondanks zijn opmerkelijke switch ziet Van Maanen zichzelf niet als een wereldverbeteraar: “Wij proberen alleen mensen te helpen die zichzelf ten onrechte als een born loser beschouwen.”

Van Maanen studeerde rechten in Leiden, werkte als advocaat voor Nauta Dutilh en was zeventien jaar in dienst van Nedlloyd. Na de fusie tussen NMB Postbank en Nationale-Nederlanden werd hem een functie aangeboden in de raad van bestuur van de ING, maar niet langer in zijn oude functie sociaal beleid.

Van Maanen: “Als gevolg van het bloedgroepenbeleid kon ik mijn oude portefeuille niet behouden en ben ik mijnsweegs gegaan.” “Gepokt, gelouterd en gemazeld” door het harde zakenleven koos hij voor de EDCS, een instantie die in 1975 werd opgericht door de Wereldraad van Kerken om de allerarmsten met investeringen, leningen en garanties op weg te helpen naar zelfstandigheid.

Het aantal projecten dat de EDCS financiert is de afgelopen twintig jaar gestaag toegenomen. Vorig jaar kende de ontwikkelingsbank leningen toe aan zestig nieuwe partners ter waarde van in totaal 35 miljoen gulden. Omdat de Wereldraad traditioneel minder dan één procent van van haar fondsen aan EDCS heeft toegekend, is de groei van EDCS vooral gefinancierd door zelfstandige kerkgemeenschappen. Gezien het succes van ECDS besloot de Wereldraad recentelijk haar bijdrage aan de ontwikkelingsbank sterk op te voeren.

De nieuwe klanten van bankier Van Maanen bieden nauwelijs bancaire zekerheden. Desondanks wordt negentig procent van de EDCS-leningen terugbetaald. In plaats van borgen, hypotheken, onderpanden of garanties zoekt EDCS onder potentiële partners naar “een existentiële commitment”, een diepe emotionele betrokkenheid bij het welslagen van een project, omdat het voor de lokale bevolking de enige kans is op een beter bestaan.

Zo verstrekte de EDCS een lening van 75.000 dollar aan veertig oud-guerillastrijders in Zimbabwe die een oude boerderij bezaten, maar geen koeien. “Die guerilla's liepen al jaren gefrustreerd rond, omdat lokale banken weigerden hun een lening te verstrekken. De boerderij - mèt koeien - is hun enige kans op een betere toekomst. Ze zullen vechten voor het bedrijf, dát is onze garantie”. “Als de lening niet wordt afbetaald is het voor ons niet eenvoudig in naam van de oecomenische gemeenschap een deurwaarder naar Zimbabwe sturen om veertig guerillastrijders van hun land af te sturen en de boerderij in beslag te nemen.”

Volgens Van Maanen zien vooral vrouwen het welslagen van een project vaak als een zaak van levensbelang. Hij noemt een lening van honderdduizend dollar waarmee weefgetouwen zijn aangeschaft voor een groep weduwen van Maya-indianen in de hooglanden van Guatemala. Van Maanen: “Als dat project misloopt kunnen deze vrouwen de voeding en het onderwijs voor hun kinderen niet langer betalen. Dat project mág eenvoudigweg niet mislukken.”

Van Maanen is fel in zijn kritiek op de Westerse ontwikkelingssamenwerking. “Als je in het Westen de budgetten voor ontwikkelingshulp bekijkt heb je vijftien minuten nodig om vast te stellen dat negentig procent van de hulp bij de rijkste twintig procent van de bevolking terecht komt.” Hij schetst het beeld van Westers ontwikkelingsgeld dat voor een deel aan puissant rijke families in Afrika ten goede komt. “Dat geld gaat linea recta naar een Zwitserse bankrekening.”

De Wereldbank heeft dit jaar 200 miljoen gulden gereserveerd voor kleinschalige leningen (tot vijfhonderd dollar) aan lokale bevolkingsgroepen. “Ze zijn tot inkeer gekomen”, zegt Van Maanen. “Eindelijk begrijpt ook de Wereldbank dat de allerarmsten een alternatief moet worden geboden voor de loansharks.”

Van Maanen zal binnenkort in een gesprek met de Wereldbank uitleggen hoe het kleinschalige leningprogramma van EDCS in zijn werk gaat. Hij verwacht dat EDCS eén van de partijen zal zijn die het nieuwe Wereldbankprogramma kan uitvoeren. Volgens Van Maanen moet de Wereldbank zelf zich niet inlaten met micro lending. “De Wereldbank bouwt wegen en stuwdammen, ze praten met regeringen in Naïrobi en Jakarta. Zo'n instantie kan niet op de hurken tussen veertig vrouwen gaan zitten en vragen of een project naar wens verloopt.”